Homilie voor de 31ste zondag door het jaar

30 oktober 2022

Evangelie Lc 19, 1-10
In die tijd ging Jezus Jericho binnen. Terwijl Hij er doorheen trok poogde een zekere Zacheüs, hoofdambtenaar bij het tolwezen en een rijk man, te zien wie Jezus was. Maar hij slaagde daarin niet vanwege de menigte, want hij was klein van gestalte. Om Hem toch te zien liep hij hard vooruit en hij klom in een wilde vijgenboom, omdat Jezus daar langs zou komen. Toen Jezus bij die plaats kwam keek Hij omhoog en zei tot hem: “Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in uw huis te gast zijn.” Zacheüs kwam snel naar beneden en ontving Hem vol blijdschap. Allen zagen dat en merkten morrend op: “Hij is bij een zondaar zijn intrek gaan nemen!” Maar Zacheüs trad op de Heer toe en sprak: “Heer, bij deze schenk ik de helft van mijn bezit aan de armen. En als ik iemand iets afgeperst heb, geef ik het hem vierdubbel terug.” Jezus sprak tot hem: “Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen, want ook deze man is een zoon van Abraham. De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken, en om te redden wat verloren was.”

Hoe gaan we dit verhaal van Zacheüs definiëren?
Een roepingsverhaal? Ja, dat is het.
Een ontmoetingsverhaal? Ook goed.
Een wonderverhaal? Wel, ja….
Of een genezingsverhaal misschien?
Het draagt immers alle kenmerken van de genezingsverhalen in de evangelies.
Er is een zieke die door zijn ziekte gemarginaliseerd wordt.
De ziekte is verwoestend en ruïnerend,
want dat is de letterlijke betekenis van ‘verloren’:
de ziekte verwoest en ruïneert de gezondheid en de persoonlijkheid van de zieke.
De genezing geschiedt door en in de ontmoeting met Jezus.
De genezing betekent een radicale verandering, ommekeer in het leven,
een helende ‘180° transformatie’ in alle betekenissen van het woord:
de blinde ziet, de stomme spreekt, de dove hoort, de lamme loopt,
de knettergekke wordt doodnormaal, de besmette wordt rein en de dode wordt levend.
Toch is het genezingsverhaal van Zacheüs anders.
Dit door de aard van de ziekte:
de drang tot afpersen, de drang om overdreven rijkdom te verzamelen
ten koste van de anderen.
Deze drang bracht Zacheüs inderdaad aan de rand van de samenleving,
waar de rijke normaal in het centrum staat, in een machtscentrum,
een centrum waar ook Zacheüs misschien hoopte te staan.
Maar zijn geluksprogramma, het veroveren van waarde en eigenwaarde
door het veroveren van bezit, macht en prestige heeft niet gewerkt.
Hij werd uit het centrum, zelfs uit alle achting en waardering geplaatst.
Misschien deed de massa (‘allen’) dat niet alleen vanuit een rechtvaardigheidsgevoel,
maar ook vanuit naijver, frustratie.
Ze gunnen Zacheüs ook niet de ontmoeting met en de aandacht van Jezus,
en wellicht ook niet de vergeving en het herstel dat volgt.
Slachtoffers het enige of allerlaatste woord gunnen
is niet altijd in overeenstemming met Gods goedheid
en met een goddelijke en hogere vorm van rechtvaardigheid.
In ieder geval brengt ook hier de genezing een ‘180° transformatie’ met zich mee:
de afperser wordt een ‘wilde weldoener’
en zijn compenserend gedrag is overdreven,
overdreven naar de norm van de wet en van het gezond verstand.
Maar wat bracht nu die ‘180° transformatie’ tot stand?
Niet een oordelend of veroordelend woord, zelfs geen veroordelende blik.
Niet een straf die slachtoffers misschien verwachtten.
Wel de opkijkende blik en het uitnodigende woord van iemand
die daarmee zelf 180° anders handelde, keek en sprak
dan de boze, geërgerde en gefrustreerde massa,
de massa, die we dienen te verlaten als eerste stap van het spirituele leven.
Dus niet neerkijken maar opkijken,
niet willen bekeren en veranderen maar willen ontmoeten,
niet veroordelen maar wijzen op je ware wezen:
zoon van Abraham, eigenlijk kind van God,
huis van God, iemand waarin God te gast wil zijn, wil wonen.

Zijn wij Zacheüs of Jezus?
We zijn Zacheüs als we met reden maar meestal zonder reden
angstig zijn voor het oordeel van mensen. We hoeven dat niet te zijn.
We zijn Jezus als we anderen onbevangen tegemoet treden,
ook diegenen die niemand wil ontmoeten
en als we dan daarom de ergernis en het oordeel van de massa trotseren.
Dan kunnen we bij mensen wonderen verrichten.


Omslagfoto: tekening PEMTHO – scan strip: Studio Vandersteen