• Leestijd:11 minuten gelezen

21 februari 2021

Evangelie – Mc 1, 12-15
In die tijd dreef de Geest Jezus naar de woestijn. Veertig dagen bracht Hij in de woestijn
door, terwijl Hij door de satan op de proef werd gesteld. Hij verbleef bij de wilde dieren en
de engelen bewezen Hem hun diensten. Nadat Johannes was gevangen genomen ging Jezus
naar Galilea en verkondigde Gods Blijde Boodschap. Hij zei: ‘De tijd is vervuld en het Rijk
Gods is nabij. Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.

Het onderstaande lezen vraagt tijd, rust en aandacht. Misschien ook stilte en eenzaamheid.
Het is opnieuw meer dan zomaar een ‘homilie’.

Het relaas van het verblijf van Jezus in de woestijn in het Mc-evangelie
is heel wat korter dan in de evangelies van Matteüs en Lucas
waar we kunnen lezen, hoe de satan tot driemaal toe Jezus probeert te verleiden.
Er is slechts een korte vermelding van het feit dat de satan Jezus op de proef stelt.
Er is geen sprake van vasten.
Het verblijf heeft er zelfs aards-paradijselijke trekken.
Zoals de eerste mens verblijft Jezus ongestoord bij de wilde dieren,
een samenzijn dat ons doet denken aan de paradijselijke vredevolle visioenen bij Jesaja:
Jesaja 11, 6 De wolf en het lam wonen samen, de panter vlijt zich neer naast het bokje,
het kalf en de leeuw weiden samen: een kleine jongen kan ze hoeden.
7 De koe en de berin sluiten vriendschap, hun jongen liggen bijeen.
De leeuw eet haksel als het rund, 8 de zuigeling speelt bij het hol van de adder,
het kind strekt zijn hand uit naar het nest van de slang.

Bovendien heeft Jezus er blijkbaar niets te kort,
want de engelen bewezen Hem hun diensten.
In ieder geval dient opgemerkt te worden
dat Jezus niet vrijwillig de woestijn, de stilte en de eenzaamheid intrekt.
Hij wordt er door de Geest naartoe gedreven.
In het Grieks staat het werkwoord ekballoo, ‘er uit gooien’:
uit de wereld en in de woestijn, in de stilte en de eenzaamheid gegooid worden.
Maar er is dus verder geen sprake van een strenge ascese.
De stilte en de eenzaamheid zijn al genoeg.
Maar heffen die dieren en die engelen
die stilte en die eenzaamheid dan niet op?

Misschien moeten we het maar eens proberen:
veertig dagen en nachten in de stilte en de eenzaamheid,
waarbij stilte eigenlijk wil zeggen: afwezigheid van wereldse, menselijke geluiden.
Daarom zijn stilte en eenzaamheid eigenlijk min of meer synoniemen.
Daarom heffen de geluiden van de natuur de stilte als eenzaamheid niet op.
Daarom heffen de wilde dieren en de engelen de eenzaamheid als stilte niet op.
Waarom zouden we stilte en eenzaamheid opzoeken? Als experiment?Mensen hebben stilte en eenzaamheid opgezocht
om een verandering in hun leven, om een transformatie te bewerkstelligen,
of, om troost en verlichting, inzicht, te vinden.
Er is een Tibetaanse boeddhistische wijsheid die stelt
dat, als je eenmaal die transformatie of die verlichting gevonden hebt,
je uit die eenzaamheid en stilte moet treden om anderen te onderwijzen,
hen te helpen om zichzelf te veranderen en tot inzicht, verlichting te komen
en zo een bijdrage te leveren in de transformatie, verandering van de wereld
in een vredevolle en rechtvaardige wereld.
Jezus is wel geen Tibetaans boeddhist,
maar komende uit de woestijn, uit de stilte en de eenzaamheid,
begint Hij in ieder geval aan zijn verkondigingswerk,
roept Hij op tot bekering, verandering, transformatie
en houdt Hij het visioen van een vredevolle wereld – het Rijk Gods – voor ogen.
Het opzoeken van stilte en eenzaamheid is blijkbaar dus geen blijvende wereldvlucht,
geen wegvluchten van verantwoordelijkheden,
maar is een ‘uitrusten’ in de zin van ‘klaar maken’, ‘voorbereiden’.

Het is universele wijsheid
dat men verandering en inzicht niet in de stilte en de eenzaamheid zal vinden
als men in dat verblijf oude wereldse gewoonten meeneemt
en dus niet van plan is om werkelijk totaal anders te leven.
Zoals diegenen die voor enkele dagen de stilte van de abdij opzoeken
maar toch op hun kamer via Wifi muziek beluisteren, surfen op het Youtube-kanaal
en iedere dag in de abdijherberg even buiten de abdijmuren hun aperitiefje gaan nemen
in goed en gezellig gezelschap.
Aangenaam, leuk, zinvol, interessant,
maar niet het transformerende verblijf in een abdij,
dat trouwens wel wat langer dan enkele dagen moet duren
om de stilte en de eenzaamheid hun werk te laten doen…

