Homilie voor de 29ste zondag door het jaar

17 oktober 2021

Evangelie Marcus 10,35-45
Toen kwamen Jakobus en Johannes de zonen van Zebedeüs, naar Hem toe en zeiden:
‘Meester, wij willen dat U voor ons doet wat wij U vra­gen.’
Hij antwoordde hun: ‘Wat wilt ge dan dat Ik voor u doe?’
Zij zeiden Hem: ‘Geef dat in uw glorie een van ons aan uw rechter ‑
en de ander aan uw linker­hand moge zitten.’
Maar Jezus zei hun: ‘Ge weet niet wat ge vraagt. Zijt ge in staat de beker te drinken
die Ik drink en met het doopsel gedoopt te worden waarmee Ik gedoopt wordt?’
Zij antwoordden Hem: ‘Ja, dat kunnen wij.’ ‘Inderdaad,’ gaf Jezus toe, ‘de beker die Ik drink,
zult gij drinken, en met het doopsel waarmee Ik gedoopt word, zult gij gedoopt worden;
maar het is niet aan Mij u te doen zitten aan mijn rechter ‑ of linker­hand, omdat alleen zij dit verkrijgen voor wie dit is bereid.’
Toen de tien anderen dit hoorden, werden ze kwaad op Jakobus en Johannes.
Jezus echter riep hen bij zich en sprak tot hen: ‘Gij weet dat zij die als heersers der volkeren gelden,
hen met ijzeren vuist regeren en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen.
Dit mag bij u niet het geval zijn; wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn,
en wie onder u de eerste wil zijn moet de slaaf van allen zijn,
want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden,
maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.’

Foto door form PxHere

Emiel Jozef De Smedt, bisschop van Brugge van 1952 tot 1984,
had als Latijnse wapenspreuk ‘Ministrando’, “om te dienen”.
Hij vond die in het laatste vers van de evangelielezing van vandaag:
want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden,
maar om te dienen en om zijn leven te geven als losprijs voor velen.
Met die wapenspreuk wou hij duidelijk maken
dat hij als bisschop in de voetstappen van Jezus zou treden: dienend.
Maar wat betekent dat ‘dienen’ van Jezus?
En wat moet ons dienen in de navolging van Jezus zijn?
‘Dienen’ is hier synoniem van ‘liefhebben’.
‘Liefhebben’ betekent voor ons dan weer zorg en verantwoordelijkheid dragen
voor de vreugde, de vrede en de bevrijding van onze medemensen.
Het gaat over bevrijding van alles wat ‘echt leven’ niet mogelijk maakt,
wat liefdevol, vredevol en vreugdevol leven verhindert.
Dienen is dus zorgen dat mensen echt zichzelf kunnen zijn.
Jezus deed dit door genezingen en duiveluitdrijvingen,
maar Hij deed dat ook door zijn verkondiging.
Zijn verkondiging houdt immers de boodschap in
dat Gods onvoorwaardelijke liefde naar iedere mens uitgaat
en God ook iedere mens oproept de gebondenheid aan zichzelf op te geven
waardoor men in staat is lief te hebben en te dienen zoals God dat doet.

Dienen is niet de weg naar eer en macht in de wereld,
naar de hoogste plaatsen in de wereld van de mensen.
Maar het is wel de weg naar de hoogste plaats in het Rijk Gods.
En die hoogste plaats is volkomen mens zijn, heilig en goddelijk,
beeld en gelijkenis van God.
Dat heeft helemaal niets te maken met eer en macht, met rijkdom en aanzien,
met kunde en kennis, maar alleen met liefde, liefhebben zoals God liefheeft.
We weten ondertussen dat dit liefhebben gelijk staat met ‘dienen’.
De weg naar een heilig en goddelijk mens zijn is de weg van de dienstbaarheid.
De laagste plaats in de wereld, die van dienaar,
is de grootste in het Rijk Gods, in de ogen van God.
De allerlaagste plaats in de wereld, die van slaaf,
is de allergrootste in het Rijk Gods, in de ogen van God.
Dit is een complete omkering van het wereldse denken en oordelen.
Dat brengt ook een andere levenswijze,
een andere manier van handelen en omgaan met mensen met zich mee.

