Homilie voor de 23ste zondag door het jaar

5 september 2021

Evangelie: Mc 7, 31-37
In die tijd vertrok Jezus uit de streek van Tyrus en begaf zich over Sidon naar het meer van Galilea, midden in de streek van Dekapolis. Men bracht een doofstomme bij Hem en smeekte Hem dat Hij deze de hand zou opleggen. Jezus nam hem terzijde, buiten de kring van het volk, stak hem de vingers in de oren en raakte zijn tong met speeksel aan. Vervolgens sloeg Hij zijn ogen ten hemel, zuchtte en sprak tot hem: ‘Effeta’, wat betekent: ga open. Terstond gingen zijn oren open, en werd de band van zijn tong losgemaakt zodat hij normaal sprak. Hij verbood het aan iemand te zeggen; maar met hoe meer nadruk Hij dat verbood, des te luider verkondigden zij het. Buiten zichzelf van verbazing riepen zij uit: ‘Hij heeft alles wel gedaan, Hij laat doven horen en stommen spreken.’

Aanraken …
Bron: Michelangelo, Public domain, via Wikimedia Commons

Een ontmoeting met Jezus, een geraakt worden door Jezus doet iets met de mens,
zoals iedere ontmoeting met een authentiek liefdevol mens ons iets doet.
Je wordt dan geconfronteerd met een kracht, die in die persoon aanwezig is,
een kracht, die heelt en vreugde schenkt, een bevrijdende kracht.
Het Grieks, waarin het Nieuwe Testament geschreven is, heeft voor die kracht een woord:
charma, vandaar ons Nederlandse ‘charme’, ‘charmeren’ en ‘charmant’.
In het Engels kan ‘to charm’ ook betoveren betekenen,
mensen van gedaante doen veranderen, transformeren.
Een ontmoeting met Jezus is een transformerend gebeuren.
De transformatie, de verandering die dan plaats grijpt is echter geen betovering
maar een genezing, een heling, en dat betekent,
het herstellen in oorspronkelijke heelheid,
in de oorspronkelijke ongeschonden staat,
vroeger in het Nederlands ook aangeduid met het woord ‘onschuld’.
Als Jezus vraagt om terug als kinderen te worden,
dan heeft Hij het over een terugkeer naar die staat van ‘onschuld’.
Het is een leven waarin we opnieuw in eenheid met God leven,
opnieuw een paradijselijk mens zijn, waarachtig beeld en gelijkenis van God.
Dus een mens ontdaan van alle angst, schaamte en egoïsme, vervuld van liefde,
vol van liefdevolle aandacht voor het geschapene en de medemens.
Het tegenovergestelde van die liefdevolle aandacht is geslotenheid,
teruggeplooid leven op jezelf, het gevolg van een angstig bewustzijn,
van trauma of frustratie, die de mens ook doen verlammen, verstommen
of verblinden, een juiste perceptie van de werkelijkheid,
van jezelf en medemensen onmogelijk maken.
Mensen hebben nood aan bevrijding van angst en schaamte,
de angst om niet aanvaard te worden, niet bemind te zijn.
Alleen het aangeraakt worden door een onvoorwaardelijke liefde,
ontdaan van elke vorm van zelfbetrokkenheid
en niet al te zeer verdorven door koel en beredeneerd professionalisme,
is in staat de mens daarvan te bevrijden.
Die aanraking grijpt plaats in een ontmoeting met Jezus.
Die ontmoeting en aanraking is hetgeen we van God mogen verwachten
in onze innerlijke ontmoetingsruimte van een open geest en een open hart,
in ons verstillen en in ons liefdevol omgaan met de medemens,
ook met de medemens die zelf nood heeft aan genezing en bevrijding.
Het was de ontmoeting met en een aanraking van een melaatse
die het hart en de geest van Franciscus van Assisie openden, bevrijdden
en de dolende jonge man heelden.
Voor zo’n ontmoeting en voor de verstillende stilte moeten we leren openstaan.

We keren nog even terug op die openheid als ‘aandacht’,
die door angst en al te grote zelfbetrokkenheid onmogelijk gemaakt wordt.
Aandacht bevat ook een correcte perceptie van de werkelijkheid,
dus niet belet door onware en ondoelmatige gedachten en emoties,
niet verhinderd door leugens en onwaarheid over onszelf
en over de werkelijkheid rondom ons, leugens en onwaarheid
die eigenlijk een element zijn van een afsluitend en beschermend schild
dat we rondom onszelf optrekken in een poging emotioneel te overleven.

Tot die aandacht en juiste perceptie behoort nu ook
het leren zien van de tekenen van de tijd.
Vanuit die aandacht en juiste perceptie kan men komen
tot een juist oordelen en juist handelen:
“Wat moeten we nu doen?”
Een oordeel geleid door angst of eigenbelang is nooit correct te noemen.
Het is het gevolg van een verstoorde aandacht en van een onjuiste perceptie.
Die kan soms leiden tot ongebreidelde vernieuwingsdrang
of tot krampachtige behoudszucht.
Beiden verhinderen de noodzakelijke transformatie of verandering.
Dit gegeven is ook in de Kerk waarneembaar,
die steeds nood heeft aan transformatie in de zin van:
meer en meer beantwoorden aan wat ze moet zijn, namelijk,
het lichaam van Christus in de wereld,
de plaats en de ruimte en de gemeenschap
waar een helende ontmoeting met Christus mogelijk is.
Tot deze verandering roept paus Franciscus op
en deze oproep vormt voor drie jaar de zgn. grondtoon van ons pastoraal werk.
Geen kerkgemeenschapjes die op zichzelf terugplooien
maar een missionaire dynamische kerkgemeenschap.

In de maand september wordt die aandacht ook gevraagd voor de schepping,
voor de aarde, de natuur en het milieu.
Ook hier moet het de aandacht voor de tekenen van de tijd zijn,
maar tevens een bewonderende en liefdevolle aandacht.
Die aandacht brengt ons naar een juist oordeel
en naar een juist omgaan met de aarde, de natuur en het milieu.
Ook hier staat het begrip ‘verandering’ centraal,
een begrip dat nu aanleunt bij ‘bekering’.
We moeten dringend leren anders omgaan met de aarde, de natuur, het milieu,
een omgaan waarin minder angst en eigenbelang aanwezig is.
En ook door de broosheid en de schoonheid van de natuur
kan God ons helend en genezend aanraken.


Omslagfoto: Michelangelo, Public domain, via Wikimedia Commons