• Leestijd:10 minuten gelezen

24 januari 2021

Evangelie Mc 1, 14-20
Nadat Johannes was gevangen genomen ging Jezus naar Galilea en verkondigde er Gods
Blijde Boodschap. Hij zei: ‘De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij. Bekeert u en gelooft in
de Blijde Boodschap.’ Toen Jezus eens langs het meer van Galilea liep zag Hij Simon en de
broer van Simon, Andreas, terwijl zij bezig waren het net uit te werpen in het meer. Zij
waren namelijk vissers. Jezus sprak tot hen: ‘Komt, volgt Mij, Ik zal maken dat gij vissers van
mensen wordt.’ Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem. Iets verder
gaande zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en diens broer Johannes. Ook zij waren in de
boot bezig met hun netten klaar te maken. Onmiddellijk riep Hij hen. Zij lieten hun vader
Zebedeüs met de dagloners in de boot achter en volgden Hem.

Judea was het actiedomein van Johannes.
Waarom Jezus na zijn doopsel en verblijf in de woestijn naar Galilea terugkeerde
en daar een begin maakte van zijn zgn. ‘openbaar leven’ is niet duidelijk.
Achtte Hij Galilea veiliger, of wou Hij in Galilea
een woord van Jesaja in vervulling te doen gaan:
Het volk dat ronddwaalt in het donker, ziet dan een helder licht,
over hen die wonen in een land vol duisternis gaat dan een stralend licht op. (Jesaja 9,1)
Hoe dan ook, met zijn oproep tot bekering zette Jezus de verkondiging van Johannes verder,
een verkondiging die een oproep tot bekering was,
eerder dan het uiteenzetten van dogmatische geloofswaarheden.

De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij.
Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.
Het is best mogelijk dat dit vers
niet zomaar een korte samenvatting is van Jezus’ verkondiging,
maar dat deze woorden werkelijk een soort openingsvers waren van Jezus’ verkondiging.
In de verbeelding van sommigen stapte Jezus dan door de velden,
door de straten en over de pleinen en herhaalde Hij als een gebedswoord, een mantra,
zijn aankondiging en oproep tot ieder die Hij er ontmoette of voorbijging.
Het is echter best mogelijk dat Hij zijn publiek meteen opzocht in de synagogen
en er zijn uiteenzetting begon met die korte mededeling.
Zo schetst de evangelist Lucas het:
In de kracht van de Geest keerde Jezus terug naar Galilea
en men sprak over Hem in heel de streek.
Hij trad nu op als leraar in hun synagogen en werd algemeen geprezen. (Lucas 4, 14-15)

De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij.
Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.
Dit vers is desalniettemin een samenvatting van Jezus’ boodschap.
Het bevat een aankondiging van de nabijheid van het Rijk Gods.
Deze mededeling dient vertrouwen op te wekken,
een vertrouwen, een geloof dat de mens in staat stelt zich te bekeren,
een nieuw leven aan te nemen, een leven dat een deelnemen is aan dat Rijk Gods.

Misschien was dit al iets nieuws voor zijn toehoorders,
namelijk, dat het Rijk Gods niet zomaar uit de hemel komt vallen
en niet zomaar wordt geschonken door een machtige Messias,
die verondersteld wordt alle problemen op te lossen
en het voor de mensen te regelen, zoals men dat van regeringen verwacht.
Het is ook een totaal oude opvatting van de sacramenten en de verlossende genade
alsof Jezus door zijn lijden en sterven alles heeft ‘gearrangeerd’.
Deelname aan het Rijk Gods vraagt om bekering.
Daarom is die oproep tot bekering een verlossende daad
die het Rijk Gods nabij doet zijn en het nieuwe Godsvolk doet ontstaan.
Dat Godsvolk zijn allen die aan de oproep tot bekering en geloof gevolg geven.
Het is een oproep en een roeping die tot alle mensen gericht is.

Jezus kijkt onmiddellijk uit naar helpers om die oproep verder te zetten.
En deze oproep blijft de kerntaak van het verlossingswerk van de Kerk tot op vandaag.
Natuurlijk moet deze Kerk zichzelf voortdurend bekeren
opdat ze zó Gods woord zou kunnen spreken,
even bevrijdend en verlossend als Jezus,
zodat de wereld er door verandert en zich vernieuwt.

