Homilie voor de 4de paaszondag

25 april 2021
Roepingenzondag

Evangelie: Joh 10, 11-18
In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: ‘Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn
leven voor zijn schapen. Maar de huurling, die geen herder is en geen eigenaar van de
schapen, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht weg; de wolf rooft ze
en jaagt ze uiteen. Hij is dan ook maar een huurling en heeft geen hart voor de schapen. Ik
ben de goede herder. Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij, zoals de Vader Mij kent en
Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen. Ik heb nog andere schapen die niet uit
deze schaapstal zijn. Ook die moet ik leiden en zij zullen naar mijn stem luisteren en het zal
worden: één kudde, één herder. Hierom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik mijn leven geef om
het later weer terug te nemen. Niemand neemt Mij het af maar Ik geef het uit Mijzelf. Macht
heb Ik om het te geven en macht om het terug te nemen: dat is de opdracht die Ik van mijn
Vader heb ontvangen.

‘Roeping’ is in kerkelijke middens een ‘beladen’ woord geworden.
Velen beklemtonen graag – en sommigen met een kleine antiklerikale reflex –
dat ieder christen, iedere gedoopte geroepen is,
niet alleen priesters, diakens, religieuzen.
Correct. Toch enkele randbemerkingen.
In het evangelie zijn niet alle mensen,
die Jezus ontmoet of die naar Hem luisteren,
door Jezus geroepen tot navolging.
Wel roept Jezus alle mensen op tot bekering en geloof in de Blijde Boodschap
en daardoor tot deelname aan het Rijk Gods,
tot een leven waarin men de wil van God – liefde en rechtvaardigheid – tot leidraad neemt,
een ‘roeping’ die reeds door Israël als een roeping van alle mensen beschouwd werd.
Zo’n leven brengt de mens heil: innerlijke vrede en diepe vreugde.
Zo’n leven wordt in het evangelie ook “eeuwig leven” genoemd, “het leven”.
Dat oproepen vertrouwde Hij ook toe aan leerlingen die Hij tot navolging riep,
om in eenheid met Hem te leven en te delen in zijn zending.
Ik deel thans het inzicht van Bonhoeffer,
dat ieder christen niet alleen geroepen is
tot bekering en geloof in Gods reddende nabijheid, maar ook tot die navolging,
tot een compleet nieuw leven in eenheid (communio) met Christus,
waardoor we deel uitmaken van het lichaam van de Verrezene,
de verrezen Christus in ons laten leven.
Daartoe laten we ons door de Geest van Christus, die in ons is,
transformeren in en tot Christus.
Ieder christen heeft dan ook de zending door liefdevol spreken en handelen te ‘getuigen’
van de aanwezigheid van de Verrezene in ons.
Ons liefdevol aanwezigheid zijn in de wereld – terwijl we niet meer van deze wereld zijn!* –
wordt gedragen door het bewustzijn van de Aanwezige in ons
en door aandacht voor die Aanwezigheid: het gebed, de liturgie.
En dit is en blijft de eerste en meest essentiële taak van de kerk:
de verkondiging van de Verrezene
en het oproepen tot geloof en navolging van de Verrezene.
Dat is het eerste dienstwerk van de kerk,
gezien dat geloof en die navolging tot ‘leven’ leidt.

(*Niet meer van deze wereld zijn betekent
dat we ons leven niet laten bepalen door de normen van de ‘wereld’,
door het streven naar hebben, macht een aanzien,
door de drang naar bevrediging, beveiliging en bevestiging
die de grondmotivatie is achter heel de westerse economie
en de westerse consumptiemaatschappij.
Ik moet hierbij altijd denken aan een woord van Paulus gericht tot de Kolossenzen:
Als gij door uw sterven met Christus bevrijd zijt van de machten van de kosmos,
waarom laat gij u dan verordeningen opleggen, louter menselijke voorschriften en leringen,
als zoudt gij nog in die wereld leven?

We moeten daarbij niet alleen denken aan bepaalde religieuze voorschriften en leringen,
maar bijv. ook aan trends en modes… die je zeggen wat je ‘moet’ doen en denken en zeggen
om maatschappelijk ‘correct’ te zijn.
Gelovig zijn hoort daar zeker voor velen niet (meer) bij…)

Binnen de kerk is het evenwel niet aan iedereen gegeven
om een expliciet verkondigende taak op zich te nemen.
Het is gegeven aan hen die echt in doorleefde eenheid met Christus willen leven,
mannen of vrouwen, gehuwd of ongehuwd,
en daartoe ook het ‘charisma’, de genadegave hebben ontvangen.
Dit was reeds de wijsheid van de eerste kerkgemeenschappen,
waarin werd nagegaan wie welk charisma ontvangen had.
Men verkondigde ook niet zonder zending van een kerkgemeenschap.
Ook Paulus deed dat niet.
Het is wijs om in te zien dat men niet zomaar aan het ‘herderen’ slaat.

