Homilie voor de 17de zondag door het jaar

24 juli 2022

Evangelie: Lc. 11, 1-13
Op een keer was Jezus ergens aan het bidden. Toen Hij ophield zei een van zijn leerlingen tot Hem: “Heer, leer ons bidden, zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft.” Hij sprak tot hen: “Wanneer ge bidt, zegt dan: Vader, uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome. Geef ons iedere dag ons dagelijks brood en vergeef ons onze zonden, want ook wij vergeven aan ieder die ons iets schuldig is. En leid ons niet in bekoring.” Hij vervolgde: “Stel iemand van u heeft een vriend. Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt: Vriend, leen mij drie broden, want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten. Zou die ander van binnen uit dan antwoorden: Val me niet lastig; de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed; ik kan niet opstaan om het u te geven? Ik zeg u, als hij niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is, zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft, om zijn onbescheiden aandringen. Tot u zeg Ik hetzelfde: Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt verkrijgt; wie zoekt vindt; en voor wie klopt doet men open. Is er soms onder u een vader, die aan zijn zoon een steen zal geven als deze hem om brood vraagt? Of als hij om vis vraagt, zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven? Of als hij een ei vraagt, zal hij hem toch geen schorpioen geven? Als gij dus, – ofschoon ge slecht zijt – goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.”

Foto door mohamed hassan – PxHere

De evangelielezing van deze 17de zondag door het jaar
presenteert ons het gebedsonderricht van Jezus in het Lucasevangelie.
Het volgt op een vraag van de leerlingen en het is bestemd voor de leerlingen,
voor allen die Jezus willen navolgen, dus ook voor ons,
die in en door ons doopsel tot de navolging geroepen zijn.
De vraag, die door het onderricht van Jezus beantwoord wordt, luidt dan:
‘Hoe moeten wij als volgelingen van Jezus bidden?’
Of voor wie moeite heeft met het werkwoord ‘moeten’:
‘Hoe kunnen we als volgelingen van Jezus bidden?’
Het kortst mogelijke antwoord luidt: anders.
Vooreerst omdat we door onze eenheid met Christus
een ander beeld van God hebben
en daardoor een andere relatie met God hebben.
God is voor ons geen verre afstandelijke heerser
maar een nabije liefdevolle vader,
die we als dusdanig mogen aanspreken en benaderen.
Onze houding tegenover God en in ons gebed
kan daarom geen enkele andere zijn dan grenzeloos vertrouwen,
waardoor we echt geloven dat God het goede met ons voorheeft
en dat Hij ons dat goede zal geven als we er met vertrouwen om vragen.
In zijn onderricht zegt Jezus ons niet
dat we met volharding voortdurend en herhalend moeten blijven vragen
en de hoeveelheid van ons gebed moeten groter maken,
maar alleen dat we met vertrouwen het goede kunnen vragen.
Aan die andere ingesteldheid bij het bidden
beantwoordt echter een andere levenswijze.
Je met vertrouwen tot God wenden betekent vooreerst
afstand doen van beklemmende schuldgevoelens.
‘Vergeef ons onze zonden’  is niet het gebed om van schuldgevoel bevrijd te worden
maar een bede om niet van God vervreemd te raken
en heeft dus een gelijke inhoud met: ‘Leid ons niet in bekoring.’
We bidden dat we ons altijd zouden laten leiden door Gods Geest,
dat we steeds Zijn wil zouden kennen en volbrengen,
dat we geen andere weg dan deze van de navolging zouden inslaan,
dat we niet zouden afhaken.
Je met vertrouwen tot God wenden betekent vervolgens
dat je ook doet wat God van je vraagt,
en je gehoorzaamheid aan Gods wil is dan geen uiting van angst of van vleierij,
maar een uitdrukking van liefde en van vertrouwen
dat God het goede met jou en je medemens en de wereld voorheeft.
Je laat je leiden door de Geest waarom er gebeden wordt.
De ingesteldheid waarmee gebeden wordt is deze van Christus
en is dus ook een ingesteldheid van eenheid met God.
Daardoor zijn we in ons leven niet gericht op eigen belang,
leven we ook niet met angst en zorg voor onszelf,
beschouwen een kerk of kerkgemeenschap of een vereniging niet als een doel op zich.
Daardoor bidden we ook niet met een angstige of voor onszelf bezorgde ingesteldheid.
maar we bidden om wat God wil:
de heiliging van Zijn Naam, de komst van Zijn Rijk.
Om de heiliging van Zijn Naam bidden is vragen
dat in ons leven en in dat van de kerk
Gods wezen, dat liefde is, zichtbaar wordt,
en wij licht van de wereld zijn, zout en gist,
mensen die licht brengen, smaak en groei.
Om de geest van God, waardoor we dat goddelijke leven kunnen leiden, bidden we.
In zijn brief aan de Galaten schets de apostel Paulus dat leven:
liefdevol, vreugdevol, vredevol, geduldig, vriendelijk, goed, trouw,
zacht en ingetogen.
Vol vertrouwen bidden is ook genezend en bevrijdend.
Je wordt erdoor genezen van je wonden en trauma’s,
want je weet niet alleen dat je vergeven bent, aanvaard en bemind,
maar ook dat je rustig kunt vergeven
en uit een slachtofferrol treden, een rol die niet tot je ware zelf behoort.
Je wordt barmhartig zoals God barmhartig is.
Je wordt bevrijd.
Het echte bidden doet je ademen en leven,
doet je vol vertrouwen tot jezelf terugkeren,
tot God dus.

Neem hier de tijd voor …

Omslagfoto: Foto door mohamed hassanPxHere