• Leestijd:4 minuten gelezen

Voorzien is dat op de eerste zondag van de Advent en bij het begin van een nieuw kerkelijk jaar, 29 november 2020, bisschop Lode Aerts het team van onze Pastorale Eenheid zou aanstellen en dat daarmee de oprichting van die Pastorale Eenheid zou geschieden. Het is mogelijk dat het coronavirus ervoor zorgt dat die aanstelling, zelfs in een bescheiden viering met een beperkt aantal mensen, niet zal kunnen doorgaan. Maar vandaag (donderdag 22 oktober) ontvingen we van het bisdom de mededeling dat op die voorziene datum onze Pastorale Eenheid Maria Tenhemelopneming toch kerkjuridisch opgericht zal worden, het team dan officieel in functie mag treden en dat dit dan reeds in het Staatsblad zal verschenen zijn.

Federatie-Eenheid

In onze bijdrage van vorige week maakten we reeds het verschil tussen een ‘Federatie’ en een ‘Pastorale Eenheid’ duidelijk. Nogmaals: een Federatie is een samenwerking tussen parochies en een Pastorale Eenheid (PE) is een samenvoeging van parochies tot één nieuwe parochie. We spreken in de toekomst dan ook niet meer van de ‘parochies van Mariakerke’, maar wel van de ‘kerkgemeenschappen van Mariakerke’. Lag de verantwoordelijkheid voor de pastoraal van de Federatie bij de Federale Stuurgroep, deze van de PE ligt bij het Team van de PE. We stelden het jullie vorige week reeds vluchtig voor. In een volgend nummer stellen de leden van het Team zich wat uitgebreider voor.

De tijd van toen

Bij een ‘parochie’ hoort een ‘parochiaal leven’: het geheel van allerhande activiteiten en initiatieven en organisaties op het vlak van liturgie, verkondiging, catechese, diaconie, gemeenschapsopbouw, enz…. Vroeger was dat heel wat! Men hoorde: “Dat is hier een ‘levendige’ parochie!” Of: “Er is hier op onze parochie veel te doen.” En dat vele werd gerealiseerd door een pastoor, zijn ‘onderpastoors’ en vele vrijwilligers. Ook vele verenigingen van katholieke signatuur behoorden bij en tekenden het parochiale leven. Die verenigingen hadden meestal één van de onderpastoors als proost. Zeker de parochiale jeugdbeweging(en). Niet ver van de parochiekerk was er een kleuter- en basisschool te vinden, in veel gevallen verbonden aan een klooster. De zusters waren actief betrokken bij het parochiale leven, zeker wat de eerste communievieringen betrof.

Het ‘poldermodel’: één kerk, één kudde

Zo’n parochie heb ik gekend in mijn kinderjaren: de Onze-Lieve-Vrouweparochie van Roeselare. Zeer levendig overigens, met alles erop en eraan. Met een pastoor, twee ‘medepastoors’ en een diaken (mijn vader). Ze verdeelden de parochie in vier wijken en elk van hen was verantwoordelijk voor de ziekenbezoeken, dopen, huwelijken en uitvaarten van zijn wijk. Voor de rest was alles parochiaal en niemand van die vier ging een eigen weg los van de anderen. Er was ook maar één kerk. Men kwam wekelijks bijeen en maandelijks was er een parochieraad. Iedereen was er welkom. Het werd een ‘modelparochie’ genoemd. Ze was mooi gescheiden van de rest van de stad door de spoorlijn en in oppervlakte groter dan ons huidige Mariakerke (dat vóór 1899 wel groter was dan nu).

Bron: www.erfgoedinzicht.be

‘Parochiaal leven’

Iedereen kan het er over eens zijn dat het parochiale landschap en het parochiale leven nogal wat veranderd is. Toch kunnen we in onze PE over een ‘parochiaal leven’ spreken en dat is de verdienste van de Federale Stuurgroep, die in de voorbije jaren ervoor gezorgd heeft dat heel wat initiatieven en activiteiten federaal ingericht en georganiseerd werden en wel in die mate, dat ze nu naadloos in het parochiale leven van de PE kunnen overgaan. We denken aan vormselcatechese, Kerk&Leven, missiewerking, Broederlijk Delen, secretariaat, enz…. Alle organisaties en verenigingen richten zich nu tot alle geïnteresseerden van Mariakerke en vaak ook daarbuiten. Ook de bestaande koren die aanleunen bij een kerkgemeenschap werken al sinds meerdere jaren bij federale vieringen samen in een ‘federaal koor’. Eigenlijk behoort praktisch alleen nog de liturgie tot het ‘eigene’ van de kerkgemeenschappen. In een volgend nummer moeten we ons parochiale leven en landschap verder verkennen.

Groeien

Om tot een eenheid te groeien en het parochiale leven van de PE een nieuw missionair en diaconaal elan te geven (ja, we geloven erin!) is het nodig om al het goede dat er is, verder te zetten, en nieuwe wegen en initiatieven te ontwikkelen. Maar zowel het bestaande als het nieuwe, dat komen kan, dienen we – bij wie en waar het ook ontstaat en gebeurt – op die eenheid te richten en binnen die eenheid te denken. En vooral moeten we ons één weten met elkaar.

 (pastoor Dirk)