De evangelielezing van deze roepingenzondag over de ‘Goede Herder’
bevat nu een aantal gegevens, die eveneens ‘beladen’ zijn.
Schapen zijn ‘kuddedieren’ en deze term, vergelijkend toegepast op mensen,
behoudt een wat negatieve bijklank: dom, onnadenkend,
snel te beïnvloeden, bang, vlug van ‘de wijs’ te brengen.
Dat strookt niet meer met – ik noteer hier niet ‘de realiteit’ maar –
het zelfbeeld dat mensen van zichzelf hebben
en met het imago dat mensen willen hooghouden:
kritisch, nadenkend, zelfstandig, zelfbepalend.
Bovendien bleken vele ‘herders’ in de kerk én in de maatschappij niet zo heilig te zijn.
Dus: geen nood aan ‘herders’!
We weten het zelf wel!
En we pikken hier en daar wel wijsheid in
waarbij we ons goed voelen en die ons bevestigt
of waarmee we ons als ‘geen kuddedier’ kunnen profileren.
Alleen, als iedereen zo alternatief wil doen en dat de norm wordt.

En dan Jezus’ uitspraak over “één kudde, één herder”…
Kerkelijk geïnterpreteerd was dat het visioen van de rooms-katholieke kerk
dat in het interbellum en door de Katholieke Actie in de harten gegrift werd:
een rechtvaardige en vredevolle wereld, en vooral ook vroom en godsvruchtig,
onder leiding van met een tiara gekroonde Heiligheid,
de vertegenwoordiger van Christus op aarde.
Dat visioen verdween in de gruwelen van de Holocaust,
door de dekolonisatie, de ontdekking van het onheilige verleden van het westen en de Kerk,
maar ook door een eerlijke oecumenische stroming
en niet in het minst, door het tweede Vaticaans concilie
en de daar verkondigde erkenning van goddelijke inspiratie in andere wereldgodsdiensten.
‘Zending’ en ‘missionering’ kwamen in een ander
en bij sommigen in een kwaad daglicht te staan.
En nogmaals, de individualistische ingestelde mens
is niet meer zo gesteld op grote waarheden, grote verhalen en grote sterke leiders.
En naar mijn bescheiden mening
werkt niet alleen het schandalig gedrag van vele gezagsdragers in Kerk én wereld
gezag ondermijnend, maar het liberale kapitalistische consumentisme
heeft nood aan een onbelemmerde vrijheid van het individu,
aan een onbeperkt gebruik van alle mogelijkheden
dat natuurlijk een ontzettend misbruik van de aarde (en mensen) inhoudt.
Maar: geen geza(a)g en een (onder)wijzend vingertje….!

Voor Jezus en zijn toehoorders hield het beeld van de kudde en de herder
helemaal niet het risico in om negatief geïnterpreteerd te worden.
Het beeld was bovendien reeds in het Oude Testament bekend.
Zo lezen we in Psalm 100:
Beseft het: de Heer is God; Hij schiep ons, wij horen aan Hem,
zijn volk – Hij weidt het als schapen.

Dit beeld drukt uit wat de liefde van God voor zijn volk betekent.
Liefde is het leven, het welzijn en geluk van de geliefde(n) voor ogen zien,
verlangen dat de geliefde leeft en gelukkig is.
Voor de God van het Oude Testament hield dat leven en gelukkig zijn ook in:

samen vredevol leven, rechtvaardigheid,
leven en geluk ook voor de zwakke, de weduwe en de wees, de arme,
de vreemdeling in ons midden.
“Ik zie je graag…” betekent dus: “Ik verlang dat je een goed en gelukkig mens wordt en bent.
Wel in deze orde: 1) goed 2) gelukkig.
Zorg er dus niet eerst voor dat je gelukkig wordt.
Zorg er voor dat je goed bent, een wijs en liefdevol mens.”
Juist! Mt 6, 33 Maar zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid (goedheid, vrede):
dan zal dat alles (geluk) u erbij gegeven worden.