Schotse eiland Skye – © User:Colin / Wikimedia Commons

De Britse Sara Maitland probeerde het.
Veertig dagen en nachten in stilte en eenzaamheid op het Schotse eiland Skye,
een experiment, maar ook een vorm van verzet en weigering
om nog de sociale arena te moeten betreden, of toch om te leren
op een andere manier in de wereld van de mensen te leven,
een stillere wijze in een wereld waarin stilte verdwenen is.
Ze beschrijft haar ervaringen in Stilte als antwoord (A Book of Silence).
die ze toetst aan wetenschappelijke studies over verblijven in isolatie
en in relatie brengt met de verhalen en bevindingen van vele ‘eenzamen’:
zij die zich vrijwillig terugtrokken, solozeilers, kluizenaars,
maar ook opgeslotenen en gijzelaars, poolreizigers, bergbeklimmers,
en andere eenzame avonturiers die zich maten met natuurkrachten.

Sara Maitland – bron: www.saramaitland.com

Mensen die lange tijd doorbrengen in stilte en eenzaamheid
hebben duidelijker, scherpere zintuiglijke en lichamelijke gewaarwordingen
en worden ook gevoeliger voor innerlijke gewaarwordingen, voor emoties.
Daar er ook niemand is die je ‘in de gaten houdt’ wordt je ontdaan van je ‘publieke ik’,
van je rolletjes die je in de wereld speelt.
Dit kan soms ontaarden in zelfverwaarlozing.
Toch kunnen stilte en de eenzaamheid ook het gevoel geven
van een aanwezigheid die je als een schaduw volgt en beloert.
Natuurlijke geluiden worden soms gehoord als menselijke stemmen,
menselijk geroep, gehuil, of … engelengezang.
Er kan een immens vreugdevolle stemming ontstaan als gevolg van het besef
van verbondenheid, van opgenomen zijn in een overweldigend groot geheel
en van het gegeven zijn van het bestaan.
Men aanvaardt de werkelijkheid zoals die is en men weet zich daarin aanvaard.
Dit besef kan er dan weer voor zorgen dat tijdsbesef en het gevoel van begrenzing vervagen.
De drang om zich te bevestigen én te beveiligen verdwijnt.
Men staat op de duur open voor een risicovol gebeuren (of ontmoeting)
waarbij men zichzelf verliest.
Maar ook kan het gevoel dat het ‘ik’ in stilte en eenzaamheid afgebroken wordt
en in die ervaring niets meer te betekenen heeft en zich niet meer bewijzen kan,
leiden tot een dodelijke vorm van depressie.

Het is de ‘demon’ die iedere kloosterling ontmoet
en die ontmoeting – zo vertelde me ooit een wijze monnik –
zou het kenmerk zijn van een ware roeping.
Maitland zegt dat stilte en eenzaamheid zeer gevaarlijk kunnen zijn
als men er niet vrijwillig voor kiest voor lange tijd geïsoleerd te leven,
en dat men best die keuze maakt als men al wat ge-aard is in zichzelf,
als men al wat ouder is geworden en in de wereld al verantwoordelijkheid gedragen heeft.
Toch zijn er mensen die een gedwongen isolatie in stilte en eenzaamheid ‘overleven’.
De Hongaarse jezuiet en theoloog, Franz Jalics, overleed zaterdag laatst, op 13 februari.
Hij is bekend om zijn werken over het contemplatieve gebed.
Hij was een paar dagen eerder ontslagen uit het ziekenhuis,
waar hij voor een Covid-19 besmetting was opgenomen. Hij werd 93 jaar.
Bij het begin van de ‘Vuile Oorlog’ in Argentinië (1976-1983)
was hij werkzaam in de sloppenwijken van Buenos Aires
en werd hij er opgepakt met zijn medebroeder Orlando Yorio.
Na vijf dagen verhoor en marteling
werden ze vijf maanden lang geblinddoekt en geboeid gevangen gehouden.

Franz Jalics, sj (1927-2021) – Bron: www.jezuieten.org

Wat heeft Franz ervaren?
Wat heeft Jezus ervaren in die veertigdagentijd?
In die stilte en eenzaamheid van de woestijn van Juda,
waarin Johannes de Doper zich (vrijwillig?) had teruggetrokken?
Hij werd er op de proef gesteld door de Satan.
Dat was zijn ervaring. Maar wat hield die in?
Kan het relaas van Maitland ons verder helpen?
Jalics heeft weinig verteld over zijn ervaring in gevangenschap
maar we weten dat het contemplatieve gebed hem overeind hield:
het ge-aard zijn in een bewust doorleefde eenheid met God,het aanwezig en nabij weten van God in zich, zonder zijn stem te horen!
Niet dat dit die isolatie tot een verdraagbaar gegeven maakte!