In het leven van de christen moet gebondenheid aan het ego onbestaande zijn.
Jezus heeft het over ‘breken met jezelf’, ‘jezelf verloochenen’.
Het streven en zoeken van dat ego naar eer en macht
moet ook onbestaande zijn en plaatsmaken voor dienen, voor dienende liefde.
Bovendien is het streven naar eer en macht altijd verdrukkend:
de anderen op de een of andere wijze klein houden of kleineren.
Dat kan letterlijk gebeuren, soms met fysiek geweld.
Maar ook met woorden, met geroddel, het vertellen van leugens,
met het uitdrukkelijk twijfels uiten over de goede bedoelingen van anderen.
Het verdrukken van een ander kan zelfs heel geniepig geschieden
door zichzelf als de verdrukte voor te stellen
en daardoor een ander met schuldgevoelens op te zadelen.
Er is in het verdrukken misbruik van macht, van kennis, van halve waarheden,
maar ook soms het misbruik van de slachtofferrol,
waardoor bv. de staat Israël nog altijd meent te kunnen wegkomen
bij het verdrukken van de Palestijnse bevolking.
Dat alles – zegt Jezus – mag bij ons niet het geval zijn.

Het streven naar eer, macht en bezit wordt in onze levenswijze
vervangen door het zoeken naar wijzen om het echte leven,
om de vrede, de vreugde en de vrijheid van anderen te helpen bevorderen.
Dat heet in het Nederlands dus: dienen, liefdevolle dienstbaarheid.
Uiteindelijk moet dit dienen het dienen van een slaaf zijn.
Dat is een zeer radicale en revolutionaire boodschap
die niemand spontaan graag hoort.
Bij nader inzien is dat een bijna ondraaglijke boodschap
waarvoor men weinig mensen warm kan maken,
zeker in een tijd waarin het individu, het ik een hoofdrol speelt
en alles wat persoonlijke vrijheid aan banden legt wil vernietigen,
alles wat de vrijheid en de ontplooiing van het ego belemmert.

Want wat betekent ‘dienen als een slaaf’?
Dienen als een slaaf is in ieder geval
dienen zonder er enig persoonlijk belang bij te hebben.
Het dienen van de slaaf is niet vrijwillig, maar omdat het nu eenmaal moet.
Een slaaf dient niet omdat hij wil en wanneer hij wil.
Een slaaf is totaal onderworpen aan de wil van een ander.
Voor de christen zal dat altijd de wil van God zijn,
en die is niet zomaar gelijk aan de wil van andere mensen,
en is ook niet zomaar gelijk aan de wil van mijn eigen ego.
De naaste dienen is niet het ego van een ander tegemoet komen.
De dienende christen stelt altijd de vraag: “Wat wil God?”
Hij wil natuurlijk het leven, de vreugde en de vrede van mensen.
Maar daarover dienen we te leren denken zoals God denkt
en niet vanuit puur menselijke overwegingen of emoties.
De wil van een verwend kind is niet de wil van God.
Veel van wat mensen menen te mogen eisen is dat ook niet.
Ook in de Kerk gaat het niet om wat de éne of de andere wil.
Voor ons is ten slotte belangrijk wat Jezus wil: dat willen wij weten en doen.
Het dienen van een slaaf hangt ook niet af
van het feit of die slaaf er zin in heeft
of als hij de zin van wat hij moet doen inziet.
Hij heeft bovendien ook geen inspraak.
Maar Jezus pleit in het evangelie uiteraard
niet voor wereldlijke of kerkelijke dictatuur,
voor verwijdering van alle overlegorganen.
Hij pleit evenmin voor blinde en onnadenkende gehoorzaamheid.
Hij vraagt enkel op een vrij radicale wijze
dat wij bij ons liefhebben, bij onze zorg, bij onze inzet,
bij ons engagement en bij ons dienen
de gebondenheid aan ons ego loslaten
en wij ons dienen niet laten afhangen van menselijke emoties en overwegingen
die met de wil van God niets te maken hebben.
In diezelfde zin was Jezus ook zeer kritisch voor veel religieuze wetgeving
en godsdienstige structuren die Hij aanduidde als mensenwet
en helemaal niet de wil van God.
Ook dat was een radicale en revolutionaire boodschap
die niemand in ‘Jeruzalem’ spontaan graag hoorde.


Omslagfoto: Foto door form PxHere