Homilie voor de 4de paaszondag B

21 april 2024

Evangelie: Joh 10, 11-18
In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: ‘Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. Maar de huurling, die geen herder is en geen eigenaar van de schapen, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht weg; de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen. Hij is dan ook maar een huurling en heeft geen hart voor de schapen. Ik ben de goede herder. Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij, zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen. Ik heb nog andere schapen die niet uit deze schaapstal zijn. Ook die moet ik leiden en zij zullen naar mijn stem luisteren en het zal worden: één kudde, één herder. Hierom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik mijn leven geef om het later weer terug te nemen. Niemand neemt Mij het af maar Ik geef het uit Mijzelf. Macht heb Ik om het te geven en macht om het terug te nemen: dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb ontvangen.

Je ‘leven geven’: een goed betaalde carrière even opzij zetten…
Photo by Carlos Magno on Unsplash

Tot tweemaal toe horen we vandaag Jezus zeggen: “Ik ben de goede herder.”
Als christenen mogen we ons in eenheid met Christus
gerust beschouwen als herders voor elkaar, als goede herders.
‘Goed’ betekent hier: beantwoorden aan wat een herder dient te zijn.
Een herder moet zijn schapen kennen
en moet – indien nodig – zijn leven veil hebben voor zijn schapen.
Dat kan je wellicht pas als die schapen echt de uwe zijn,
of wanneer je als ‘huurling’ de schapen toch als je eigen schapen  beschouwt,
zoals een leerkracht – om het heel idealistisch voor te stellen –
de hem of haar toevertrouwde kinderen of jongeren
als zijn of haar kinderen wil en mag benaderen.

Vooreerst: een goede herder kent zijn schapen.
‘Kennen’ heeft hier niets te maken met intellectuele kennis,
maar wel met het hebben van een vertrouwelijke relatie
waardoor men weet wie de ander echt is,
waardoor men aanvoelt wat in de ander leeft aan angst en verlangen,
waardoor men inziet wat de ander echt nodig heeft.
‘Kennen’ is synoniem van liefhebben,
en wel liefhebben om wie de ander is.
Dat is wat anders dan iemand sympathiek vinden
omdat die ons enig voordeel kan verschaffen.
‘Kennen’ is in de medemens het goddelijke zien.
‘Kennen’ is ook grenzeloos respect voor de ander.

Je ‘leven geven’ is dan uiting van grenzeloze en onvoorwaardelijke liefde.
Je ‘leven geven’ is niet onmiddellijk te verstaan als ‘sterven voor’
maar wel als jezelf geven in de zin van je inzetten,
je inspannen voor het leven en het geluk en welzijn van je medemens,
het schenken van je tijd en je aandacht, de inzet van je talenten.
Je ‘leven geven’ is geheel en al voor de andere leven,
waarbij het leven en het geluk van die andere de zin van je leven wordt.
Je leeft voor de andere.
Niet om voor jezelf rijkdom en prestige te verwerven,
niet om louter en zoveel mogelijk te genieten van alles en nog wat.
Je ‘leven geven’ is zoiets als jezelf wegcijferen,
maar dan wel in alle vrijheid en vreugdevol enthousiast.

Want waarom zou de herder zijn ‘leven geven’?
Waarom doet een mens zoiets?
Jezus zegt dat de Vader dat wil, dat het zijn opdracht is.
Voor Jezus betekent dat, dat Hij niet anders kan.
De liefde van de Vader, die in Hem is, dwingt Hem als het ware,
zoals ook echte liefde van mensen voor medemensen
een goddelijk gebod is en dat betekent altijd:
men kan niet anders dan liefhebben.
Er is geen dwang van buiten uit. Liefde kan nier door mensen opgelegd worden.
Maar er is gewoon van binnenuit een onweerstaanbare drang
om lief te hebben en zichzelf te geven.
Maar dat kan men pas ervaren als men zichzelf bemind weet
en als men vanuit de ervaring en het weten van bemind te zijn
zich geroepen weet om anderen lief te hebben.
Gods liefde voor mij openbaart zich in het verlangen anderen lief te hebben
waardoor ik aan Zijn liefde kan deelnemen, aan zijn leven,
waardoor mijn leven zin en betekenis krijgt,
en waardoor ik dan echt ook kind van God wordt en ben.

Bij ‘herders’ in de Kerk denkt men gewoonlijk eerst aan leiding geven.
Maar ‘herderen’ in de Kerk betekent in de eerste plaats
je inzetten voor het leven en het welzijn van anderen.


Omslagfoto: Photo by Carlos Magno on Unsplash