In alle roepingsverhalen komt het werkwoord ‘navolgen’ voor, in het Grieks akoloutheoo.
We herkennen dit werkwoord in het zelfstandig naamwoord akoliet,
een plechtiger woord voor ‘misdienaar’.
Het Griekse zelfstandig naamwoord akolouthos betekent inderdaad ‘dienaar’.
Maar akolouthos duidt iemand aan die uit vrije wil zijn dienst bewijst
en dit in tegenstelling tot doulos, ‘slaaf’, die uiteraard niet uit vrije wil dient.
Maar het betekent ook weer niet, dat een akoliet zijn diensten komt aanbieden.
Hij wordt ertoe uitgenodigd, geroepen.
En elders in het Marcusevangelie lezen we:
Jezus ging de berg op en riep tot zich die Hij zelf wilde. (Marcus 3, 13)
Jezus ziet die vissers. Hij wil ze bij zich.
Zij hebben Hem niet gekozen.
In het Johannesevangelie wordt dit prachtig verwoord:
Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u
en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan
en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. (Jo 15, 16)
Wat gebeurde er na Jezus’ doopsel, zijn ‘roepingsmoment’?
Terstond dreef de Geest Hem naar de woestijn. (Marcus 1,12)
En wat gebeurt er na de roeping door Jezus:
Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.
Dit woord ‘terstond’ wijst op een compromisloze breuk met het vorige leven.
Er is geen sprake van: “OK, ik kom, maar laat mij eerst nog…”

Zijn ook wij geroepen om compromisloos Jezus na te volgen,
bij Hem in dienst te treden om het Rijk Gods op te bouwen,
te verkondigen en te beleven?
Ja. Ons doopsel is ons roepingsmoment.
Ja, we zijn geroepen om Christus na te volgen.
Christus navolgen is het aannemen van een nieuwe levenswijze,
bekleed worden met de ‘nieuwe mens’.
Het is een geliefd thema in de brieven van Paulus.
Vrijheid is een kernmerk van deze levenswijze.
Bevrijd zijn van ons angstige en zelfzuchtige ‘ego’
en van de drang naar ik-gerichte bevrediging, beveiliging en bevestiging,
van een leven dus waarin de belangen van het ego centraal staan.
Bevrijd worden van alles wat beslag op me legt en me belet, verhindert
om ten diepste mezelf te zijn, te beantwoorden aan mijn diepste verlangens,
inzichten en intuïties (niet bevliegingen en ‘goddelijke ingevingen’),
één te zijn met God, beeld te zijn van God, goed te zijn, rechtvaardig te zijn, lief te hebben.

Er dient de mogelijkheid te zijn om niet na te volgen.
Waar men zomaar christen wordt of moet worden zonder bewuste keuze
en meestal ook zonder het opnemen van een andere levenswijze
is er volgens Bonhoeffer in zijn boek Navolging sprake van ‘goedkope’ genade.
Wanneer het christendom staatsgodsdienst werd
en iedereen christen werd of diende te worden
werden ‘roeping’ en ‘navolging’ gereserveerd voor de woestijnvader en -moeders
die inderdaad een protest vormden tegen de ‘goedkope genade’ van het kerkinstituut.
Navolging werd niet meer beschouwd als een roeping,
als een ‘gebod’ voor allen, maar als een prestatie van enkelen.
Het beleven van de navolging werd dan ook geacht
afgezonderd van de wereld te geschieden,
terwijl de navolging wel degelijk in de wereld en in het alledaagse moet gebeuren.
De geroepene beleeft wel een radicale breuk met de wereld,
maar dit hoeft niet altijd ruimtelijk te worden opgevat.
We kennen dat toch: in de wereld zijn maar niet van de wereld zijn.
De goedkope genade behoort bij een opvatting over het christen zijn
waarbij een bekering als radicale breuk met de wereld onnodig geacht wordt
omdat die wereld toch al ‘christelijk’ is.
Ja, dat was tot voor kort zo.
Men kon dus in de wereld zijn en daar christen zijn zonder duidelijke navolging.
Men werd gedoopt, gevormd, men naderde tot de communie, maar er veranderde niets.

