Homilie voor de 3de paaszondag

18 april 2021

Evangelie: Lc 24, 35-48
In die tijd vertelden de twee leerlingen wat er onderweg gebeurd was en hoe Jezus door hen
herkend werd aan het breken van het brood. Terwijl ze daarover spraken stond Hijzelf
plotseling in hun midden en zei: ‘Vrede zij u.’ In hun verbijstering en schrik meenden ze een
geest te zien. Maar Hij sprak tot hen: ‘Waarom zijt ge ontsteld en waarom komt er twijfel op
in uw hart? Kijkt naar mijn handen en voeten: Ik ben het zelf. Betast Mij en kijkt: een geest
heeft geen vlees en beenderen zoals ge ziet dat Ik heb.’ En na zo gesproken te hebben
toonde Hij hun zijn handen en voeten. Toen ze het van vreugde en verbazing niet konden
geloven zei Hij tot hen: ‘Hebt ge hier iets te eten?’ Zij reikten Hem een stuk geroosterde vis
aan; Hij nam het en at het voor hun ogen op. Hij sprak tot hen: ‘Dit zijn mijn woorden, die Ik
sprak toen Ik nog bij u was: Alles moet vervuld worden wat over Mij staat in de Wet van
Mozes, in de profeten en in de psalmen.’ Toen maakte Hij hun geest toegankelijk voor het
begrijpen van de Schriften. Hij zei hun: ‘Zo spreken de Schriften over het lijden en sterven
van de Messias en over zijn verrijzenis uit de doden op de derde dag, over de verkondiging
onder alle volkeren, van de bekering en de vergiffenis der zonden in zijn Naam. Te beginnen
met Jeruzalem moet gij van dit alles getuigen.’

Ons zondagsevangelie uit het Lucasevangelie veronderstelt niet alleen
dat men weet heeft van het in dit evangelie voorafgaande relaas
van de twee leerlingen van Emmaüs, maar herinnert her en der
aan het evangelie van de 2de paaszondag,
het verhaal in het evangelie van Johannes van de verschijning van de verrezen Jezus
aan de angstige leerlingen en aan de twijfelende Thomas.
Werd Thomas door het zien en aanraken van de verrezen Jezus
– hetgeen hij verlangde en waartoe Jezus hem uitnodigde –
tot een geloofsbelijdenis gebracht,
ook hier lezen we hoe de verrezen Jezus twijfelende leerlingen
tot inzicht en bewustwording van zijn aanwezigheid brengt
door zich aan hen te laten zien
en door zich door hen te laten aanraken.

Het eerste dat het inzicht en bewust worden van zijn aanwezigheid
in de weg staat is ‘twijfel in het hart’.
Voor ons Nederlandse woord ‘twijfel’ heeft de Griekse oorspronkelijk tekst
iets als ‘in het hart opkomende gedachten’.
Die gedachten zijn dus niet het kritisch en sceptisch nadenken.
De twijfel is niet het eindpunt van een oordelende logica.
Die gedachten en de twijfel behoren bij de angstige geaardheid van de mens
waardoor het vreemde niet als het ‘eigene’ herkend en erkend wordt.
Ze zijn verwant met de vele onware en ondoelmatige gedachten
die in onze relaties met mensen, in ons spreken, in ons denken
en open en ontvankelijke houding verhinderen,
een juist inzicht en een juiste perceptie onmogelijk maken:
in hun verbijstering en schrik meenden ze een spook te zien.
Hoe breng je een drenkeling tot het inzicht dat hij niets hoeft te doen,
dat al zijn pogingen om zichzelf te redden door zich vast te klampen
het de redder alleen maar onmogelijk maken zijn reddend werk te doen?
Hoe kom je tot het inzicht, dat de mens die zich boos op je maakt,
je niet haat maar integendeel hartstochtelijk bemint?

Embed from Getty Images

‘Ze is ongelooflijk!’

En dan is er dat ‘niet kunnen geloven’.
Ook hier weer niet het gevolg van geredeneer.
De oorzaak, de reden is zeer merkwaardig en men staat er zelden bij stil:
‘verbijstering en schrik’ hebben plaatsgemaakt voor ‘vreugde en verbazing’.
Het doet me denken aan jockey Rachel Blackmore die met haar paard Minella Times
als eerste vrouw de wereldberoemde steeplechase Grand National in de UK won
en na haar overwinning voor de camera’s verklaarde ‘dat ze het niet kon geloven’.
Dat betekent zoveel als: ‘Dat had ik nooit verwacht! Dat achtte ik als onmogelijk.’
En een krant berichtte over Rachel: “She’s incredible!” – “Ze is ongelooflijk!”
Ook hier moest de perceptie bijgesteld worden:
“Rachel, diegene die als eerste over de finish raasde: dat ben jij wel degelijk!
En.., zie je wel dat je het kunt! En, waar kwam de gedachte vandaan
dat je het niet zou kunnen, dat het onmogelijk zou zijn!”
Hoe komen mensen tot geloof in zichzelf, tot geloof in anderen?
Tot vertrouwen?

