Homilie voor de 26e zondag door het jaar

26 september 2021

Evangelie: Mc 9, 38-43. 45. 47-48
In die tijd zei Johannes tot Jezus: ‘Meester, we hebben iemand die ons niet volgt in uw naam duivels zien uitdrijven, en we hebben getracht het hem te beletten omdat hij geen volgeling van ons was.’ Maar Jezus zei: ‘Belet het hem niet, want iemand die een wonder doet in mijn Naam zal niet zo grif ongunstig over Mij spreken. Wie niet tegen ons is, is voor ons. Als iemand u een beker water te drinker geeft omdat gij van Christus zijt, voorwaar Ik zeg u: zijn loon zal hem zeker niet ontgaan. Maar als iemand een van deze kleinen die geloven, aanleiding tot zonde geeft (skandalisè), het zou beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp. Dreigt uw hand u aanleiding tot zonde te geven (skandalidzè), hak ze af; het is beter voor u verminkt het leven binnen te gaan dan in het bezit van twee handen in de hel te komen, in het onblusbaar vuur. Het is beter voor u kreupel het leven binnen te gaan dan in het bezit van twee voeten in de hel te worden geworpen. Het is beter voor u met een oog het Rijk Gods binnen te gaan dan in het bezit van twee ogen in de hel te worden geworpen, waar hun worm niet sterft en het vuur niet gedoofd wordt.

‘Ergernis’ is duidelijk het thema van deze evangelielezing,
hoewel ‘ergernis geven’ in onze vertaling tweemaal genoteerd wordt
als ‘aanleiding tot zonde geven’.
In de oorspronkelijke taal van de evangelist Marcus, het Grieks,
staat echter telkens een werkwoord dat we kunnen vertalen als
‘schandalig zijn’, ‘schandalig vinden’.

Jezus ergert zich aan de klein- en enggeestigheid van zijn leerlingen.
Die klein- en enggeestigheid toonden zich al in hun strijd om de rangorde:
de eerste, de belangrijkste willen zijn.
Nu tonen ze zich opnieuw in hun geërgerd zijn
over het goede dat anderen doen in Jezus’ naam,
maar los van hun eigen kring, hun eigen organisatie, hun eigen initiatief.
Dat soort ‘geërgerd zijn’ is afkomstig van het kleine ik, van het ego,
dat inderdaad de eerste en belangrijkste wil zijn, dat jaloers is,
dat niet over frustraties heen kan, dat oordeelt vanuit een verkeerd denken,
vanuit een verkeerde blik op de werkelijkheid van anderen,
of gewoon vanuit onwetendheid.
Vrij zijn van dit soort ergernis is een groot ideaal
in alle ernstige vormen van spiritueel leven, ook niet christelijke.

Tegenover de klein- en enggeestigheid van de leerlingen
riep Jezus op tot grootmoedigheid in het opnemen van een kind,
waarmee dus bedoeld werd: het zorg dragen en verantwoordelijkheid opnemen
voor het leven en het welzijn van de zwakke, weerloze en kwetsbare medemens,
het dienstbaar zijn aan allen die voor hun leven en welzijn
van de inzet van anderen afhankelijk zijn.
Tegenover de klein- en enggeestigheid van de leerlingen
plaats Jezus ook de grootmoedigheid van God
die de kleinste weldaad aan de kleinmoedige leerlingen niet onbeloond zal laten.

Jezus’ ergernis heeft echter meer te maken met woede en goddelijke toorn.
Hij is woedend omdat men aan kleine mensen hun vertrouwen in God ontneemt
door hen woorden of daden voor te houden die met geloof niets te maken hebben,
door van hen vroomheid of daden te vragen die met geloof en liefde niets te maken hebben
en waardoor men mensen van God verwijdert, hen een verkeerd Godsbeeld voorschotelt,
waardoor ze later niet meer voor een waarachtig Godsbeeld ontvankelijk zijn
en, eenmaal hun kritisch bewustzijn is ontwaakt, God en iedere vorm van geloof verwerpen.

