• Leestijd:5 minuten gelezen

‘Weer of geen weer altijd welkom’. In 1973 sierde deze spreuk van Phil Bosmans voor Bond Zonder Naam de inkom van vele huizen. Het betekende dat je er ten allen tijde, op elk moment van de dag welkom was. Bij zonneschijn of regenweer, met goed nieuws of een roddel, of zomaar… Het betekende dat je altijd gelegen kwam, dat men tijd voor je vrij maakte, dat je gezien en gekend werd. Soms zie je dat woord ‘welkom’ ook nog wel eens op een deurmat staan als je bij iemand binnenkomt. Met alle goeie bedoelingen lijkt het vandaag eerder een uitnodiging om de pas geboende vloer vooral proper te houden.

Voel je welkom
‘Welkom’ is vandaag een lastig woord, zo las ik ergens. Iemand verwelkomen betekent dat je mensen een gastvrij onthaal biedt, zonder oordeel of vooroordeel. Het zich welkom voelen heeft te maken met je ergens thuis gaan voelen. Je ergens thuis voelen betekent namelijk ook ‘erbij horen’. Het gevoel hebben dat je gewenst bent, dat je er mag zijn, dat je als mens mag gezien worden door de ander. Dit is de allereerste dienst die mensen elkaar kunnen bewijzen: dat we de ander echt zien, langer dan een paar minuten. Bij bepaalde mensen hebben we hier geen probleem mee: bij onze vriendenkring of mensen die we goed kennen en vertrouwen gaat dit haast vanzelf.

Voor anderen ligt het veel moeilijker. Bieden wij ook een gastvrij onthaal, een warm welkom aan mensen die anders zijn, mensen die ons blijken nodig te hebben op een ongelegen moment, mensen die niet direct tot onze ‘eigen kring’ behoren, mensen bij wie we ons wat onwennig voelen. Hoe laten wij mensen van een andere origine, vluchtelingen, ex-gevangenen, mensen in armoede, mensen met een beperking,… voelen dat ze welkom zijn? Hoe laten we hen merken dat ze ‘erbij horen’, dat ze zich bij ons mogen thuis voelen?

Dat onze gemeenschap élke mens echt verwelkomt, is nooit vanzelfsprekend en vraagt soms moed. Het vraagt van ons bewustwording dat we allemaal oogkleppen en vooroordelen hebben en daaraan willen werken. Laten we in dit jaar van de diaconie een gastvrij onthaal bieden aan iedere mens, jongere en kind in onze (geloofs)gemeenschap, in onze kerken, in onze jeugdbeweging en onze verenigingen, in onze klas, in onze buurt. Want God gebeurt… daar waar mensen welkom zijn.

Welkom in de bijbel
Bij een geboorte sturen we weleens een kaartje met een ‘welkom kind’-boodschap aan de kersverse ouders. Zo hebben wij afgelopen Kerst Jezus welkom geheten in onze gemeenschap, bij ons thuis, in ons hart. Voor veel Joden was Jezus welkom, als Bevrijder, als Verlosser, als ‘Koning’. Zij zagen in Hem een mogelijkheid om onder het Romeinse juk uit te komen. Maar veel andere Joden zagen na een tijd dat Hij ‘anders’ was, niet tot hun eigen kring behoorde. Ze ver-oordeelden Hem en stoten Hem uit de gemeenschap. Reeds vóór zijn geboorte werden Maria en Jozef niet bepaald gastvrij onthaald en ook Herodes zat duidelijk niet op zijn komst te wachten. Ze moesten zelfs vluchten naar Egypte.

In het Oude Testament lezen we hoe mensen toen gastvrij ontvangen werden. De gastheer/vrouw zorgde niet alleen voor de nodige hygiëne maar bood vaak ook een maaltijd en slaapgelegenheid aan. Ze deden er alles aan om het de gast naar zijn zin te maken en zich thuis te laten voelen. Ook bij de eerste christenen stond gastvrijheid hoog in het vaandel, zo lezen we onder andere bij Paulus. Een van de bekendste teksten over gastvrijheid zijn de woorden van Jezus in zijn toespraak over het laatste oordeel. Hij zegt daar: ‘Want toen ik honger had, gaven jullie mij te eten. Toen ik dorst had, gaven jullie mij te drinken. Toen ik een vreemdeling was, namen jullie mij in huis. Toen ik naakt was, gaven jullie mij kleren.’ (Matteüs 25: 34-35)

In zijn leven was Jezus bij heel wat mensen te gast, vaak bij tollenaars en zondaars, mensen aan de rand, foute vrienden zouden we vandaag zeggen. Jezus velt geen oordeel, en voelt zich bij hen echt welkom. Hij laat op die manier blijken dat ze er wel degelijk bij horen. De leerlingen hebben, zoals iedereen, wel eens de neiging om een opdringerige bedelaar of kinderen uit te sluiten. Maar elke keer gaat Jezus daar tegenin. Jezus leerde ons hoe we broer en zus voor elkaar kunnen zijn, voor de kleinsten nog het meest.

Een ander mooi voorbeeld van ‘God gebeurt’ lezen we in de parabel van de verloren zoon. Hier wacht de vader zijn (verloren) zoon op met open armen en biedt hem een warme, gemeende welkom, zonder een oordeel te vellen over wat hij allemaal heeft uitgespookt. Zijn broer draagt duidelijk nog oogkleppen…

En misschien kunnen we het ‘zich welkom voelen’ in de bijbelse betekenis nog het best uitleggen als ‘je gekend weten door God’. En dan denken we hier specifiek aan het doopsel van elke christen. Met de doop heb je een naam en ben je gekend door God. Je bent welkom om je bij God en Zijn gemeenschap te voegen!

Uw liefde, O God, gaat uit
naar alle mensen, zonder onderscheid.
In uw Vaderhart is iedereen welkom.

Laat die liefde ons helpen en inspireren
om niet te verdelen, maar te blijven verbinden,
om te werken aan een gemeenschap
die de vluchteling niet uitsluit,
de arme niet vergeet
en die, zoals uw Zoon, steeds oog en oor heeft
voor de kleinsten en de zwaksten.
Amen.