• Leestijd:5 minuten gelezen

‘Sta je precies in het midden, dan zie je de hemel.
Als de zon naar binnen schijnt, glanzen de zwarte wanden.
Maar ook neerslag valt erdoor naar binnen.
Het ruikt naar roet en vochtige warmte.
De vier elementen vuur, water, aarde, lucht worden hier verenigd.’

Als we op reis gaan ontdekken we soms onverwachte ‘pareltjes. Dit kan een stuk natuur zijn maar evengoed een mooi gebouw of een een kunstwerk. Soms moet je op zoek naar die verborgen kleinoden, soms kom je ze zomaar tegen. Meestal zijn ze ook een omweg waard.

Op onze reisjes hebben mijn man en ik al heel wat indrukwerkende kerken bezocht. Maar ook in sobere abdijkerken, kleine kerkjes en kapellen lopen we binnen. Daar vinden we de stilte en soberheid om te bidden.

Een ontdekking die ons is bij gebleven is de Bruder-Klaus-Feldkapelle in Wachendorf (de Eifel).  Vanaf de parking is het een 20 min. wandelen door het veld.  En dan ontdekt je plots , midden in open akkerland, een toren bestaande uit twaalf meter hoge betonnen wanden in de vorm van een onregelmatige vijfhoek. Het bouwwerk doet allerminst vermoeden dat het om een kapel gaat .

En het doet nog minder vermoeden hoe de toren ervan binnen uit zal zien.

Indien je ooit op vakantie gaat naar de Eifel: zeker een bezoek waard.

Waarom een Broeder Klaus kapel?

Het boerenechtpaar Hermann-Josef en Trudel Scheidtweiler had al lange tijd de wens om een kapel te stichten ‘uit dankbaarheid voor een goed en vervuld leven’. De kapel zou toegewijd worden aan Nicolaas van Flüe (‘Broeder Klaus’). Scheidtweiler organiseerde jaarlijks bedevaarten voor de Landjugend, een katholieke jeugdorganisatie, waar Niklaus van Flüe schutspatroon van is.

De Zwitserse boer Nikolaus Löwenbrugger (1417-1487) was getrouwd, en vader. Als hij vijftig is verlaat hij zijn gezin om als pelgrim rond te trekken. Na een aantal jaren vestigt hij zich als kluizenaar. Hij laat zich leiden door het volgende gebed :

„Mijn Heer en mijn God, neem alles van mij, wat mij hindert om tot U te komen.
Mijn Heer en mijn God, geef mij alles wat mij bevordert om tot U te komen.
Mjn Heer en mijn God, Ik geef min volledig aan U”

Precies op zijn zeventigste verjaardag (21 maart) overlijdt hij.
Als Broeder Klaus of als Nikolaus von Flüe wordt hij al snel vereerd als een van de laatste mystici uit de late middeleeuwen.
In 1947 wordt hij heilig verklaard.

Het meditatieteken van Broeder Klaus.

Broeder Klaus was analfabeet en legt aan de hand van een zesspakig wiel, die hij zelf heeft gemaakt, uit hoe hij God ervaart. Hij stelt zich God als dynamisch voor. Het middelpunt van het wiel is de ongedeelde God’. De zes spaken zijn pijlen: 3 naar buiten gericht, 3 naar binnen gericht.
De goddelijke macht breekt uit de binnenste cirkel en gaat de hemel en de wereld omvatten (de drie pijlen naar buiten gericht). Gods dynamische liefde keert ook weer terug (de andere drie pijlen naar binnen gericht). God bedoelt dat we Hem zoeken en al tastend vinden. God is niet ver weg. ‘In hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.’ Volgens Broeder Klaus Is God  een ‘Einig Wesen’. In deze opvatting wordt God niet beschouwd als een in zichzelf rustende werkelijkheid en oorzaak, maar als een onvoorstelbare dynamiek, een creatieve kracht, overvloeiend van waarheid, liefde en leven.

De architect en bouwtechniek.

In de krant heeft Scheidtweiler gelezen over de Zwitserse sterarchitect Peter Zumthor (1943) die uit 160 mededingers was verkozen om het Dioscesaan Museum Kolumba in Keulen te ontwerpen. Rond 1998 schrijven hij en zijn vrouw Trudel aan Zumthor een brief met het verzoek een kapel te ontwerpen gewijd aan Broeder Klaus.
Zumthor antwoordt dat hij zeer veel opdrachten heeft, weinig tijd en dat zijn honorarium zeer hoog is. Bovendien past zijn moderne stijl niet bij een veldkapel in de Eifel.
Maar … Broeder Klaus was ook Zwitser én de lievelingsheilige van zijn moeder.
Zumthor aanvaardt de opdracht en heeft uiteindelijk niets in rekening gebracht.
Ongeveer zeven jaar na de toezegging van Zumthor werd met de bouw begonnen.
Allereerst werd een soort tent gebouwd van ruim honderd aan elkaar vastgesjorde sparrenstammen. Met een kraan werden de stammen in de juiste positie gebracht.
Met behulp van zware balken werd het zelfgemengde beton tegen de stammen aangedrukt.
Het lukte Scheidtweiler, zijn zoons en enkele onbezoldigde helpers na ruim drie weken de geplande hoogte te bereiken.
Een koolvuur in het midden van het bouwwerk zorgde ervoor dat de bekisting van de sparstammen later makkelijker was te verwijderen.


Symboliek

Het gebouw als geheel interpreteert het bidden en werken van broeder Klaus. De nadruk ligt op de binnenruimte en daarmee op de geisoleerde levenswijze van Klaus. Het minimalistische karakter van de bouw verwijst naar het teruggetrokken, eenvoudige en ascetische leven.

De opgaande wanden en het licht dat door het dak valt symboliseren de weg naar God . Een driehoekige opening leidt de bezoeker in de kapel. De bijzondere driehoekige stalen  deur (een verwijzing naar de heilige drie-eenheid) en een eenvoudig grieks kruis verraden dat het om een religieus bouwwerk gaat. Een driehoekige opening leidt de bezoeker in de kapel.

Van het licht is het gebouw afhankelijk van het buitenlicht; dat valt naar binnen door de open oculus in het dak en door de talrijke gaten gevuld met glas. Naast licht valt ook de regen door de oculus in het dak naar binnen.

Op een zuil staat een bronzen borstbeeld van Broeder Klaus, gemaakt door de Zwitserse beeldhouwer Hans Josephsohn.
Aan de wand bevindt zich een wiel van messing dat overeenkomt met het meditatieteken dat broeder Klaus in zijn kluis had.
Hierin bevindt zich ook een relikwie van de heilige.
Het is drukkend, maar tegelijk vreedzaam hier binnen.
Scheidtweiler vergelijkt het met de moederschoot: donker en geborgen, op weg naar het licht.