Homilie voor de 13de zondag door het jaar

26 juni 2022

Evangelie: Lc 9, 51-62
Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling naderden, aanvaardde Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem en zond boden voor zich uit. Deze kwamen op hun tocht in een Samaritaans dorp om er zijn verblijf voor te bereiden. Maar de Samaritanen ontvingen Hem niet, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was. Toen de leerlingen Jakobus en Johannes dit gewaar werden, vroegen ze: “Heer, wilt Gij dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen?” Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht. Daarop vertrokken zij naar een ander dorp. Terwijl zij onderweg waren, zei iemand tot Hem: “Ik zal u volgen, waar Gij ook heen gaat.” Jezus sprak tot hem: “De vossen hebben holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten.” Tot een ander sprak Hij: “Volg Mij.” Deze vroeg: “Heer, laat mij eerst terug gaan om mijn vader te begraven.” Jezus zei tot hem: “Laat de doden hun doden begraven; maar gij, ga heen en verkondig het Rijk Gods.” Weer een ander zeide: “Ik zal U volgen, Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten.” Tot hem sprak Jezus: “Wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods.”

Henry Schouten (1857-1927) – JoJan, CC BY 3.0, via Wikimedia Commons

De evangelielezing van deze zondag bevat twee berichten
die de evangelist Lucas bijeen geplaatst heeft
aan het begin van het verhaal over Jezus’ tocht naar Jeruzalem.
Jezus weet dat in Jeruzalem lijden en dood op Hem wachten.
Dat heeft Hij zijn leerlingen eerder al tweemaal duidelijk gemaakt.
Daarmee heeft Hij ook hun denken over de Christus,
hun verwachtingen in de Christus verworpen.
Eveneens wees Hij hun denken en hun verwachtingen
met betrekking tot hun leerling en volgeling van de Christus af.
Daar hadden we het zondag laatst over. Toch even hernemen:
Jezus is niet een Christus, een Messias, een Gezalfde,
die het koninkrijk van Israël in alle macht en glorie zal herstellen
en het zal zuiveren van alle heidenen.
Zijn volgelingen zullen niet delen in macht en glorie.
Met ‘zijn verheffing’ wordt door Lucas dan ook geen aardse overwinning bedoeld,
maar wel lijden, dood en verrijzenis.
Het optreden van Jezus en zijn leerlingen kan dan ook niets te maken hebben
met een machtig, zuiverend en bestraffend optreden.
Jezus’ zending en Messias-zijn heeft niets met goddelijke straf te maken,
maar met Gods erbarmen en liefde,
met de bekering en de verandering van de mens,
met de omvorming van de wereld tot het Rijk Gods,
een wereld van vrede en vreugde, van rechtvaardigheid,
een wereld waarin de goddelijke liefde de enige wet is.
De leerlingen, die tot navolging geroepen zijn, delen in die zending.
En reeds eerder heeft Jezus ook duidelijk gemaakt
wat Hij daartoe van hen verwacht.
Ook dat kwam zondag laatst aan bod:
Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen
door zichzelf te verloochenen en elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen.  
Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen.
Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, die zal het redden. (Lc 9, 23-24)
In de evangelielezing van deze zondag
wordt aan dat woord van Jezus een vervolg gebreid.
Hem volgen is het aannemen van een totaal nieuwe levenwijze
en niet meer omzien naar of terug verlangen naar het verleden.
Een kenmerk van die levenswijze is het loslaten
van alle huiselijk comfort en zekerheid en een zwerversbestaan leiden.
Daarom dient men ook onthecht te zijn van alle familiale bindingen
en alle familiale verplichtingen los te laten.
Tenslotte dient men ook bereid te zijn om te delen in het lot van Jezus:
verworpen en vervolgd worden omwille van het Rijk Gods.
Wordt dat ook allemaal van ons verwacht?
In ieder geval zijn ook wij allen in en door ons doopsel geroepen
om ons te bekeren en een nieuwe levenswijze aan te nemen.
We worden geroepen om in ons leven ons denken, doen en laten
niet meer te laten leiden door angst, zorg voor onszelf,
streven naar bezit, macht, eer en aanzien.
Alle geldingsdrang en storende emotionaliteit laten we los.
Ons denken doen en laten wordt getekend door liefde, vrede en vreugde,
die omwille van de navolging, van het geloof en de hoop,
ook in verdriet en dagen van lijden weten stand te houden.
Die liefde, die zorg en verantwoordelijkheid voor anderen inhoudt,
is een onvoorwaardelijke dienende liefde
een liefden die zich niet beperkt tot eigen familie en eigen volk.
Ook van ons wordt gevraagd moeite of lijden te aanvaarden
als onze inzet voor de medemens of verzet tegen onrecht dat met zich meebrengt.
In ons leven vergezellen wij Jezus op zijn tocht naar Jeruzalem.
Hij gaat met ons mee in deze zin,
dat de verrezen Heer in ons verder leeft.
Als we echt zijn gezellen willen zijn
is het goed om ons iedere dag te herinneren aan zijn aanwezigheid in ons,
aan onze roeping, aan wat van ons verwacht wordt,
aan waar het op aankomt als we christen zijn.
Een week kan als symbool voor een levensduur gelden.
Bij ons begint de week, het nieuwe leven dus, telkens weer op zondag.
De eucharistieviering is een prachtig aanvangsmoment daarvan.
We gedenken Jezus’ lijden, dood en verrijzenis
en daarmee worden we ook telkens weer herinnerd
aan onze roeping en levensweg.


Omslagfoto: Henry Schouten (1857-1927) – JoJan, CC BY 3.0, via Wikimedia Commons