Homilie voor de tweede zondag van de veertigdagentijd

25 februari 2024

Mc 9, 2-10
In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg waar zij geheel alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn kleed werd glanzend en zo wit als geen bleker ter wereld maken kan. Elia verscheen hun samen met Mozes en zij onderhielden zich met Jezus. Petrus nam het woord en zei tot Jezus: ‘Rabbi, het is goed dat we hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’ Hij wist niet goed wat hij zei, want ze waren allen geheel verbluft. Een wolk kwam hen overschaduwen en uit die wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.’ Toen ze rondkeken, zagen ze plotseling niemand anders bij hen dan alleen Jezus. Onder het afdalen van de berg verbood Jezus hun aan iemand te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan. Zij hielden het inderdaad voor zich, al vroegen zij zich onder elkaar af wat dat opstaan uit de doden mocht betekenen.

foto: https://www.epifania.es/

In het evangelie van Marcus staan twee vragen voorop:
wie is Jezus en wat betekent het christen te zijn?
Op die twee vragen wordt in dit evangeliefragment,
het verhaal van de verheerlijking op de berg,
ook wel het verhaal van de ‘transfiguratie’ of ‘gedaanteverandering’ genaamd,
een antwoord gegeven:
Jezus is de Welbeminde Zoon van God
en christen zijn is naar Hem luisteren.
Dat eerste hoorden we niet alleen in het relaas over het doopsel van Jezus:
Mc 1, 11 En er kwam een stem uit de hemel:
‘Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.’,
maar ook in het begin van het evangelie:
Mc 1,1 Begin van de Blijde Boodschap van Jezus Christus, de Zoon van God.
en op het einde ervan uit de mond van de Romeinse honderman:
Mc 15, 39De honderdman die tegenover Hem post had gevat
en zag dat Hij onder zulke omstandigheden de geest had gegeven, riep uit:
“Waarlijk, deze mens was een Zoon van God.”.
Daarmee is er nog niets gezegd over de betekenis van de titel ‘Zoon van God’.
Naar Jezus luisteren is in ieder geval iets anders dan
luisteren naar een interessante uiteenzetting of concert.,
Luisteren kan hier als synoniem van ‘gehoor-zamen’ gelden,
doen wat Jezus vraagt: bekering, geloof en navolging.
En wat navolging betekent wordt in het Mc-evangelie enkele verzen eerder
klaar en duidelijk door Jezus geformuleerd:
Mc 8, 34 Nadat Hij behalve zijn leerlingen ook het volk bij zich had laten komen,
sprak Hij tot hen: “Wie mijn volgeling wil zijn,
moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.  
35 Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen.
Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie, zal het redden. 

Ook voor de Joodse gelovige was en is geloven
een kwestie van ‘luisteren’ naar Gods woorden
en ze vol vertrouwen volbrengen, er aan gehoorzamen.
Abraham geldt als voorbeeld van de gelovige
omdat hij luisterde naar/gehoorzaamde aan de wil van God,
die Hem opdroeg zijn land, stam en familie te verlaten (Genesis 12,1)
en hem later vroeg zijn zoon Isaak op een berg als offer op te dragen
(Genesis 22, de eerste lezing van deze zondag).
Verder maakte God aan het volk zijn wil bekend bij monde van zijn profeten:
Mozes, die op de berg Gods stem mocht horen (Exodus 20 e.vv.)
en Elia, die op de berg Karmel de eer van de God van Israël hoog hield (1 K 18,20e.vv.)
en daarmee duidelijk maakte dat er alleen naar die God te ‘luisteren’ viel
en dat die God ook luistert naar hen die naar Hem ‘luisteren’.
Als Mozes en Elia naast Jezus verschijnen en zich met Hem onderhouden
vertegenwoordigen ze de wil van God.
De weg naar ‘verheerlijking’ is gehoorzaamheid aan Gods wil.
‘Zoon van God’ zijn is doen wat God van je vraagt en daartoe de kracht ontvangen.
De verheerlijkte Zoon van God is de Godmens die totaal één is met God.
Verheerlijking is één zijn met God.
De weg naar verheerlijking is dus ook de weg naar eenheid met God.
Het is de weg van het geloof, de weg die de leerlingen te gaan hebben.
Nogmaals: het is één worden met Gods wil, een wil die liefde is.
Want God wil niets anders dan het leven en het geluk van mensen.
En echt leven en een echt vredevol en vreugdevol bestaan
is te vinden in eenheid met God.
De weg van de gelovige gehoorzaamheid houdt in
dat men zijn eigen menselijke wil, bepaald door angst en zelfzucht, loslaat
en de oude mens, die zich daardoor laat leiden, laat afsterven.
Dat heet in de mond van Jezus: jezelf verloochenen, je leven verliezen.
Marcus maakt in zijn evangelie heel duidelijk
dat Jezus ons op deze weg is voorgegaan.
Je laten dopen is te kennen geven dat je Jezus op deze weg wil navolgen.

Het doopsel met water is de eerste stap,
de zuivering, de ‘purificatio’, het loslaten, het verloochenen van het ik.
De zalving is de tweede stap, het ontvangen van Jezus’ ‘mentaliteit’, ‘gezindheid’,
van zijn Geest, dus verlichting, ‘illuminatio’, het doopsel met Gods Geest.
Zoals Paulus noteert als inleiding bij de hymne in de Filippenzenbrief:
Filippenzen 2, 5 Die gezindheid moet onder u heersen welke ook Christus Jezus bezielde. 
De derde stap is dan, ontdaan van het ‘ik’ en gesterkt en verlicht door Gods Geest
een leven leiden in eenheid met God, in eenheid met Christus,
een liefdevol, vredevol en vreugdevol leven.
Dat is de ‘communio’.
Deze drie stappen, die overeenkomen met de drie fasen in de christelijke mystieke opgang,
komen ook overeen met de drie initiatiesacramenten: doopsel, vormsel en communie.
In de paasnacht werden ze alle drie aan de catechumenen gegeven.
Ze werden dan bekleed met de nieuwe mens Christus, ze werden aan Hem gelijk.
Ze gingen dat nieuwe leven leiden.
Symbool daarvan was het doopkleed, een glanzend wit gewaad.
Het is jammer dat bij vele doopsels het doopkleed niet meer aanwezig is.
Eerste communicanten en vormelingen zouden witte kleren moeten dragen.
Beter nog ware als ze een communiekleed of vormselkleed zouden dragen,
in de volksmond stomweg (!!) ‘paterskleed’ genoemd.
Mocht men ooit weer de symboliek daarvan snappen en … onderschrijven!
En mocht men ooit weer alleen dopen in de paastijd,
de tijd waarin normaal eerste communievieringen en vormselvieringen doorgaan.
Waar mensen in eenheid met God leven, daar is het goed om te zijn.
Het is een herstel van de paradijselijke toestand, waarvan God zag dat het goed was.
Christen zijn is in je leven die paradijselijke toestand herbeleven
en je ook inzetten opdat de wereld een transformatie zou ondergaan
en op aarde Gods wil zou geschieden.
Rabbi, het is goed dat we hier zijn.
Petrus drukt daarmee geen ‘goed terras-gevoel’ uit.
‘Goed’ draagt hier wel degelijk de betekenis van ‘zoals het hoort’,
beantwoordend aan Gods wil, één met God.


Omslagfoto: https://www.epifania.es/