• Leestijd:8 minuten gelezen

7 februari 2021

Evangelie: Mc 1, 29-39
In die tijd toen Jezus uit de synagoge kwam ging Hij met Jakobus en Johannes naar het huis
van Simon en Andreas. De schoonmoeder van Simon lag met koorts te bed; zij spraken Hem
aanstonds over haar. Hij ging naar haar toe, pakte ze bij de hand en deed haar opstaan; zij
werd vrij van koorts en bediende hen. In de avond, na zonsondergang, bracht men allen die
lijdend of bezeten waren bij Hem. Heel de stad stroomde voor de deur samen. Velen die aan
allerhande ziekten leden genas Hij en Hij dreef tal van geesten uit, maar Hij liet niet toe dat
de boze geesten spraken, omdat zij Hem kenden. Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op,
ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats waar Hij bleef bidden. Simon en
diens metgezellen kwamen Hem achterop en toen ze Hem gevonden hadden zeiden ze:
‘Iedereen zoekt U.’ Hij antwoordde hun: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen
in de omtrek, opdat Ik ook daar kan prediken. Daartoe immers ben Ik uitgegaan.’ Hij trok
door heel Galilea, predikte in hun synagogen en dreef de boze geesten uit.

Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op,
ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats
waar Hij bleef bidden.

Laten we wat aandacht besteden aan de informatie, die Marcus ons bezorgt,
over het gebedsleven van Jezus.
We vernemen iets over ‘wanneer’ en ‘waar’.
Niet over het ‘hoe’ en ‘waarom’.
Maar dat kunnen we wellicht uit dat ‘wanneer’ en ‘waar’
en uit de context van Marcus’ informatie gissen.
Jezus bidt op een eenzame plaats.
Misschien om niet gestoord te worden.
In zijn gebedsonderricht van de Bergrede
raadt Hij zijn leerlingen ook aan voor hun gebed de eenzaamheid op te zoeken:
Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer,
sluit de deur achter u en bidt tot uw Vader die in het verborgene is
en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. (Mt 6, 6)

De motivatie is hier evenwel niet het ongestoord zijn:
Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen,
die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden
om op te vallen bij de mensen.

De reden waarom de leerlingen opgesloten en eenzaam en alleen dienen te bidden is,
dat hun gebed – in Jezus’ tijd gezien als verplichting en goede daad –
niet in het oog van anderen, niet opvallend zou geschieden.
Anderen hoeven niet te zien en te weten hoe goed en hoe vroom ze wel zijn,
“hoe goed ze wel bezig zijn”.
Het hoeft ook nergens gepubliceerd te worden…
En dat geldt volgens de Bergrede niet alleen voor gebed (en liturgie).
Mogen we er even aan herinneren?

Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen
om de aandacht te trekken.
Anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader die in de hemel is.
Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit,
zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat,
opdat zij door de mensen geprezen worden.
Voorwaar Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen.
Als gij een aalmoes geeft, laat uw linkerhand dan niet weten, wat uw rechter doet,
opdat uw aalmoes in het verborgene blijve en uw Vader,
die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.(…)
Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen.
Zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn.
Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen.
Maar als gij vast, zalft dan uw hoofd en wast uw gezicht,
om niet aan de mensen te laten zien dat gij vast,
maar vast voor uw Vader die in het verborgene is
en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. (Mt 6, 1-4.16-18)
Maar is dat niet in contradictie met:
Gij zijt het licht der wereld. Een stad kan niet verborgen blijven
als ze boven op een berg ligt!
Men steekt toch ook niet een lamp aan om ze onder de korenmaat te zetten,
maar men plaatst ze op de standaard, zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn.
Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen,
opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.? (Mt 5, 14-16)

Het gaat in de waarschuwing van Jezus over de intentie,
de ingesteldheid waarmee het goede verricht wordt.
Dus niet om de aandacht te trekken, niet ter bevestiging van onszelf.
Dat de goede ingesteldheid aanwezig is,
zou kunnen blijken als ons gebed, ons engagement en onze inzet en ons goed(e) doen
verder gezet worden als er geen maatschappelijke relevantie bij is
en niets aan waardering en verloning.
De kleine ongeziene goedheid dus, waarvan Roger Burggraeve zegt
dat er zonder er geen toekomst is, noch voor de Kerk, noch voor de wereld.
(Roger BURGGRAEVE, Geen toekomst zonder kleine goedheid. Naar genereus samenleven in
verantwoordelijkheid vanuit Emmanuel Levinas
, Halewijn/Berne Media, Antwerpen, 2020.
Het is een boek waarvoor ik Burggraeve zeer dankbaar ben…)
Jezus bidt in het verborgene, maar ook in de stilte van de nacht,
als alles verstild is, ook de mensen verstild zijn, in de zin van
‘opgehouden hebben met’, ‘alles stil gelegd hebben’.
(En dit zonder de verplichting van de avondklok.
Niet dat er in Jezus’ tijd geen nachtleven bestond.
Maar het zal niet zo als nu geweest zijn…)
De stilte en de rust opzoeken om te bidden is natuurlijk belangrijk
opdat het wezenlijke van het gebed zou kunnen plaatsgrijpen:
aandachtig aanwezig zijn bij de Aanwezige.

