God gebeurt … waar mensen naar mensen omzien

Met de grondtoon van dit werkjaar willen we focussen op onze inzet voor wie het moeilijk heeft. Diaconie is een belangrijke en onmisbare opdracht voor wie leerling wil zijn van Jezus. In het voetspoor van Jezus willen ook wij ons ten dienste stellen van mensen in nood.

‘Mensen gaarne zien: da’s mijn hobby’
Toeval of niet, maar ook nu zet een spreuk van Phil Bosmans de toon. In zijn korte leven heeft Jezus getoond hoe het moest: mensen graag zien. “Wat je gedaan hebt aan de minste van mijn broeders, dat heb jij aan Mij gedaan.” Dit was de kern van gans zijn leven: liefhebben. Tot het uiterste toe. Zo lezen we bij Johannes: “Hij hield al van degenen die Hem in de wereld toebehoorden, maar nu zou Hij hun zijn liefde betonen tot het uiterste.”

Als christen worden we uitgedaagd om er, zoals Jezus, te zijn voor de minsten van onze broeders. In de Advent zien we om naar mensen van bij ons en in de vasten worden we opgeroepen solidair te zijn met mensen in het Zuiden. Maar hoever gaan we in onze liefde voor onze medemens? Blijft het eerder beperkt tot deze twee periodes op het jaar? Of hebben we er moeite mee om te zien naar mensen die zich wat anders gedragen, in taal, of levensomstandigheden. Dit mag geen reden zijn om de andere kant uit te kijken. In de parabel van de Barmhartige Samaritaan krijgt het slachtoffer van het geweldsmisdrijf bewust geen ‘gezicht’. Er is sprake van ‘een mens’. Maar je voelt gewoon het appèl om werkelijk naar die medemens om te zien en om op zoek te gaan of je er individueel of samen voor kunt zorgen dat ‘niemand’ ‘iemand’ wordt.

Dienende liefde
God gebeurt waar mensen elkaar liefhebben. Liefde tot het uiterste toe. Dit was het centrale thema tijdens de startavond voor de vasten in januari. Daarbij waren twee evangelieverhalen rond de voetwassing een bijzondere inspiratiebron. We beluisterden het verhaal van de voetwassing door de vrouw (Lc. 7, 36-50) waarbij ‘minuscule gebaren van liefde zichtbaar worden in water, olie, tranen en kussen’. In een tweede verhaal horen we hoe Jezus de voeten van Petrus – en de andere leerlingen – wast aan de vooravond van Zijn dood (Joh. 13, 1-20). In de eerste plaats was dit in die tijd een teken van gastvrijheid, maar Jezus gaf er diepere betekenis aan: Hij gaf daarmee het voorbeeld van dienende liefde en roept zijn volgelingen op Zijn voorbeeld te volgen, en anderen te helpen in hun noden, vanuit eenzelfde nederige houding. ‘Als ik mijn voeten niet door Hem laat wassen, dan kan ik niet zijn deelgenoot zijn.’ Bij Jezus horen, is je ook de voeten ‘laten’ wassen.

Met priester Marc Roseeuw mediteerden we bij twee beelden van kunstenaar Toni Zenz: ‘Een vrouw wast Jezus’ voeten’ en ‘Jezus wast Petrus’ voeten’. Gebogen en geknield is de mens het grootst. De nederige en tedere ervaring die Jezus meemaakt als de vrouw zijn voeten wast, zal Jezus doorgeven aan Petrus en de andere leerlingen. Wie de volledige meditatie rond de beelden van Toni Zenz wil beluisteren, kan hiervoor terecht op de website van onze buren: www.bredenevuurtoren.be.

God gebeurt waar mensen elkaar de voeten wassen. Voor christenen is de zorg voor mekaar en de solidariteit met de minsten niet een opgave die je ter harte moet nemen als je gelovig bent. Neen, het is de kern van het geloof zelf precies omdat het tot de kern van Gods wezen behoort. De hele Bijbel getuigt en Jezus belichaamt met woord en daad, dat God zich om elk mensenkind bekommert en hem ‘gaarne ziet’. En het enige wat Hij van ons verlangt, is dat we tegenover onze medemens even warm van hart zouden reageren als die Samaritaan het deed op zijn weg van Jeruzalem naar Jericho.

Op onze weg naar Pasen gaan we Broederlijk Delen met mensen ver van ons bed, met mensen heel dicht bij ons. 365 dagen leven met genoeg zodat er ook voor de ander, ook voor mijn naaste genoeg is. Solidariteit die ons hopelijk niet alleen in de veertigdagentijd de weg wijst, maar 365 dagen lang, jaar na jaar.

Ook vandaag gebeurt God…
We willen dit stukje van de grondtoon graag verbinden met de vele vrijwilligers die dag in dag uit bezig zijn ‘om te zien naar mensen’. De pandemie bracht het afgelopen jaar een golf van solidariteit op gang. Talloze vrijwilligersinitiatieven zijn in deze coronatijd ontsproten. We staken massaal de handen uit de mouwen voor onze medeburgers. Net zoals bij de vrouw uit het verhaal werden kleine gebaren van liefde zichtbaar in onze inzet voor de medemens. Toch blijven nog heel wat (andere) vrijwilligers op hun honger zitten omdat er ook nog veel niet mogelijk is bv. in onze kerken of in het verenigingsleven. Misschien zal het nog even duren voor we ons weer in een min of meer normale situatie zullen bevinden.

Wanneer dit artikel verschijnt is de week van de vrijwilliger net achter de rug. Toch willen we al onze vrijwilligers binnen de pastorale eenheid graag nog even in de bloemetjes zetten. Dank je wel vrijwilliger voor wat je gisteren deed, vandaag doet, en morgen ook weer!

LATEN WIJ BIDDEN

Als wij geloven, God,
dat Gij naar ons omziet,
laat ons dan ook elkaar
niet uit het oog verliezen:
dat wij ons niet opsluiten
in dodende onverschilligheid,
alsof wij elkaar niet nodig hebben
om de weg door het leven te gaan.
Laat uw Geest ons vervullen
met aandacht en vriendschap
voor de mensen rondom ons.
Want in elke vraag
om gezien en bemind te worden
toont Gij ons uw gelaat.
Amen.