De echte vader van Jezus

Paus Franciscus heeft 2021 uitgeroepen tot het jaar van Sint-Jozef. Hij maakte dit dinsdag 8 december 2020 bekend op het Hoogfeest van Maria Onbevlekt Ontvangen. Het was op die dag namelijk precies 150 jaar geleden dat paus Pius IX (1792-1878) in 1870 de heilige Jozef van Nazaret uitriep tot ‘Patroon van de Universele Kerk’. Vrijdag aanstaande, 19 maart, wordt het feest van de ‘voedstervader’ van Jezus gevierd. Ik was van 1996 tot 2015 actief op de Sint-Jozefsparochie in Oostende, eerst als medepastoor en vanaf 2001 als pastoor. Ik zorgde er altijd voor dat zijn feestdag nooit ongemerkt voorbijging. In de liturgische viering benadrukte ik altijd dat wat mij betreft Jozef mag aangeduid worden als de ‘echte vader’ van Jezus: diegene die een kind opneemt in een onvoorwaardelijke liefde, hetgeen God met zijn volk deed, hetgeen God doet met iedere mens. De biologische bijzonderheden van dat vaderschap liet ik graag buiten beschouwing. Nu nog (meer)… Iemand suggereerde mij om – als gewezen pastoor van de Sint-Jozefsparochie – de heilige timmerman niet de vergeten en hij typeerde hem als vluchteling en dakloze man, twijfelende maar ook trouwe man.

Broer? Vader?
Van Jozef als vader van Jezus horen we niets in het oudste evangelie, dat van Marcus. De Jozef die we ontmoeten in Marcus 6,3 bij het bezoek van Jezus aan Nazaret, is de ‘broer’ van Jezus (zo ook in Matteüs 13, 55). Bij die gelegenheid wordt Jezus in het Marcusverhaal ‘de timmerman’ genoemd. Bij Matteüs ‘de zoon van de timmerman’ (13,55). Maar in het Johannesevangelie wordt Jezus door de apostel Filippus als ‘zoon van Jozef’ voorgesteld aan Natanaël (1, 45). In het Lucasevangelie erkennen de inwoners van Nazaret Jezus ook als ‘de zoon van Jozef’ (4,22).

Kerstverhalen
Het is vooral in de kerstverhalen of de zgn. kindsheidevangelieën dat Jozef naar voren treedt. Bij Lucas wordt hij de verloofde van Maria genoemd, behorend tot het huis en geslacht van David (1,27; 2,4), die daarom bij de volkstelling naar Bethlehem moet gaan. Hij is er aanwezig bij de geboorte en vergezelt Maria later bij de tempelgang (2,22-39) en bij de zoektocht naar de verdwenen Jezus (2,41-52). In beide verhalen treedt vooral Maria op het voorplan en van Jozef vernemen we verder weinig. In het evangelie van Matteüs neemt Jozef in het geboorteverhaal wel een belangrijker plaats in. Tot driemaal toe doet Jozef wat hem in dromen door een engel van de Heer gezegd wordt te doen: Maria als vrouw tot zich nemen (1,20-24); vluchten naar Egypte met het Kind en zijn moeder (2,13-14) en na de dood van Herodes uit Egypte terugkeren (2,19-21). Bij dit gehoorzamen geen spoor van aarzeling of twijfel. Dat hij aanvankelijk in stilte van Maria zou scheiden wordt toegeschreven aan zijn rechtschapenheid (1,19). Het is de enig keer dat Jozef van een compliment wordt voorzien.

Rechtschapen
Jozef wordt een ‘rechtschapen’ man genoemd, in het Grieks dikaios. Andere vertalingen voor dat Griekse woord zijn: ‘rechtvaardig’ en ‘gerechtig’. Het slaat op mensen die handelen overeenkomstig het ‘recht’. In Bijbelse zin is ‘recht’ de wil van God. Rechtschapen mensen zijn mensen die doen wat God wil. In het geboorteverhaal van Matteüs levert Jozef driemaal het bewijs van zijn rechtschapen zijn. De houding van rechtschapenheid kan ook geduid worden als gehoorzaamheid: doen wat je hebt ge-hoor-d dat je moet doen. Het Nederlands kent ‘luisteren’ trouwens als synoniem van gehoor-zamen, gehoor geven aan. Dat er bij Jozef geen aarzeling of twijfel bij dat gehoorzamen vermeld wordt, heeft niets te maken met een blinde gehoorzaamheid aan wetten of bevelen van mensen. In de Bijbelse spiritualiteit kan dat alleen wijzen op éénheid met God, een eenheid van geest en hart, een eenheid van wil. Deze eenheid veronderstelt een afwezigheid van alles wat die eenheid belemmert: het angstige en zelfzuchtige ego dat twijfel en aarzeling en uiteindelijk vervreemding zaait. Het is die eenheid met de wil van God die het ware geloof kenmerkt. Omwille van dat echte geloof is Jozef zeker meer dan een zijdelingse blik waard. Hij is een navolgbaar voorbeeld.

Vader
Vanuit die eenheid met God vertrekt ook zijn engagement in de zorg voor Jezus en door zijn eenheid met God kan Jezus ook bij hem de liefde van de Vader ontdekken en leren kennen. Ieder kind heeft immers nood aan de ervaring van die goddelijk liefde door een ouder of ouders of een ouderfiguur geschonken, door een mens die het kind opneemt in onvoorwaardelijke (goddelijke) liefde, een mens bij wie een kind ervaart, dat zijn geluk en welzijn het geluk en de vreugde van die mens uitmaakt. Een mens bij wie een kind ervaart dat zijn komst en aanwezigheid die mens blij maakt. Een mens die het kind laat horen: “In jou vind ik mijn vreugde. Jij maakt dat ik me (goddelijk) goed voel en er dan ook goed uitzie…”

(pastoor Dirk)


Omslagfoto: Josh Applegate on Unsplash