Homilie voor het hoogfeest van Pasen

31 maart 2024

Verrijzenisicoon – J. Van Ael (Bron: Kerknet)

De Gentse iconograaf Joris Van Ael schilderde een verrijzenisicoon,
natuurlijk volgens de regels van de oosters-orthodoxe iconografie.
Denkend aan de verrijzenis komen bij ons eerder
de meer westerse afbeeldingen van dat Christusgebeuren in herinnering,
afbeeldingen waarop we Christus zien opstijgen naar de hemel.
Op de oosters-orthodoxe iconen zien we Christus afdalen  in de hel.
Vertellen de traditionele rooms-katholieke afbeeldingen van de verrijzenis ons
in de eerste plaats wat verrijzenis voor Christus betekent,
nl. het achterlaten van een aards bestaan en terug totaal één zijn met God,
de oosters-orthodoxe iconen vertellen ons eerder wat de verrijzenis
voor ons betekent en wat wij in deze paasdagen, ons doopsel herdenkend
en ons geloof en engagement als christen vernieuwend, vieren.
Verrijzen is opstaan tot nieuw leven:
een bemind, liefdevol, vredevol en vreugdevol mens zijn, een goed mens zijn.
Dat is iets wat we niet ons onszelf kunnen,
zoals een vlieger, hoe mooi en kostelijk die ook gemaakt is
en hoe handig de vliegeraar ook kan wezen,
niet de lucht kan ingaan, als er geen wind is.
Verrijzen, opstaan tot nieuw leven, is bij de hand genomen worden,
opgetild worden en meegevoerd worden door de Verrezene.
Het is de Verrezene volgen en één worden met Hem.
De leerlingen, die geroepen werden op het strand aan het meer van Galilea
volgden de aardse Jezus en namen deel aan zijn zending:
de Blijde Boodschap verkondigen, zieken genezen en duivels uitdrijven.
Nog steeds neemt de Kerk – waarvan wij deel uitmaken –
deel aan die zending: in deze tijd de Blijde Boodschap verkondigen
en een antwoord geven aan allerhande noden van deze tijd,
materiële, lichamelijke en spirituele.
Maar wij allen volgen daarbij niet meer de aardse Jezus, wel de Verrezene,
en daarbij nemen we niet alleen deel in zijn zending,
maar ook in zijn leven in eenheid met God, bij wie geen kwaad en duister is.
En hoezeer dit leven in eenheid met God ook te zien is
– zou mogen, kunnen en moeten te zien zijn –
in onze liefdevolle relatie met medemensen,
in onze dienende aanwezigheid in de wereld,
in onze inzet voor al wat schoon, waar en goed is,
in ons verzet tegen kwaad en onrecht,
het verrijzenisgebeuren dat er ten grondslag van is, is een innerlijk gebeuren.
De ervaring van opgetild worden tot nieuw leven is
een innerlijke ervaring van mensen die daarvoor openstaan,
en eigenlijk betekent dit altijd, daarvoor geopend worden,
door een woord, een gebeuren, een ontmoeting
die mensen de ogen opent, waarin ze zich gewaar worden van een aanraking,
van iemand die hen optilt tot een ander leven.
We kunnen hierbij denken aan het verhaal van de leerlingen van Emmaüs,
aan de liefdevolle aanspreking van Maria Magdalena aan het graf door de Verrezene,
aan de ontmoeting van de bange leerlingen in de bovenzaal met de Verrezene,
aan de aanraking van de wonden van de Verrezene door Tomas,
maar ook aan alle verhalen van genezing en bevrijding
waarin we horen en lezen dat Jezus mensen aankijkt, aanspreekt en aanraakt.
Het gaat over de beleefde ervaring van een diep besef
dat God ons roept, dat Hij ons beweegt,
dat Hij ons in ons diepste zelf uitnodigt om meer leven te vinden hier en nu.
Daarom zijn ons doopsel, ons vormsel, ons deelnemen aan  de eucharistie,
niet zomaar vrome praktijken, zijn ze meer dan een social event,
maar zijn ze stappen in een groeiend en overweldigend bewustwordingsproces
van Gods aanwezigheid in ons, van zijn Geest in ons,
die ons het bewustzijn en de gezindheid van Christus schenkt.
Daardoor worden we ons bewust dat we onvoorwaardelijk bemind zijn,
dat we fundamenteel goed zijn, alle liefde waardig,
en dat we ook in staat zijn om goed te zijn en goed te doen,
wat we in ons leven ook mogen ervaren hebben als kwetsend,
wat we in ons leven ook mogen gedaan hebben
waardoor we het beeld en de gelijkenis van God, die we zijn, verduisterden.
Om zijn leerlingen te zijn, om te delen in zijn zending, om herders te zijn in zijn Kerk, zocht en zoekt Christus trouwens geen volmaakte mensen,
maar mensen die openstaan voor die verrijzeniservaring
en dus in staat zijn van deze ervaring te getuigen
en door dat getuigenis anderen open stellen voor de aanraking van Gods genade.
In een Engelse gevangenis sneed een jonge gevangene zichzelf
om de emotionele pijn van schuld, zinloosheid en onwaardigheid te overstemmen.
Hij zei: “Zolang ik me echter kan herinneren heb ik altijd deze innerlijke pijn gekend,
en ik kon er niet aan ontkomen, en daarom sneed of brandde ik mezelf
aan de buitenkant van mezelf, opdat ik de pijn elders zou voelen dan in mezelf.”
De Prison Phoenix Trust richt zich tot gevangenen die in die innerlijke hel vertoeven.
Door praktijken van meditatie, yoga en leren omgaan met stilte,
door hen te leren bidden, willen de vrijwilligers van deze organisatie bijdragen
opdat zou kunnen geschieden waar een gevangene van getuigt:
“Tot mij drong het bewustzijn door dat alle wezens,
hoe reactionair, angstig, gevaarlijk of verloren ze ook zijn,
zich kunnen openen voor het heilige in hen en vrij worden.
Ik ben vrij geworden, zelfs in de gevangenis.”
En de jonge gevangene schreef:
“Na enkele weken van meditatie voelt de pijn niet meer zo erg aan,
En voor het eerst in mijn leven kan ik een kleine vonk in mezelf waarnemen,
een vonk van iets dat ik kan koesteren.”
Dat moet ook de ervaring geweest zijn van de tollenaar die in de tempel bad:
“Heer, wees mij zondaar genadig.”
Die vooraan in de tempel stond te bidden kende die ervaring niet,
want de Heer overlaadt met zijn kracht tot nieuw leven
alleen wie voor Hem verschijnen met lege handen, met innerlijke honger.


Omslagafbeelding: Verrijzenisicoon – J. Van Ael (Bron: Kerknet)