Homilie voor de 4de zondag van de Advent

24 december 2023

Evangelie: Lc 1, 26-38
Toen Elisabeth zes maanden zwanger was werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David. De naam van de maagd was Maria. Hij trad bij haar binnen en sprak: ‘Verheug u, de Heer is met u!’ Zij schrok van dat woord en vroeg zich af, wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar: ‘Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.’ Maria echter sprak tot de engel: ‘Hoe zal dit geschieden, daar ik geen man beken?’ Hierop gaf de engel haar ten antwoord: ‘De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet, dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.’ Nu zei Maria: ‘Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.’ En de engel ging van haar heen.

Antonello da Messina, Public domain, via Wikimedia Commons
Antonello da Messina, Virgin Annunciate, c. 1476,
Palazzo Abatellis, Palermo

Wij belijden dat God ‘de almachtige Vader’ is
en toch kan Hij niets zonder het ja-woord van mensen,
een ja-woord vol vertrouwen in Zijn aanwezigheid en nabijheid,
in de innerlijke kracht die Hij verleent aan allen die zijn wil volbrengen.
Dat vertrouwen is het geloof waarvan Jezus zegt
dat een weinig ervan – zo groot als een mosterdzaadje –
al voldoende is om een moerbeiboom zich te doen verplanten in zee (Lc 17,6)
of een berg zich te doen verplaatsen (Mt17,20).
Dat vertrouwen is wezenlijk verbonden met het loslaten van angst,
van de op zichzelf gerichte bezorgdheid, van zelfgenoegzaamheid en egoïsme.
Geen mens is echter in staat om nooit op zichzelf bedacht te zijn.
Voor een mens is het onmogelijk nooit aan zichzelf te denken.
Voor God is dat niet onmogelijk. Het is zijn wezen.
Het is voor God onmogelijk op zichzelf bedacht te zijn.
In God is geen ‘ik’. Hij is totaal zelf-loos.
Is de ‘hemel’ het zijn, de ruimte, de werkelijkheid van het ‘niet-Ik’,
de wereld van mensen is de werkelijkheid, de wereld dus, van het ‘ik’.
Maar God kan dus niet in deze wereld aanwezig zijn.
Hij kan in deze wereld niets doen zonder mensen met een ‘ego’
die echter, door Hem bezield, aan Zijn zelf-loos zijn deelnemen en zichzelf loslaten,
leren vertrouwen en ruimte maken voor liefde en goedheid,
waarbij ze alleen op het welzijn van medemensen bedacht zijn
en hun eigen bevrediging, beveiliging en bevestiging
niet meer als doel van doen en laten voor ogen houden.
Dat kunnen we ook uitdrukken als:
God in ons laten geboren worden.
Maria is van dat geloof het oerbeeld.
Zij is daarvoor uitverkoren.
Laten we een betere en duidelijker term gebruiken: geroepen.
Want ‘uitverkoren’ heeft zo’n ambetante bijbetekenis van ‘bevoorrecht’.
Geroepen zijn is echter geen voorrecht.
Ieder christen, ieder mens is geroepen,
geroepen om ten volle mens te zijn zoals God de mens geschapen en bedoeld heeft,
dus één en al liefde te zijn, deelnemen aan zijn wezen.
Wat hier telt is wat men uiteindelijk doet als God roept,
eventueel na veel aarzeling en met een dosis ik-angst of ik-weerzin.
Ieder mens is geroepen.
Maar alleen mensen die niet vol zijn van zichzelf,
die niet totaal vervuld zijn van angst, van zelfzucht, van eigendunk,
die niet beheerst zijn door menselijke emoties van welke aard dan ook,
die niet vol zijn van streven naar eigen bevrediging, beveiliging en bevestiging,
die niet alleen bezig zijn met wat de wereld aanbiedt en te koop aanbiedt,
alleen die mensen kunnen Gods stem, Gods verlangen horen,
en kunnen ruimte geven aan God in ons, aan zijn Geest.
Gods Geest heeft genoeg aan een klein beetje niet-ik in de mens,
op een klein kiertje in de opening van de deur,
een klein moment van zwakte van het sterke ‘ik’,
een ogenblik van stilte van het ‘ik’ waardoor Hij zijn stem kan laten horen.
Maria is het oerbeeld van de geroepen mens
van de gelovige, van de gehoorzame, van de mens die uiteindelijk vertrouwt en toestemt.


Omslagafbeelding: Antonello da Messina, Public domain, via Wikimedia Commons