Homilie voor het feest van het doopsel van de Heer

9 januari 2022

Evangelie: Lucas 3, 15-16.21-22
In die tijd toen het volk vol verwachting was en iedereen zich aangaande Johannes de vraag stelde of hij niet de Messias zou zijn, gaf Johannes aan allen het antwoord: “Ik doop u met water, maar er komt iemand die sterker is dan ik; ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken. “Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.” Terwijl al het volk zich liet dopen, en Jezus na zijn doop in gebed was, geschiede het dat de hemel openging, en dat de heilige Geest, in lichamelijke gedaante als een duif, over Hem neerdaalde, en dat een stem uit de hemel sprak: “Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb ik mijn behagen gesteld.

Foto door form PxHere

Opnieuw sluit de evangelielezing van het feest van het doopsel van de Heer
goed aan bij de grondtoon van ons pastoraal werkjaar:
“De Vreugde van het Evangelie”.
Op dit feest gaat het over de vreugde van God.
Jezus is de oorzaak van Gods vreugde.
In de Nederlandse Bijbelvertaling, die we in de liturgie gebruiken, lezen we:
in U heb ik mijn behagen gesteld.
In de oorspronkelijke Griekse tekst staat iets te lezen dat we mogen begrijpen als
‘ik vind je goed’, ‘ik vind je tof’, ‘ik zie je graag’.
Dus: Jezus zien is al bron van vreugde.
Jezus hoeft nog niets gezegd of gedaan te hebben om God blij te maken.
Die vreugde van God kennen we. Ten minste dat hoop ik.
Ik hoop dat ieder van ons iemand kent tot wie we kunnen en mogen zeggen:
‘Jij bent mijn welbeminde, ik vind je geweldig, ik vind je tof,
jij maakt me blij en ik zie je graag.’
En dat, zonder dat die ieder iets voor ons gedaan heeft,
behalve dan, dat die ons blij gemaakt heeft door er gewoon te zijn.
Ja, dat geeft ons een goddelijk gevoel.
Dat tilt ons uit boven ons egoïsme, boven onze angsten,
boven ons bekommerd zijn om onszelf.
In de oorspronkelijke Griekse tekst kan men ook lezen
dat Jezus er voor zorgt dat God er goed uitziet,
dat zijn verschijnen een glimlach op Gods gelaat tovert.
Geef toe: een glimlach maakt een mens mooi
en is uiting van een goed gevoel, van vreugde.
Tenminste als het geen ingeoefende glimlach is van de verkoopster.
Daar heb ik nog geen bezwaar tegen…
Maar een glimlach die angst of schaamte verbergt
of probeert mensen in te nemen, daar heb ik wat meer moeite mee.
Maar niet met de glimlach van opa of oma,
die na lange quarantainetijd de kleinkinderen weer mogen zien.
Mensen graag zien en mensen zien die je graag ziet,
dat is een goddelijk gebeuren.
Het doet ons denken aan het scheppingsverhaal:
‘God zag dat het goed was, dat het tof was!’

De reden waarom God Jezus zo graag ziet, Hem zo tof vindt,
heeft niets te maken met het uiterlijk.
En we herhalen het: Jezus heeft ook niets gezegd of gedaan
om zich bemind te maken in de ogen van God.
Hij wil ook in de ogen van de mensen niet de toffe,
beminnelijke herder en leider zijn.
Hij kent geen commerciële en ook geen pastorale trucs.
Hij wil helemaal niet sympathiek zijn en zich beminnelijk maken.
Hij is wie Hij is en zegt wat Hij te zeggen heeft.
Ik denk dat de reden waarom we mensen met een zuiver hart graag zien
vooral te maken heeft met een uitstraling die van binnen komt
en mensen niet zozeer mooi, maar beminnelijk maakt,
mooi voor de ogen van ons hart.
Het is erg begrijpelijk dat God Jezus tof vindt:
Hij straalt immers Gods Geest uit:
goedheid, wijsheid, liefde, mededogen, waarheid, kracht.
Die Geest van God zit ook in ons.
Stralen ook wij die Geest uit.
Als dat niet zo is, hoe komt dat dan?
Wat verhindert er dan die uitstraling van God Geest in ons
in een spontane en zuivere glimlach,
in woorden en daden vol goedheid, nabije liefde en tedere zorg?
Wie rolt er dan de steen weg die op de bron van onze uitstraling ligt
en ons hart en onze ogen bedekt?
Hij die ons doopt met de heilige Geest en met vuur.

Uiteraard is ook bemind worden, bemind zijn een bron van vreugde.
Voor iedere mens is het van levensbelang iemand te ontmoeten die zegt:
‘Jij bent mijn welbeminde, ik vind je geweldig, ik vind je tof,
jij maakt me blij en ik zie je graag.
En niet om wat je doet of zegt, niet omwille van je uiterlijk,
maar gewoon, omdat je er bent.’
Enkele jaren geleden was de grondtoon:
‘Blij dat je er bent.’
Ik denk soms: hoe minder uitdrukkelijk men dat zegt, hoe meer het gemeend is.
Een pasgeboren zou al aanvoelen dat iemand blij is dat hij of zei er is.
Ja, ook bemind zijn geeft ons een goddelijk gevoel.
Dat tilt ons eveneens uit boven ons egoïsme, boven onze angsten,
boven ons bekommerd zijn om onszelf.
Dat tovert een glimlach op ons gezicht.
En nogmaals: het hoeft niet altijd gezegd te worden,
niet altijd fysiek ervaarbaar te zijn.
Een glimlach kan voldoende zijn
om zich van de liefde van iemand bewust te worden
en ook om liefde uit te drukken.
Een eerlijke en niets verbergende glimlach.

In het evangelie van deze zondag lezen we
dat Jezus de stem van God hoorde toen Hij na zijn doop in gebed was.
Laten we ons dat gebed van Jezus eigen maken.
We hoeven niets te zeggen en niets te doen.
Bidden zoals Jezus begint met gewoon te zijn,
letterlijk tijd geven aan God en gaan zitten of staan
in Zijn aanwezigheid en ons bewust worden van Zijn liefde.
Hij is liefde. Niets kan ons van die liefde scheiden.
Bidden zoals Jezus is in je Gods glimlach ontwaren
en met jouw innerlijke glimlach beantwoorden.
Dit bidden is als een doopsel met heilige Geest,
een doopsel dat van ons langzaam andere mensen maakt:
mensen die zich bemind en aanvaard weten
en zo in staat zijn om op hun beurt anderen te beminnen.

En als muziek je doet glimlachen, huilen, stil zijn, dansen….
Goddelijk. Een doopsel …


Omslagfoto: Foto door form PxHere