In Jezus’ aanpak is er het langzame toegankelijk maken van de geest,
hetgeen ook al gedaan werd met die twee van Emmaüs,
die ‘onverstandigen, die zo traag zijt in het geloof
aan alles wat de profeten gezegd hebben’ (Lc 24,25).
Het is het ‘uitvoerig onderricht’ (Mc 6,34)
waardoor Jezus hun opvatting, hun beeld en hun verwachting
over de Messias afbreekt, ‘delete’, deprogrammeert,
en er een nieuw beeld voor in de plaats zet, ‘downloadt’:
geen politiek zegevierende Messias, geen machtige aardse vorst,
maar een verworpen, lijdende en gekruisigde.
Het moest al lang duidelijk zijn!
Geen intocht op een machtig paard, maar op een ezelsveulen.
Geen machtige overwinning of gebouw of monument ter nagedachtenis,
maar wat brood en een dronk uit een beker.
En had Hij zelf zijn lijden niet voorspeld?
Ja, de verrezen Messias is wel degelijk die gekruisigde
en omgekeerd, die gekruisigde is wel degelijk de Messias!
Paulus schrijft aan de Korintiërs:
1, 23Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus,
voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid.

En voor de leerlingen: ongelooflijk!
Misschien herkennen ze de Verrezene niet
omdat ze nog niet kunnen aanvaarden dat de gekruisigde wel degelijk dé Messias is,
de openbaring van God in de wereld..
En wat die Messias bovendien brengt is niet de onafhankelijk van Israël,
niet een groot aards koninkrijk, niet een sociale revolutie,
maar een oproep tot bekering en vergiffenis van zonden,
herstel van eenheid met God, met je diepste zelf
en daarom ook van diepe verbondenheid met mensen.
De Messias roept tot navolging,
brengt en toont een weg naar diepe vrede en vreugde, naar goddelijk leven,
en daarom ook naar universele vrede en rechtvaardigheid.
Het is een weg van zelfverloochening,
beantwoordend aan de goddelijke levensweg: sterven en worden.
Dat men leeft door te sterven: wie zou daaraan niet twijfelen?
Wie acht dit voor mogelijk? Is dat niet ongelooflijk?
Eer onze geest hier steigert is het ons ‘hart’ dat …. twijfelt…

In Jezus’ aanpak is er ook het laten zien van zijn ‘verrijzenislichaam’.
Dit ‘lichaam’ openbaart de levenswet:
de gestorvene leeft, de gekruisigde is de verrezene.
In Jezus eigen woorden:
Mc 8, 35 Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen.
Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie, zal het redden.

Ook de Verrezene moet die menselijke wetmatigheid volgen:
om tot in-zicht te moeten mensen ‘zien’,
al kan dit betekenen: ervaren, geraakt worden.
Niet noodzakelijk fysisch zien.
Ik heb nog nooit de Verrezene als zodanig gezien
en ik heb ook nog nooit een overdonderende Godservaring gehad.
En toch ‘weet’ ik me vaak innerlijk geraakt
door een woord, een ‘inzicht’, een bewust worden, en vooral
door een verlangen om goed te zijn, lief te hebben,
door een appel op menselijkheid.
Tot Thomas en de andere leerlingen zei Jezus:
Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.
Ik denk hierbij aan Ruth Burrows, een Engelse karmelietes
die priorin van haar klooster werd, getuigde van vele geloofstwijfels
en het in haar boek Essence of Prayer heeft over trouwe kloosterlingen met light of:
mensen bij wie er nooit zoiets als een helder openbarend licht geschenen heeft,
geen bijzondere ervaring, maar gewoon getrouw hun roeping volgden.

Bron: opencontemplatiefhuis.be

Zij is ook ongelooflijk…

Daarom is God mens geworden.
Om door mensen gezien en gehoord te worden.
Maar welke mens is in staat in en door en met zich God te openbaren?
Welke mens is in staat God te laten horen?
Voor een antwoord opnieuw naar Paulus:
een mens die zich niet vastklampt aan de gelijkheid met God,
die zich van zichzelf ontdoet, het bestaan van een slaaf op zich neemt,
aan de mensen gelijk wordt, en als mens zich vernedert,
en aan de wil van God gehoorzaam is,
tot de dood, tot de dood aan het kruis.
(Filippenzen 2, 6-8)
Een mens dus wiens lichaam, wiens menszijn, wiens persoon ‘getransformeerd’ is
door die zelfontlediging, door dat slaaf zijn, door die vernedering,
door die gehoorzaamheid, door die kruisiging.

Het ‘verrijzenislichaam’ is dat getransformeerde lichaam.
De Verrezene is die getransformeerde mens.
Jezus maakt de leerlingen niet alleen duidelijk dat Hij de Verrezene is.
Hij maakt ook duidelijk wat verrijzenis is, wat echt leven betekent.
Geloven we dat? Of twijfelen we daaraan?
En, willen we van dit ‘lichaam’ ook deel uitmaken
door dezelfde weg als Jezus te gaan,
waardoor mensen bewust worden
van de aanwezigheid van de Verrezene in ons en in henzelf?
Dat is het ‘getuigen’ waarvoor de leerlingen gezonden worden.


Omslagfoto: Foto door form PxHere