Dat is denk ik, de reden waarom Jezus bidt
en die reden maakt dus uit wat zijn bidden is:
samen zijn met, één zijn met, aanwezig zijn bij God.
Dat is het bidden dat Jezus noemt ‘in Geest en waarheid’. (Jo 4, 23-24)

Daarom heb ik meer en meer onvrede
met bepaalde gekunstelde vormen van gebed en liturgie
die ik ervaar als een druk gedoe en waarin het onmogelijk wordt
om ‘met ons hart bij de Heer’ te zijn.
Hoe Jezus in die eenzaamheid en stilte bad, dat weten we niet.
Zat Hij? Stond Hij? Lag Hij plat ter aarde?
Had Hij bepaalde gebedstechnieken?
Beoefende Hij het stille contemplatieve gebed, meditatie dus?
Bad Hij met Psalmen? Gebruikte Hij bestaande gebeden?
Was zijn bidden een dialoog met God?
Het enige dat we weten is dat Jezus in zijn gebed
God aansprak met Vader en dat Hij bad met het bewustzijn
dat God zijn Vader was en Hij diens welbeminde zoon.
De eenzaamheid en de stilte van de nacht
werden voor de volwassen Jezus de tempel,
het huis waar Hij bij zijn Vader moest zijn,
terwijl iedereen Hem zoekt…
Wat hebt ge toch naar Mij gezocht?
Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’
(Lc 2, 49)
Uit het wezenlijke van Jezus bidden, namelijk bij zijn Vader zijn,
aanwezigheid bij de Aanwezige, kunnen we veronderstellen
dat vormen en woorden geen rol spelen.
Leert Hij trouwens zijn leerlingen ook niet:
Als gij bidt, gebruik dan geen omhaal van woorden, zoals de heidenen,
want deze menen dat zij door hun veelheid van woorden verhoring zullen vinden.
(Mt 6, 7)
En deze raadgeving maakt ons ook duidelijk dat Jezus niet bidt om ‘verhoord’ te worden.
Zijn gebed is een eenvoudig rusten in God voorbij gedachten, woorden en gevoelens.
Het is ook helemaal niet zeker dat Jezus Gods aanwezigheid ‘voelde’.
Gelovig bewust zijn van Gods aanwezigheid
is niet hetzelfde als in ‘extase’ verkeren!
Een gebed dat niet bestaat uit een vloed van woorden, maar wel luisteren is,
een gebed dat niet dient om verhoord te worden, maar wel horen is
dat tot gehoor-zaamheid leidt,
dat is het gebed waardoor men een ingesteldheid verwerft
die ons in staat stelt te weten wie we zijn,
hetgeen voor de gelovige hetzelfde is als weten wat God van ons wil.
Wij weten dat de kern van Jezus bidden is:
Uw wil geschiede.
Of het Onze Vader hét gebed van Jezus zelf is, dat Hij dan aan zijn leerlingen doorgaf
of een gebed is dat Jezus voor de leerlingen samenstelde,
ook dat weten we niet,

maar uit zijn onderricht kunnen we opmaken
dat het doen van Gods wil en het beleven van het Rijk Gods,
uitmaken wie Hij is en wat Hij van ons verlangt.
Terwijl iedereen rust en slaapt in de nacht –
zoals ook de leerlingen later in Getsemane –
rust Jezus zich uit om de wil van God te volbrengen.
Overdag stroomt uit Hem genezende en reddende goddelijke energie
voor ‘allen die lijdend of bezeten’ zijn.
Overdag stromen uit zijn mond woorden van leven.
’s Nachts tankt Hij zich weer vol, rust Hij zich uit,
in het eenvoudig rusten bij God.
Hoofdtaak blijft de verkondiging.
Want het Rijk Gods blijft de hoofdzaak.
En als het goede doen van Jezus al te opvallend wordt
en iedereen Hem zoekt en men allen naar Hem toebrengt, dan zegt Hij:
Laten we ergens anders heen gaan.
Jezus heeft geen moment waarde gehecht aan zijn succes.
Hij wist trouwens al vroeg: “Heden ‘Hosanna’, morgen ‘Kruisig Hem’!

Oh nuit viens apporter à la terre
Le calme enchantement de ton mystère
L’ombre qui t’escorte est si douce
Si doux est le concert de tes voix chantant l’espérance
Si grand est ton pouvoir transformant tout en rêve heureux

Oh nuit, oh laisse encore à la terre
Le calme enchantement de ton mystère
L’ombre qui t’escorte est si douce
Est-il une beauté aussi belle que le rêve
Est-il de vérité plus douce que l’espérance.


Omslagfoto: Foto door Vladyslav Dushenkovsky via Pexels