Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft!

Wij worden kinderen van God genoemd (1 Joh. 3, 1)

De paaswake blijft hét moment van het jaar om het doopsel te vieren. Gedurende de eerste eeuwen van het christendom werden enkel volwassenen gedoopt. Door driemaal  ondergedompeld te worden in het water trokken de dopelingen net als de Israëlieten, door het water naar nieuw leven en een nieuwe toekomst. En zoals Christus uit het graf van de dood opstond, zo kwamen zij als ‘verrijzenismensen’ weer uit het water omhoog. Toen werden ze volwaardig als christen opgenomen in de kerkgemeenschap.

(c) databank van Thomas KU Leuven

We worden kind van God

Nu kennen wij vooral de kinderdoop, waarbij de ouders beslissen hun kindje te laten dopen. Het zijn de ouders die beloven hun kindje  als christen op te voeden. Als volwassenen worden we herinnerd aan ons doopsel en hernieuwen we elk jaar onze doopbeloften.
Door het doopsel worden we kinderen van God. Het doopsel is een gebeuren van God aan de mens. Gedoopt worden is allereerst: zich laten dopen door God, zich laten onderdompelen in het water van Gods  liefde. De mens wordt kind van God, Gods geliefd Kind, zijn welbeminde zoon en dochter.
Door het doopsel treden we ook binnen in de gemeenschap van de Kerk, die leeft vanuit Gods scheppende Geest.

Wat betekent kind van God zijn?

We kunnen ons ook de vraag stellen: Wat betekent het christen te zijn in onze tijd? Tertullianus heeft ooit gezegd ‘ je bent niet als christen geboren; je moet het worden! Als christen zijn we nooit volgroeid.  Als christen blijven we op zoek gaan naar wat ‘geloven in God ‘ betekent.
Als kind van God hebben we het leven ontvangen. Zo hebben we ook Gods woord doorheen het evangelie gekregen. In Jezus is God zelf naar ons toegekomen. En nog steeds is het door Jezus dat God ons zo nabij is. ‘Want gij zijt allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. Want gij allen die in Christus zijt gedoopt, zijt met Christus bekleed.’Gal.3,25-26
Maken we tijd  om hier bij stil te staan?
Durven we tijd maken om stil te worden en God te ontmoeten? Om te luisteren wat hij van ons vraagt?
Hoe iemand God in zijn leven ervaart en ontmoet is heel persoonlijk. We kunnen God maar ontmoeten als we ons ontvankelijk  en met vertrouwen openstellen voor zijn aanwezigheid. Voor God mogen we onszelf zijn, moeten we ons niet beter voordoen dan we zijn want hij ‘kent ons in het diepst van onze gedachten’. Hoe meer we ons laten raken door Gods aanwezigheid, hoe meer we ook de kern van het christelijke geloof ervaren:’ God is liefde: wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem.(1Joh.4,16)

Wij zijn broeders en zusters in het geloof

Door het doopsel worden we opgenomen in de kerkgemeenschap. In die gemeenschap ontmoeten we onze ‘broeders en zusters in Christus’
Johannes geeft in zijn brieven richtlijnen hoe we als christenen met elkaar moeten omgaan. In 1 Joh.4,7-21 worden wij als christenen opgeroepen om elkaar lief te hebben. Het is de moeite om de brief helemaal te lezen maar volgende verzen geven een beeld van hoe we God niet kunnen liefhebben zonder elkaar met liefde te omringen.
‘Vrienden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde komt van God. Iedereen die liefheeft is een kind van God, en kent God( v7)’
‘Dit gebod hebben wij dan ook van Hem gekregen: wie God liefheeft moet ook zijn broeder liefhebben.(v21)

Als kind van God getuigen.

Enkel als we elkaar gedragen weten in een liefdevolle gemeenschap en de kracht van de gemeenschap voelen, kunnen we getuigen over het woord van God dat ons verbindt.
Christenen leven ook mee met de grote vragen en uitdagingen van hun tijd. Het evangelie leert ons hoe we het leven met elkaar kunnen delen en aan elkaar toevertrouwd zijn als broers en zusters.
Maar in de kerkgemeenschap gaat het niet alleen om liturgie , catechese en verdieping door meditatie en gebed. Als  christenen worden we eveneens geroepen tot dienstbaarheid en solidariteit met de armen en allen die in hun menselijke waardigheid bedreigd zijn. Als we als kind van God mogen delen in Gods liefde, dan blijft het onze taak te blijven werken aan een menselijker en rechtvaardiger samenleving. We mogen ons niet laten ontmoedigen door alle geweld, onrechtvaardigheid en armoede.

Samen kind van God zijn

Het samen eucharistie vieren, samen bidden, dienstbaar zijn voor anderen blijven de basis om een levende gemeenschap te worden en om het Woord  levend te maken naar anderen toe.
Een gemeenschap die leeft, straalt vreugde en warmte uit.
Een gemeenschap die  leeft gaat met hoop, geloof en liefde op weg naar de toekomst.
Misschien een toekomst die voor ons veel vragen oproept. Misschien een toekomst waarin verandering noodzakelijk wordt. Misschien een toekomst waar de kerkgemeenschap altijd maar kleiner wordt.
Maar als kinderen van God kunnen we niet anders dan ons blijven inzetten voor het rijk van God dat,  ooit, in de toekomst verwezenlijkt zal worden.

LO


Omslagfoto: databank van Thomas KU Leuven