Maar ook Jezus ergerde mensen: de Farizeeën, zijn stadsgenoten, zijn familieleden.
Misschien ergerde Hij volgens Marcus ook zijn moeder.
Was haar ergernis wellicht eerder een vorm van bezorgdheid,
die van de Farizeeën was ook meer verwant met woede,
maar dan de woede van het zich gekwetst gevoelde ego.
Want in de geest van de profeet Jesaja wijst Jezus
hun vroomheid en geloof af als ongeloof,
hun wetgeving en regels als puur menselijke overwegingen,
niet als Gods wil.
Zij zijn het, die zaken verkondigen die niets met geloof te maken hebben,
die vroomheid en geloofsbeleving eisen die met liefde niets te maken hebben,
die mensen van God verwijderen, een verkeerd Godsbeeld voorschotelen,
mensen niet alleen een waarachtig Godsbeeld onthouden,
maar ook nog eens hun geweten verwringen,
niet alleen opzadelen met onware en voor het geluk ondoelmatige gedachten,
maar ook met onnodige schuldgevoelens,
of met al te geruststellende menselijke overwegingen.
Zij zijn het die de kleinen ergernis geven, aanleiding tot zonde geven,
dat wil zeggen, hen eigenlijk van God verwijderen.
Ergerlijk…..

Uiteraard moeten we zelf bij wat we vandaag verkondigen waakzaam zijn,
maar Jezus wou komaf maken met de vervelende en verkeerde ideeën en vroomheden
waarin God steeds opnieuw opgesloten werd,
als bedreigend of als ongevaarlijk gepresenteerd werd.
Paus Franciscus waarschuwt dat het gevaar bestaat in de verkondiging
om in een bepaalde omstandigheden een onevangelisch Godsbeeld mee te geven
of een menselijke ideaal te presenteren,
dat niet aan het evangelisch christelijke beantwoordt.
Dat geschiedt telkens als men mensen wil onderdrukken, gebruiken, misbruiken,
of omgekeerd, als men hen wil behagen en in hun klein-menselijkheid wil bevestigen.

In de islamwereld werd dergelijke vorm van verkondiging,
die kan leiden tot religieuze waanzin, aangeklaagd door
de Frans-Iraanse journalist, oorlogscorrespondent en schrijver Freidoune Sahebjam,
en nogal schokkend indrukwekkend verhaald in zijn boeken
De steniging van Soraya M. en Ik heb geen tranen meer.
In dat laatste boek vertelt een Iraanse jongen
hoe kinderen en jongeren door het regime zo geïndoctrineerd werden
dat ze, tijdens de oorlog met Irak in de jaren ‘80
met duizenden ongewapend de vijand tegemoet liepen.
In feite dienden ze over mijnenvelden te lopen om deze te ‘ruimen’.
Men begrijpt dan direct de titel van een ander boek van Sahebjan:
Kom terug Mohammed, ze zijn gek geworden.

Natuurlijk vallen er in de geschiedenis van het christendom en de Kerk
ook dergelijke  gevallen van religieuze waanzin aan te tonen
en wie heeft er binnen de Kerk als eens niet geërgerd verzucht:
“Kom terug Christus, ze zijn gek geworden.”

Een laatste keer spreekt Jezus in het evangelie van deze zondag
over ‘ergernis’, of ‘aanleiding tot zonde’
en hij richt zich daarbij tot zijn leerlingen, dus ook tot ons.
Hij roept beeldend schokkend op om ons radicaal te onthouden
van gedragingen die uiting zijn van angst of egoïsme,
van bezitsdrang, machtsdrang of drang naar bevestiging.
Er kan geen sprake zijn van compromis.
Het werkwoord ‘afhakken’ drukt dat duidelijk uit.
Wie in zijn verkondiging alleen troostende woorden heeft
over de onvoorwaardelijke barmhartigheid en liefde van God
en niet spreekt over de radicale eisen van de navolging,
hakt van het door Jezus gepresenteerde Godsbeeld en zijn verkondiging
nogal een wezenlijk stuk af.

Laten we dan ook geen halve christenen zijn.


Omslagfoto: Foto door form PxHere