Het was het onverdraagbare verdragen.
Dat kan je alleen met goddelijke kracht.
Of neemt God het dan op de een of andere manier even over?
Er wordt veel gesproken over God zoeken en vinden in stilte en eenzaamheid.
En soms wordt daarbij wel eens verwezen naar de profeet Elia (1 Koningen 19),
die na een loopmarathon van veertig dagen en nachten bij de Horeb kwam.
Een engel had hem voor die krachtprestatie van het nodige voedsel voorzien.
Zijn woestijntocht kan gezien worden als een vlucht.
Is hij naar de Horeb gevlucht om nieuwe krachten op te doen?
om door God getroost en gesterkt te worden?
In ieder geval heeft God hem daar gevonden om hem terug in de wereld te ‘gooien’.
En ja, Elia heeft er Gods stem gehoord: Keer terug op uw schreden!
Gods stem is te horen in de stilte, zegt men.
Er staat immers te lezen:
Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries.
Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel,
ging naar buiten en bleef staan aan de ingang van de grot. En toen klonk er een stem.

Die zachte bries wordt voorafgegaan door een zware storm, een aardbeving en vuur,
waarvan gezegd wordt dat God daarin niet aanwezig was, lees: niet te horen was.
Nochtans lezen we in Psalm 29:
De stem van Jahwe is over de wateren,
de majesteit Gods spreekt in het onweer.
Over de wateren wijd is Jahwe:
4 de stem van Jahwe in zijn macht,
de stem van Jahwe in zijn grootheid.
5 De stem van Jahwe splijt de cederen;
Hij, Jahwe, splijt de Libanoncederen;
6 opspringen doet Hij als een stierkalf de Libanon
en de Sirjon, als een bisonzoon in zijn sprong.
7 De stem van Jahwe splitst het weerlicht,
8 de stem van Jahwe schudt de steppe,
Jahwe schudt de steppe van Kades.
9 De stem van Jahwe schudt de eiken,
en scheurt van de stammen de schors.
Majesteit spreekt in heel zijn gewelf.

De zware storm, de aardbeving en het vuur kondigen wel degelijk
de komst en het spreken van God aan,
maar opdat Zijn stem duidelijk voor Elia zou klinken
moet de natuur wel even tot zwijgen gebracht worden
zoals een joelende menigte moet zwijgen
vooraleer een zinnig woord kan gezegd worden.
Het verhaal van Elia houdt duidelijk deze les in:
vooraleer God het woord kan nemen moet er gezwegen worden,
moet de mens tot zwijgen gebracht worden, moet de mens verstillen.
Nee, men ontmoet God niet onmiddellijk in de stilte en de eenzaamheid.
De eerste die je er ontmoet is de Satan, je eigen ‘luidruchtige’ ik,
ofwel in vreugdevolle stemming over je vrijheidsgevoel,
ofwel in ‘stemmen’ die meer zeggen over je onbewuste dan over God,
ofwel in de waanidee dat iemand je aankijkt – zeker God niet –
ofwel in een gelukzalig gevoel van verbondenheid en onbegrensdheid,
ofwel in het besef deel uit te maken van een groots geheel,
ofwel in de bevredigende constatatie dat je op de duur geen angst meer hebt.
Al deze ervaringen, door Maitland beschreven,
behoren tot het stil worden, het tot zwijgen gebracht worden,
het tot niets brengen van het ik,
in de Nederlandse middeleeuwse mystiek het ‘vernieten’ van het ik genoemd.
Pas als dat ik volledig tot zwijgen is gebracht, ‘verniet’ is, kan God spreken.
De stilte en de eenzaamheid van de woestijn
dient om de mens tot zwijgen te brengen
opdat hij/zij Gods woord zou horen,
om het dan te kunnen meedelen aan anderen
die de ‘vernietende’ woestijntijd niet doormaken.
Omdat ze niet in de woestijn ‘geworpen’ worden
en dus niet geroepen zijn om Gods woord mee te delen
maar het uit de mond van de ‘verniete’ mensen te horen.
Misschien moet de Kerk wel ‘verniet’ worden
vooraleer ze weer zó Gods woord kan spreken
dat de wereld er onder verandert en zich vernieuwt.

Na zijn vrijlating uit de Argentijnse gevangenis verliet Jalics Zuid-Amerika.
Hij ging naar de Verenigde Staten en vervolgens naar Duitsland.
Gevoed door zijn ervaring in gevangenschap,
ging hij schrijven en lesgeven in “contemplatie in het dagelijks leven”.
Tijdens zijn gevangenschap bad hij veel,
onder meer door de naam van Jezus te herhalen.
Zijn contemplatieve oefeningen hielden hem op de been.
Deze houding predikt hij ook in zijn boek Jezus Christus als gids:
“Wij moeten leren te aanvaarden wat wij niet kunnen veranderen;
erbij blijven vanuit een innerlijke vrede, ook als het niet goed gaat;
vechten met een verzoend hart.”

Jalics richtte in 1984 een meditatieschool in Beieren op.
In 2004 keerde hij terug naar Boedapest,
waar hij vanaf 2017 een teruggetrokken bestaan leidde.
(Katholiek Nieuwsblad)

Ook aan mij boden de werken van Jalics veel inspiratie,
ik, die nog geen ‘verniet’ mens ben,
maar wel al kan begrijpen dat het niet simpel is om te wennen aan het niets.


Omslagfoto: Afbeelding van Kevin Schmid via Pixabay