De nieuwe mens

Als paaskaarsmotief heb ik dit jaar gekozen voor een afbeelding van de Verrezene. Dat die Verrezene echter ook de Gekruisigde is maakt de afbeelding duidelijk door de Verrezene het kruis als achtergrond aan te bieden en ook door het kleur van het kruis terug te nemen in de band die over de Verrezene heenloopt. Natuurlijk wijzen ook de vijf nagels onder de afbeelding erop dat er geen Pasen is zonder Goede Vrijdag, geen opstanding zonder sterven.

Graankorrel
In de evangelielezing van de 5de zondag van de veertigdagentijd (vroeger en nu nog in de Tridentijnse ritus ‘Passiezondag’ geheten) was te horen dat Grieken Jezus wilden spreken (Jo 12, 20-34). Waarover? Misschien hadden ze dezelfde vraag als de man uit het Mc-evangelie die bij Jezus kwam aanlopen: “Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” (Mc 10, 17) Het antwoord van Jezus luidt: sterven! Sterven als de graankorrel: “Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt, blijft hij alleen. Maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort.” Dit sterven van de graankorrel houdt geen vernietiging van de graankorrel in, maar wel een ‘omvorming’, het aannemen van een nieuwe levensvorm, deze van een vruchtbare graanhalm. Hetzelfde proces voltrekt zich ook in het transformatieproces van rups naar vlinder. De rups ‘sterft’ in de om zich heen gevlochten pop. Dit is geen vernietiging maar een aannemen van een andere levensvorm die uit het ‘graf’ van de pop opstaat: de vlinder. Van de rups is niets meer te zien, zoals ook van de graankorrel niets meer te zien is. Nogmaals, dat ‘verdwenen’ zijn is niet het gevolg van een vernietiging, maar van een omvorming. Iedere volwassene is ook een ‘omvormd’ kind, of, zou dat toch horen te zijn…

Royalty Free Photo – www.pickpik.com

Omvorming
De Verrezene is de Gekruisigde die een nieuwe levensvorm heeft aangenomen: deze van de Verheerlijkte, van de Verhoogde, dat is: van de mens die totaal één geworden is met God. In zijn sterven, verrijzenis en verheerlijking openbaart Jezus ook de zin van ons leven: ook wij zijn bestemd om één te worden en één te zijn met God en om verheerlijkt te worden en daartoe dienen ook wij te sterven. Dat sterven dient ook hier en nu te geschieden. Dat verrijzen eveneens. In ons leven dienen we ‘omvormd’ te worden, een nieuwe levensvorm aan te nemen, deze van de ‘nieuwe Mens’, deze van Christus zelf. Deze omvorming tot de nieuwe Mens is een ont-ikken, waarbij we leren alles de laan uit te sturen wat ons belet om een liefdevol, vredevol en vreugdevol mens te zijn. Men kan geen nieuw Mens worden als de oude mens niet sterft. Wellicht moet de Kerk ook dit proces doormaken: omvorming.

Toekomst
Men kan aansturen op een radicale vernietiging van de huidige kerkstructuren en het opbouwen  van een totaal nieuwe kerk, die dan ook weer structuur en organisatie zal moeten krijgen. Want de mens kan daar nu eenmaal niet zonder en ook nieuwe kerkexperimenten creëren hun eigen dogma’s. Maar ik denk dat de Kerk pas een nieuwe toekomst kan krijgen als de christenen zelf binnen die Kerk zich laten ‘omvormen’ en zelf de weg gaan van loutering en uitzuivering. Daarbij de weg gaan door een radicaal ascetisme en boetedoening is even nefast als het radicaal willen uitzuiveren van de kerk-stal (niet vergissen met de kerst-stal). Het is een ont-ikken dat men zelf in handen neemt en een uitzuiveren dat men aanvangt als een kruistocht. Vernieuwing in de Kerk moet groeien uit ‘omvorming’ van de christenen en wellicht ook van de wijze van christen-zijn. Wat daarbij zijn intrede mag doen is wat paus Franciscus ‘een contemplatieve ingesteldheid’ noemt: een zoeken naar eenheid met God, een beleefde eenheid die – als ze werkelijk nagestreefd wordt – rechtstreeks naar een dienende relatie met medemensen leidt en naar een vereenvoudiging en versobering  van leven.

Tomáš Halík
Dezelfde idee vertolkt de Tsjechisch rooms-katholieke priester, filosoof en theoloog Tomáš Halík in zijn fel geprezen boek De namiddag van het christendom. De weg naar een nieuw tijdsperk. Hij schrijft: “De belangrijkste uitdaging voor het kerkelijk christendom van vandaag is de wending van religie naar spiritualiteit.” Het loont de moeite even verder te lezen: “Laten we een van de belangrijkste stellingen van dit boek formuleren: de toekomst van de kerken hangt grotendeels af van de vraag of, wanneer en in welke mate ze het belang van deze wending inzien en hoe ze op dit teken van de tijd weten te reageren. De evangelieverkondiging, de centrale taak van de Kerk, zal nooit ‘nieuw’ en effectief genoeg zijn als ze niet doordringt tot de dieptedimensie van het menselijke leven en de menselijke cultuur, (…) iets dieper dan de rationele en emotionele componenten van de menselijke persoonlijkheid. (…) De taak die het christendom in de namiddagfase van zijn geschiedenis te wachten staat, bestaat grotendeels uit de ontwikkeling van de spiritualiteit.”

Maar misschien moet de verkondiger – dus o.a. ikzelf – deze spiritualiteit eerst zelf beter beleven om ‘omvormd’ te worden, om een nieuw Mens te worden.

(pastoor Dirk)