• Leestijd:6 minuten gelezen

WACHTEN OP DE PRIK…
GERED DOOR DE PRIK!
BANG VOOR DE PRIK?

Alle bewoners van de Woon- en Zorgcentra in ons land hebben ‘dé prik’ (x2) al gehad. Zo ook mijn oudste zus die verblijft in het WZC De Waterdam in Roeselare en die ik sinds maart vorig jaar al één keer heb mogen bezoeken op haar kamer. Zo ook de bewoners van de WZC’s in onze Pastorale Eenheid: Mercator, De Drie Platanen, Les Etoilles, Ons Geluk – Avondster. Net als mijn zus zaten die bewoners er ongeduldig en toch vertrouwvol op te wachten. Ze waren er niet bang voor. Maar ze zijn erdoor nog niet onmiddellijk gered van ‘gescheidenheid’ en ‘eenzaamheid’…

Een prikje ‘minder’
Waarschijnlijk zal gedurende onze veertigdagentijd de grote vaccinatieperiode in ons land van start kunnen gaan. Ik wacht ook op mijn prik(ken), ben er niet bang voor (en zal me dus laten vaccineren! u toch ook!?). En als dat allemaal achter de rug is en alles goed verloopt en de ‘cijfers’ verminderen, zullen we weer ‘meer’ mogen. Maar de veertigdagentijd is een tijd van ‘minder’. Vasten, versoberen… Mag ik jullie uitnodigen jullie in de komende weken te laten vaccineren met een prikje ‘minder’, met een prikje ‘stilte’. Onze vier kerken zijn de vaccinatiecentra. Ga er op iedere zondag heen, ook al is er geen eucharistieviering (op een weekdag is natuurlijk ook OK, maar de zondag is toch de zondag). Er zullen iedere zondag andere bezinnings- en gebedskaartjes liggen. Een oproep tot BROEDERLIJK DELEN zal er ook zijn.

Een prikje ‘stilte’
Er is veel spirituele romantiek in allerhande bezinningstekstjes over stilte. Gemakkelijke mooie praat.
In het geloofsleven is stilte niet een zalig ‘ondergaan’ van rust, afwezigheid van verantwoordelijkheden of storend geluid, maar ‘verstillen’, ‘ophouden met’. Dat hoeft niet te wijzen op een leven waarin actie ontbreekt, maar wel een leven waarin de naar bevrediging, beveiliging en bevestiging zoekende mens tot zwijgen, tot ophouden en verstillen gebracht wordt, ook in zijn spreken over en tot God. Wat we met stilte bedoelen wordt het best aangeduid met het Hebreeuwse werkwoord sjabath. We vertalen het in verband met de sabbat (Heb. sjabbath)als ‘rusten’. Maar eerder betekent het ‘verstillen’, ‘ophouden met’. Het kan slaan op een hele levenshouding van verminderen en versoberen waarin we ons in deze veertigdagentijd – een woestijnperiode – kunnen oefenen. De coronapandemie plaatst ons al een tijdje in dat ‘minderen’: minder mogen, minder kunnen! En het ongeduld en de ontevredenheid bij velen toont nu aan hoe moeilijk we het hebben met stilte! Met minder.

Wennen aan de stilte
“Laten we het nu stil maken.” Gelukkig wordt er nooit gezegd “Laten we nu stilte maken.” Want de stilte is er al. Ze is er altijd en ze is meteen hoorbaar als wij zelf ophouden, als wij verstillen en stil worden: niets meer doen, niets meer zeggen, ons niet meer laten horen, ons niet meer laten zien, niet meer laten opmerken en opvallen. Maar de stilte die meestal volgt op dat ‘stil maken’ en dat eerste stil worden is nog niet de stilte van het niets. Het is de stilte en de leegte van abdijkerken van de cisterciënzerorde of van de abdijkerk van Vaals, ontworpen door de benedictijnermonnik Hans van der Laan. Velen hebben geen moeite om aan die stilte en leegte te wennen en om er in te treden. Ik hou er hartstochtelijk van. En ook van die uitwendige stilte die we samen kunnen meemaken en waardoor we het samenzijn sterker beleven. Stilte wordt dan een warme ruimte, een plek vol geborgenheid en verbondenheid. De stilte die omarmt. Het kan een uitnodigende stilte zijn om ook innerlijk stil te worden en te verstillen. Het kan. Maar het is niet de stilte en de leegte van de woestijn. En niet die van de eenzaamheid.

Veertig dagen woestijn…
De stilte en de leegte waar we niet aan wennen (dus nooit het ‘nieuwe normaal’ voor ons kan worden) is een stilte en een leegte waar we niet van houden en niet uit vrije wil betreden, zoals Jezus ook niet vreugdevol en vol verwachting de woestijn betrad. Hij werd erin gegooid, er naartoe gedreven: “Terstond dreef de Geest Hem naar de woestijn.”(Mc 1, 12)De Griekse grondtekst heeft het werkwoord ekballoo om de actie van de Geest aan te geven: eruit gooien. Men kan voor de stilte van een abdij kiezen. Maar het is pas als men in die eerste stilte getreden (eerste prik) is en men het zeer lang in deze stilte volhoudt, dat men in de stilte van de woestijn gegooid wordt (tweede prik). Iedere monnik en moniale weet dat!! De stilte en de leegte van het niets waaraan men moeilijk went. Nooit went. En ook God openbaart er zich niet zomaar (dat is spirituele romantiek). Alleen de verleider komt je tegemoet. Pas als je die niet ‘iets’ laat zijn in je leven, dus pas als je het niets niets laat zijn, als je met dat niets één wordt, dan komt God.

Wennen aan het niets
Daar heeft ons ‘ik’ moeite mee: met niets (meer) moeten doen, niets (meer) mogen doen, niets (meer) kunnen doen, niets (meer) te doen hebben. Misschien omdat we dan dreigen de ‘controle’ te verliezen of omdat we dan een belangrijke bron van zin en van betekenis kwijtraken. We voelen ons zo zinvol, zo betekenisvol, zo waardevol als we iets kunnen, mogen en zelfs moeten doen en ons daarbij ook integreren in een samenleving waarin presteren (iets doen wat in de ogen van de mensen betekenisvol is) zo belangrijk is en ons een plaats verschaft aan de tafel van het gekend zijn, het gewaardeerd zijn. Dat geldt bovendien ook en misschien vooral ook voor ons ‘goed doen’, een uitstekende en voor christenen noodzakelijke bezigheid. Maar daarover zegt Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen om de aandacht te trekken.” (Mt 16, 1) Een inzet, een engagement waarvan niets bekend is… ? Is dat niet in contradictie met: “Gij zijt het licht der wereld.” (Mt 5, 14)?Het gaat in de waarschuwing van Jezus over de intentie, de ingesteldheid waarmee het goede verricht wordt. Dus niet om de aandacht te trekken. Dat de goede ingesteldheid aanwezig is, zou kunnen blijken als ons engagement en onze inzet en ons goed(e) doen verder gezet worden als er niets aan waardering en verloning is.

Minacht de stilte niet.
Minacht het minder niet.
Minacht het niets niet.
Laten we onze veertigdagentijd ernstig nemen.

(pastoor Dirk, die gemakkelijk schrijft en praat…)


Omslagfoto: Marc Ryckaert (MJJR), CC BY 3.0, via Wikimedia Commons