Liefde is nu niet alleen een verlangen naar het leven van de geliefde.
Liefde is ook dat verlangen omzetten in concrete zorg,
verantwoordelijkheid opnemen voor het leven en goedheid
en geluk en welzijn van geliefden.
Het Rijk Gods is ook niet gebaat met supporters alleen.
die verlangen dat het ploegje wint…
De herder verlangt niet alleen dat zijn schapen het goed hebben.
Hij zorgt ook voor hen, zoekt bronnen en weidegronden,
leidt hen er heen, beschermt hen samen met zijn herdershonden
en zegt Jezus: geeft zijn leven voor zijn schapen.
Doch met deze uitspraak wordt het beeld al verlaten.
Geen enkele herder zal zijn leven in de schaal werpen voor schapen.
Maar de bedoelde schapen zijn hier wel mensen…

Wat betekende nu die concrete zorg in Gods geval?
Hoe toonde Hij zijn liefde voor zijn volk aan Zijn volk?
Door zijn weidende, leidende woorden,
door de openbaring van Zijn wil,
waarin Hij niet alleen zijn liefde uitdrukt,
maar ook wegen wijst naar rechtvaardig en vredevol leven.
Door zijn oproep tot liefde, vrede en rechtvaardigheid.
Ik heb het altijd zelf zo ervaren:
hoe meer ik mensen liefheb, hoe meer ik hen wil wonderwijzen,
hetgeen ook kan betekenen dat ik zwijg en luister.
Stilte kan ook wonderwijzend werken.
En dan zijn er God reddende en bevrijdende daden.
Maar om Zijn woorden te spreken en Zijn daden te verrichten
riep Hij mensen die Hij met zijn geest, zijn wijsheid en kracht bezielde:
Mozes, rechters, profeten, koningen, priesters.
Niet allen zagen het onmiddellijk zitten om verantwoordelijkheid op te nemen…

Wie riep Hij daarvoor?
Mensen die gewoonlijk al blijk hadden gegeven
dat ze in staat waren tot ‘kleine goedheid’,
mensen die openstonden voor zijn Geest, niet vol waren van zichzelf,
ook niet bleven hangen aan hun kwetsuren en trauma’s;
die in staat waren om wijsheid te putten,
dus zelf ook wilden gewonderwijst worden.
Mensen die geen ambitie hadden.
Die zich niet moesten bewijzen of een ‘statement’ wilden maken,
een punt wilden scoren.
‘Waarom ik?’ – ‘Vooreerst: omdat je het niet wil…”
Of zoals keizer Marcus Aurelius verder zegt tot zijn generaal Maximus:
“Omdat je niet verrot bent…”
(Een mooie dialoog in de film Gladiator, maar natuurlijk slechts film….)
Mensen die niet verrot waren door hun ego, of toch, niet al té zeer.
En toch ook mensen met het nodige zelfvertrouwen en een goed zelfbeeld,
waardoor ze als David ‘een prettig voorkomen’ hadden, d.w.z. een stralende blik.
Mensen die uiteindelijk toch verantwoordelijkheid opnamen.
Durfden initiatief nemen en leiding geven.
Niet eigengereid, maar met kennis, wijsheid, in samenspraak.
Niet uit ambitie, maar uit liefde.
Ze hadden soms heel wat kritiek te verdragen.
Mozes was gedurende die veertig jaar in de woestijn
zijn ‘herder zijn’ meer dan één keer beu:
Nu 11, 14 Ik kan de last van heel dat volk niet alleen dragen. Het is mij te zwaar!
15Indien Gij zo met mij blijft doen, dood mij dan maar, als Gij mij genadig wilt zijn.

Is dat geen teken van een serieuze ‘burn out’?
Precies daarom voelen velen zich niet geroepen om verantwoordelijkheid te nemen,
hetgeen dus iets anders is dan supporteren, aan de zijlijn kritiek leveren,
‘vrij(van verantwoordelijkheid)blijvend leuke suggesties doen en ideetjes spuiten.

God heeft nog altijd nood aan mensen die verantwoordelijkheid durven nemen,
zelfs in die verdomde kerk, ook voor en in haar ‘structuren’…, op haar speelveld.
Hoeveel keer heb ik dit fragment uit het boek Dorothee Sölle,
Mystiek en verzet Gij stil geschreeuw, al niet geciteerd:
In de opvatting van bevrijdende theologie bekijkt
de met God vereende ziel de wereld met Gods ogen:
ze ziet als, als God, datgene wat anders onzichtbaar gemaakt wordt en geen rol speelt;
ze hoort het gekerm van de hongerende kinderen;
ze laat zich niet afleiden van de reële ellende;
ze wordt één met God in de waarneming, in de kennis én in het handelen.
Bij de mensen in de verpauperde wijken bestaat de verlossing niet daarin
dat een grote verre acteur de ellende van de onderdrukten opheft,
maar daarin, dat deze verre nabijheid zo dichtbij wordt,
dat hij in en door de met hem één geworden mensen actie onderneemt.

God heeft nood aan mensen in en door en met wie Hij actie mag ondernemen.
In de eerste lezing van deze zondag (van de apostel Johannes) horen we:
Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook.
Misschien zou God wel graag hebben
dat zijn kinderen eindelijk ‘zijn zaak’ overnemen.

Wie neemt de zaak over? Wie? In eenheid en navolging van Christus…


Omslagfoto: Foto door form PxHere