Homilie voor de tweede zondag van de paastijd

24 april 2022

Evangelie: Johannes 20, 19-31
Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen gesloten waren uit vrees voor de joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Tomas, één van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.” Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas erbij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.” Toen riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God!” Toen zei Jezus tot hem: “Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan die niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.

Photo on Photostockeditor
Paus Franciscus schrijft over de verrijzenis:
Zijn verrijzenis is geen feit uit het verleden,
zij is een kracht tot leven die de wereld doordringt.
(De Vreugde van het Evangelie 276)

Laten we dit even anders stellen:
de verrijzenis is niet zomaar een historisch gebeuren dat we met het paasfeest herdenken
zoals we op 11 november de wapenstilstand na de Grote Oorlog herdenken
of zoals we de genocide in Rwanda kunnen herdenken
en zoals we binnen 30 jaar wellicht eveneens de oorlog in Oekraïne zullen herdenken.
De verrijzenis van Christus is een ervaringsgegeven.
Het is de ervaring van een levenskracht,
een kracht die ons doet leven of herleven,
een kracht die op doet opstaan tot nieuw leven.
Het is een ervaring die ons vervult van diepe vrede en vreugde,
een veel sterkere ervaring dan die van een voorbijgaand goed gevoel.
Het is de ervaring van bevrijd worden van angst,
getild worden uit onze zelfgenoegzaamheid, ons egoïsme.
Het kan ook de ervaring zijn van gehaald worden uit twijfel over onszelf,
of uit een slopend gevoel van verdriet en verlies.
Het is de ervaring van opgenomen zijn in een groter leven
of het bewust worden van bemind zijn, aanvaard, vergeven, genezen.
Het is de ervaring van liefde, van moed en diepe wijsheid.
De apostel Paulus vat die ervaring samen in twee woorden: vrede en vreugde.
De verrezen Heer kan het met één woord: vrede.
Het is zijn eerste woord waarmee Hij aangeeft wat Hij ons toewenst,
wat Hij ons geeft en hetgeen waar wij ten diepste ook naar verlangen.
Het moet het eerste woord zijn waarmee we elkaar zouden kunnen begroeten.
Het moet het eerste woord zijn van deze ontmoeting met de Verrezen Heer.
De vredeswens volgend op het kruisteken in het begin van de eucharistieviering
moet daarom niet voorafgegaan worden door allerhande beschouwingen.
‘Vrede’ weze ook het laatste woord van onze ontmoeting met de Verrezene:
“Gaat nu allen heen in vrede.”
‘Vrede’ is hetgeen we innerlijk ervaren
als we aangeraakt worden door de kracht van de verrijzenis, door de Verrezene.
Het is een innerlijke aanraking, maar niet een kwestie van emotionele gewaarwording.
Het is een kracht, een diep verlangen dat ons op weg zet,
een inspiratie die ons stuwt naar liefde en goedheid.
Dit alles geschiedt in de ontmoeting met de Verrezene.
Door Hem innerlijk aangeraakt worden
is hetzelfde als door de Geest bezield worden.

Hoe en waar en wanneer kunnen wij
die kracht tot leven die de wereld doordringt ervaren?
Men zou kunnen zeggen:
we moeten eerst ons verdriet loslaten, het verdriet van Maria Magdalena bij het graf;
we moeten eerst onze angst loslaten, de angst van de leerlingen in hun verblijfplaats;
we moeten eerst onze twijfel loslaten, de twijfel van de apostel Thomas,
de twijfel die echter ook alle andere leerlingen hadden.
Maar Jezus laat zich door dat verdriet, die angst en die twijfel niet tegenhouden.
Hij komt ons tegemoet ondanks verdriet, angst en twijfel.
Hij komt precies verdrietige, angstige en twijfelende mensen tegemoet.
Misschien moet we beginnen met dat verdriet, die angst en die twijfel
te erkennen en toe te geven.
Niemand kan liefde toelaten en ervaren
als je jouw nood aan liefde niet erkent.
Niemand kan genezen worden als je jouw ziek zijn niet erkent.
Wat ons afschermt van de gave van de geest is niet zozeer verdriet,
of angst of twijfel, maar wel zelfgenoegzaamheid.
Dat was de zonde van de eerste mens, van de mens dus:
ik heb niemand nodig, ik heb God niet nodig,
want ik heb de kennis van goed en kwaad,
ik ben mijn eigen bron van waarheid en zingeving,
ik ben God in het diepst van mijn gedachten.
We bidden wel:
De Heer zij met u. – En met uw geest.
Verheft uw hart. – Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Maar is dat wel zo?

Geen verdriet, geen angst, geen twijfel hindert de komst van de Heer.
Alleen het ego dat meent zelf alle wijsheid te bezitten, zich moedig waant,
zich tot liefde in staat acht, alles zelf onder controle wil houden
en in de waan leeft dat het uit eigen kracht gelukkig wordt.
Het ik dat alleen de ander toelaat die ik gelukkig kan maken,
maar niet de ander die mij gelukkig maakt en diepe vrede schenkt.
Het ik dat staat met volle handen om te geven,
maar niet met lege handen om te ontvangen.
Ik denk daarbij aan wat een wijze abt ooit schreef:
“Die groot gaan op hun edelmoedigheid en grote werken
worden niet meer bij de Heer verwacht.
Hij stuurt ze met lege handen terug.
Maar die vanuit hun diepste wezen
mogen schreien van ellende,
en, ondanks die ellende,
(verdriet, angst, twijfel, zondigheid)
blijven dorsten naar heiligheid,
zullen door de Heer ontvangen
en met Zijn liefde rijkelijk bedeeld worden.”
De verrijzeniservaring is de ervaring
van rijkelijk bedeeld worden met Zijn liefde.


Omslagfoto: Photo on Photostockeditor