Homilie voor de 19de zondag door het jaar

7 augustus 2022

Eerste lezing: Wijsh. 18, 6-9
Tweede lezing: Hebr. 11, 1-2.8-19
Evangelie: Lc. 12, 32-48
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Weest niet bevreesd, kleine kudde; het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te schenken. Verkoopt uw bezittingen en geeft aalmoezen; verschaft u beurzen, die niet verslijten, en verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief komt en geen mot hem bederft. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. Houdt uw lendenen omgord en de lampen brandend! Gedraagt u als mensen, die wachten op de terugkomst van hun heer, die naar de bruiloft is om, als hij aankomt en klopt, hem aanstonds open te doen. Gelukkig de dienaars, die de heer bij zijn komst wakende zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal zich omgorden en hij zal hen aan tafel nodigen en langs hen gaan om te bedienen. Al komt hij ook in de tweede of de derde nachtwake, gelukkig die dienaars, die hij zo aantreft. Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur de dief zou komen, zou hij niet laten inbreken in zijn huis. Weest ook gij bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht.” Petrus vroeg Hem nu: “Heer, bedoelt Gij deze gelijkenis voor ons of voor iedereen?” De Heer sprak: “Wie zou die trouwe en verstandige beheerder wel zijn, die de heer over zijn dienstvolk zal aanstellen om hun op de gestelde tijd hun rantsoen koren te geven? Gelukkig de knecht, die de heer bij zijn aankomst daarmee bezig vindt. Waarlijk, Ik zeg u: Hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. Maar zegt die knecht bij zichzelf: Mijn heer blijft nog wel een poosje weg, en begint hij de knechten en dienstmeisjes te slaan, en gaat hij zich te buiten aan spijs en drank, dan zal de heer van die knecht komen op een dag, dat hij hem niet verwacht en op een uur, dat hij niet kent; en hij zal hem met het zwaard straffen en hij zal hem zo het lot doen ondergaan van de ontrouwen. De knecht, die de wil van zijn heer kende, maar geen beschikkingen trof noch handelde volgens diens wil, zal zwaar getuchtigd worden. Wie echter in onwetendheid dingen heeft gedaan, die tuchtiging verdienen, zal slechts licht gestraft worden. Van ieder aan wie veel is gegeven, zal veel worden geëist; en van hem aan wie veel is toevertrouwd, zal des te meer worden gevraagd.”

WikiArt – Jesus Washing Peter’s Feet – Ford Madox Brown

De evangelielezing van deze zondag is een tekst uit het Lucasevangelie
die door de evangelist door meerdere,
oorspronkelijk los van elkaar staande uitspraken van Jezus is samengesteld.
Ze plaatsen de leerlingen en de gelovige mens in beeldende taal
in een relatie van dienaar-heer ten opzichte van God.
De tekst wijst daarbij duidelijk op de ervaring van afwezigheid van God
en stelt de vraag hoe men zich tijdens die voort-durende afwezigheid dient te gedragen.
Het antwoord luidt: niet bevreesd, verantwoord en waakzaam.

Wat betekent het vooreerst dat God afwezig is en op zich laat wachten?
Dat betekent dat Hij zich niet laat zien, horen of ervaren op een wijze
zoals de materialistisch ingestelde mens dit verwacht en wil.
Want deze mens put alleen zekerheid uit wat hij zintuiglijk ziet, hoort, ervaart
of uit een hevige emotionele psychologische ervaring.
Alleen dit ervaarbare, hoorbare en zichtbare is voor die mens werkelijk
en kan voor hem de kwaliteit van aanwezigheid bezitten.
Maar God openbaart zich wel degelijk niet in afzonderlijke en uitzonderlijke
natuurlijke gegevens of gebeurtenissen
zoals dat wel gedacht werd in antieke godsvoorstellingen
en helaas nog steeds in het denken van veel gelovigen ronddwaalt.
Alles is wel geschapen, is schepping van God.
Maar een kat is een dier en geen manifestatie van een goddelijke eigenschap.
De donder is een natuurfenomeen en geen teken van goddelijke boosheid.
Ziekten zijn ook natuurfenomenen, al of niet door de mens “geholpen”,
maar zijn geen straf van God.
De evolutie, die leven in ontelbare vormen bracht, is een wonder
maar zeker niet het werk van een als ingenieur ontwerpende God.
Lijden en dood horen bij de kwetsbaarheid en sterfelijkheid van alle leven
en dienen niet als de wil van God aanvaardbaar gemaakt te worden.
Men maakt daardoor alleen maar zowel God als lijden en dood onaanvaardbaar!

Ook het Rijk Gods is blijkbaar nog niet aanwezig.
Een wereld en samenleven van mensen
getekend door universele rechtvaardigheid en durende vrede
lijkt een illusie, een onrealiseerbare droom.
Toch geloven wij in de komst van het Rijk Gods, in die droom
en in de aanwezigheid van het Rijk Gods
overal waar mensen werkelijk in liefde,
rechtvaardigheid en vrede met elkaar samenleven.
Hoewel de hele wereld niet beantwoordt aan Gods scheppingsplan, aan zijn wil,
hoewel de grote wereldwijde mensengemeenschap ver staat van het Rijk Gods,
toch weten wij dat het onze roeping is om, waar wij ook leven en gemeenschap vormen
het Rijk Gods gestalte te geven: een wereld waar Gods wil geschiedt.
En zo geloven we ook, dat de mens weliswaar niet aan God gelijk is,
maar dat God wel degelijk de mens heeft geschapen en geroepen
om zich in de mens te openbaren, in de mens aanwezig te zijn
en in en door en met de mens in de wereld aanwezig te zijn.
Maar dan wel de mens waarin Hij totaal aanwezig mag zijn.
En daar God liefde is, is dat de liefde-volle mens: de Christus-mens.
De liefde, de onvoorwaardelijke liefde is de openbaring en de aanwezigheid van God.
Het is een liefde die zich uit in totale dienstbaarheid, vergeving, liefde voor de vijand
en aandacht en dienstbaarheid voor het zwakke en kwetsbare leven.
Het is liefde waardoor angst en egoïsme verdwijnen.

De waakzaamheid waartoe we opgeroepen worden
is bewust worden en zijn van Gods aanwezigheid in ons,
is bewust worden en zijn van ons door God gewild en bemind zijn,
van het feit dat we door Hem in het leven zijn geroepen
om in ons liefdevol bestaan zijn aanwezigheid te openbaren.
Dat liefdevol bestaan is het tegendeel van een leven
waarin we alleen schatten en bezittingen verzamelen,
waarin we in onze drang naar bezit, macht en aanzien
de schepping en ook mensen gaan misbruiken.
Waakzaam zijn is niet passief wachten op de komst van God,
maar, wetende dat Hij in ons leeft, ons goddelijk gedragen.

But who may abide the day of His coming
And who shall stand when He appeareth
For he is like a refiner’s fire

Omslagfoto: WikiArt – Jesus Washing Peter’s Feet – Ford Madox Brown