Homilie voor de 12de zondag door het jaar

19 juni 2022

Evangelie: Lc 9, 18-24
Toen Jezus eens alleen aan het bidden was en zijn leerlingen bij Hem kwamen, stelde Hij hun de vraag: “Wie zeggen de mensen, dat Ik ben?” Zij antwoordden: “Johannes de Doper, anderen zeggen: Elia, en weer anderen: een van de oude profeten is opgestaan.” Hierop zeide Hij tot hen: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?” Nu antwoordde Petrus: “De Gezalfde van God.” Maar Hij verbood hun nadrukkelijk dit aan iemand te zeggen. “De Mensenzoon,” zo sprak Hij, “moet veel lijden en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden, maar na ter dood te zijn gebracht zal Hij op de derde dag verrijzen.” Maar tot allen sprak Hij: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en door elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het redden.

Caravaggio, Public domain, via Wikimedia Commons

Voor iedere christen zijn er twee belangrijke vragen:
Wie is die Christus?, en: Waar komt het op aan als je christen bent?
Petrus zegt wel dat Jezus van Nazaret de Christus, de Messias, de gezalfde van God is.
Maar wat bedoelt Petrus daarmee?
Wie is die Christus voor Petrus? Wat verwacht Petrus van die Christus?
Petrus en de andere leerlingen dachten wellicht over de Christus
als over diegene die het Joodse koninkrijk weer in alle glorie zou herstellen.
En dan verwachtten zij dat ze als de volgelingen van die Christus
zouden delen in zijn macht en eer en glorie.
Dat denken over de Christus en de verwachtingen van de leerlingen
worden door Jezus meteen gecorrigeerd, eigenlijk vernietigd.
Want Jezus zegt niet zoiets als: “Ja, dat is het, maar…”
Zijn woord laat duidelijk horen: “Nee, dat is het niet!”
Zijn zending is niet een aards koninkrijk te herstellen of te stichten.
Zijn zending is het een volk van God bijeen te brengen,
een volk dat Gods naam in de wereld zal heiligen.
Drukken we dat laatste even anders uit:
een volk dat doet wat God vraagt,
een volk in en met en door wie God zich mag openbaren in de wereld,
een volk in en met en door wie God zijn liefde mag tonen in de wereld.
Daartoe roept Jezus mensen op Hem te volgen.
Hoe openbaren we Gods liefde in de wereld?
Uiteraard door lief te hebben zoals God lief heeft.
Niet door macht, eer en rijkdom na te streven.
Ook geen macht en rijkdom om daarmee goed te kunnen doen.
Het nastreven van macht, eer en rijkdom brengt alleen maar
angst en concurrentie en onvrede met zich mee.
God hoort niet in de kringen van die ‘nastrevers’ thuis.
Integendeel: de God die oproept tot onvoorwaardelijke liefde
en macht, eer en rijkdom afwijst, wordt verworpen.
Dat is wat nu geschiedt, wat altijd geschied is.
Als de Kerk nu door de massa verworpen wordt,
dan is het misschien of zeker omdat de Kerk te weinig
die onvoorwaardelijke liefde van God geopenbaard heeft,
of omdat ze macht, eer en rijkdom niet afgewezen heeft.
Men kan dit de leiders van de Kerk verwijten,
maar dat verwijt treft evenzeer de leden van de Kerk,
het overgrote merendeel van de christenen.
Die kunnen zich dan nog eens rechtvaardigen door te stellen
dat ze in de kerkleiding geen voorbeelden hebben gezien.
Maar de leerlingen van Jezus waren ook verre van voorbeeldig.
En verder: er zijn niet alleen de heiligen,
maar er is natuurlijk ook Jezus van Nazaret, de Christus zelf.
Maar deze Christus, die wel degelijk Gods liefde openbaarde,
werd verworpen en ter dood gebracht.
Dit hield ook de verwerping van God in.
Het verwerpen van de Kerk houdt ook het verwerpen van God in.
De God die ons geen macht en eer en rijkdom verleent,
maar die ons vraagt om onvoorwaardelijk lief te hebben.
Jezus maakt aan allen duidelijk wat dat als consequentie met zich meebrengt:
jezelf verloochenen, elke dag opnieuw je kruis opnemen,
niet je leven willen redden, maar het verliezen.
Dat alles even verduidelijken maakt duidelijk waarom men God verwerpt.
Jezelf verloochenen betekent dat je ophoudt
met het streven naar macht, eer en rijkdom,
met het plaatsen van jezelf in het centrum van je eigen aandacht en zorg.
Jezelf verloochenen betekent dat je je niet meer laat leiden
door angst en zelfzucht, maar door zorg en verantwoordelijkheid voor een ander.
En verder dat die zorg en verantwoordelijkheid niet afhankelijk is
van jouw eigen zoektocht naar wat jij geluk noemt of goed gevoel.
En ook: dat die zorg en verantwoordelijkheid naar alle mensen uitgaat.
Je kruis opnemen betekent dat je moeite en lijden aanvaardt,
moeite en lijden die je tegemoet komen in de zorg voor een ander,
in de inzet voor rechtvaardigheid en vrede.
Je leven verliezen betekent dat ‘overleven’ niet je grootste zorg is.
Dat alles wordt ‘elke dag’ gevraagd.
Niet een eenmalige prestatie van goedheid en heldendom die de krant haalt.
Geef toe, geen programma dat ‘veel volk kan trekken’.


Omslagfoto: Caravaggio, Public domain, via Wikimedia Commons