Wat navolging inhoudt, blijkt uit de reactie van de geroepen leerlingen:
terstond: onvoorwaardelijk en onmiddellijk gehoorzamen op de oproep
en alles loslaten, een directe en radicale breuk,
gehoorzaamheid met een onvoorwaardelijk vertrouwen en geloof.
Er is geen voorafgaande uitleg opdat het begrijpbaar en aanvaardbaar zou zijn.
Diegene die roept maakt het begrijpbaar en aanvaardbaar.
Je weet nog wel: Omdat Gij het zijt, groter dan ons hart, die mij hebt gezien…

Er is geen christelijk geloof zonder de roeping van Christus tot navolging,
er is geen christendom zonder roeping tot navolging en zonder navolging.
Zonder die roepende Christus is het christendom een levensbeschouwing,
een ideologie of een spiritueel pad dat men uit eigen wil zelf kiest,
maar waartoe men niet geroepen is.
Navolgen geschiedt niet in gehoorzaamheid aan eigen wil en inzicht
waarbij voorwaarden worden gesteld en gekozen wordt.
En navolging kan ook niet geschieden in gehoorzaamheid
aan wetten en normen van een instituut, van een orde,
en zeker al niet in het volgen van de massa, het zich conformeren met de meerderheid.
Daaraan gehoorzamen is geen geloof.
Het is een kerkelijk leven dat zonder geloof heel goed realiseerbaar is.
Het is gehoorzamen aan regels, het behoren tot een kerk, ‘mijn kerk’,
zonder aan Christus te gehoorzamen, zonder geloof.
Het is niet zo dat geloof leidt tot gehoorzaamheid en navolging,
maar wel dat geloof volgt uit gehoorzaamheid en navolging
zoals men het water pas leert vertrouwen als men erin springt
en ervaart dat het water draagt.
Dat vooraf horen zeggen is niet voldoende en in veel gevallen niet overtuigend!
Het is dus niet zo dat alleen de gelovige kan gehoorzamen,
maar wel dat alleen de gehoorzame tot geloof kan komen.

Een prachtig stuk uit een magistraal werk van de Joodse componist Leonard Bernstein (1918-
1990) getiteld MASS, gecomponeerd op vraag van Jacqueline Kennedy en voor het eerst
uitgevoerd op 8 september 1971 bij de opening van het John F. Kennedy Centrum voor
Uitvoerende Kunsten in Washington. De tekst is van een zekere Stephen Schwartz (1948).
Ik heb het fragment gekozen omwille van Johannes die men opgesloten had. Maar ‘you
cannot imprison the Word of the Lord’: je kan Gods Woord niet opsluiten. Alleen is er zowel
regel en vroomheid en instituut in de Kerk waardoor het Woord wel opgesloten werd/wordt.
Jammer dat ik niet alle gesproken tekst tussenin gevonden heb…
Vergeef me dat ik onderstaande tekst niet vertaald aanbied…

You can lock up the bold men.
Go and lock up your bold men and hold them in tow.
You can stifle all adventure for a century or so.
Smother hope before it is risen,
watch it wizen like a gourd,
but you cannot imprison the Word of the Lord.
No, you cannot imprison the Word of the Lord.
For the Word, for the Word was at the birth of the beginning,
it made the heavens and the earth and set them spinning.
And for several million years,
it withstood all our quorums and fine ideas.
It’s been rough, it’s been rough but it appears to be winning.
There are people who doubt it.
There are people who doubt it and shout it out loud.
There are local, vocal, yokels who we know collect a crowd.
They can fashion a rebuttal that’s a subtle as a sword,
but they’re never going to scuttle the Word of the Lord.
No, they’re never going to scuttle the Word of the Lord.

All you big men of merit, all you big men of merit who ferret out flaws,
you rely on our compliance with your science and your laws.
Find a freedom to demolish while you polish some award,
but you cannot abolish the Word of the Lord.
No you cannot abolish the Word of the Lord.
For the Word, for the Word created mud and got it going.
It filled our empty brains with blood and set it flowing.
And for thousands of regimes,
it endured all our follies and fancy schemes.
It’s been tough, it’s been tough and yet it seems to be growing.
Oh you people of power,
oh you people of power, your power is now.
You may plan to go forever but you never do somehow.
So you wait in silent treason until reason is restored,
and we wait for the season of the Word of the Lord.
We await the season of the Word of the Lord.
We wait, we wait for the Word of the Lord.

(Maar neen! We wachten op het vaccin!!)


Omslagfoto: Duccio di Buoninsegna, Public domain, via Wikimedia Commons