Homilie voor het hoogfeest van Allerheiligen

1 november 2022

Lezing: 1 Joh 3, 1-3
Vrienden, hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook. De wereld begrijpt ons niet en ze kent ons niet, omdat zij Hem niet heeft erkend. Vrienden, nu reeds zijn wij kinderen van God en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard; maar wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt wij aan Hem gelijk zullen zijn, omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is. Wie zulk een heil van God verwacht, maakt zich rein zoals Christus rein is.

Evangelie: Mt 5,1-12a
Toen Jezus de menigte zag ging Hij de berg op, en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus: “Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen. Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.”

God verbergt immers de heiligheid van zijn heiligen,
vooral voor de heiligen zelf.

Vandaag vieren we in de Kerk het hoogfeest van Allerheiligen.
We doen dat op de dag waarop onze Keltische voorouders
een nieuw jaar begonnen en hun overleden voorouders eerden.

Wie is een heilige? Wat is heilig zijn?
We zijn er in de kerkgemeenschap al lang van overtuigd
dat heilig zijn niet alleen te maken heeft
met het officieel heilig verklaard worden door de paus van Rome.
Bovendien volgt die verklaring op het oordeel van veel mensen
dat iemand zo’n leven had geleid dat men hem of haar
terecht mag beschouwen als een heilige.
Wat was er dan in dat leven zo bijzonder?
Zou men het aan de heilige zelf vragen
dan zou deze zonder twijfelen zeker antwoorden: niets.
God verbergt immers de heiligheid van zijn heiligen, vooral voor de heiligen zelf.
Het zijn de nabestaanden die de heiligheid opmerken, ervaren.
De heilige is iemand die voluit mens geworden is, mens zoals God de mens droomt.
Het is een mens bevrijd van angst en zelfzucht
en daarom vervuld van liefde, vrede en vreugde.
Het is een mens die niet gericht op zichzelf leeft
maar zijn of haar woorden en daden zijn gekenmerkt door liefde,
door goedheid, genegenheid, zorg en verantwoordelijkheid
voor het leven en welzijn van anderen, van geliefden en van vele mensen.
Zo’n leven leiden, dus heilig zijn, is voor wie echt gelooft,
de roeping van ieder mens, maar zeker van de christen.
Daarom schrijft Paulus aan de Efeziërs:
Leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping
die gij van God ontvangen hebt. 
Als dan een leven geëindigd is
en wij de overledene dankbaar herdenken en herinneren,
dan mogen we ons de vraag stellen
hoe de geliefde aan die roeping beantwoord heeft.
Daarbij is het goed te beseffen dat alleen de liefde
ons in staat stelt aan onze roeping tot heiligheid te beantwoorden.
Natuurlijk kan onze liefde nooit beantwoorden
aan de volledige onbaatzuchtige liefde van God.
Maar in menselijke liefde is het licht van Gods liefde zichtbaar en ervaarbaar.
Zoals het ook in het leven van Jezus van Nazaret zichtbaar was.
Heiligheid voor ons betekent dan ook worden zoals Jezus, Hem navolgen.
De Bergrede schetst voor ons de na te volgen weg, de na te volgen levenshouding.

Iedere dag worden we bericht over de oorlog
tussen Rusland en Oekraïne, een oorlog die ook ons treft,
al is dat voor de meesten in het westen alleen onze portemonnee.
Want verder werd het verlangen naar vrede in ons land nog niet gemanifesteerd,
in ieder geval niet met massamanifestaties zoals de Witte Mars
of zoals de manifestaties in de jaren ’80 tegen de plaatsing van kernwapens in ons land.
Waar zijn de sociale en politieke krachten die in ons land zo’n manifestaties regelden,
zo dat ook nu in ons land en in heel het vrije westen aan president Poetin
een duidelijk signaal gegeven wordt dat de oorlog ons hart en geweten treft.

Zalig die vrede brengen,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Staan we even stil bij deze zaligspreking.
De gelijkenis met wat de apostel Johannes schrijft is opvallend:
Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook.
Zijn wij, christenen, dan werkelijk allemaal vredebrengers?
Als wij wat Jezus ons voorhoudt en wat de apostel Johannes schrijft samen plaatsen
dan kunnen we het volgende bedenken:
wij christenen zijn inderdaad vredebrengers
en brengen we geen vrede dan zijn we simpelweg geen christenen,
en zijn we ook geen kinderen van God en geen heiligen.
Dan beantwoorden we niet aan onze roeping.
En verder lezend in de brief van Johannes:
dan zijn we ook niet aan God gelijk en kunnen we God niet zien zoals Hij is.
De verontschuldigende opmerking ‘We zijn maar mensen en geen heiligen..’
moeten we hier van de hand als fundamenteel onwaar en ondoelmatig.
De heiligen waren ook maar mensen
en nogmaals, we zijn tot heiligheid geroepen.
Natuurlijk staat in dezelfde brief van Johannes te lezen:
Nooit heeft iemand God gezien.
En Jezus zelf zegt tot zijn leerlingen:
Niemand kent de Vader tenzij de Zoon.
Maar dan vervolgt Hij:
en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren.
Welnu, Hij heeft de Vader geopenbaard, kenbaar gemaakt, laten zien.
Bij zijn afscheid houdt Jezus zijn leerlingen voor:
Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij. 
Als gij Mij zoudt kennen, zoudt gij ook mijn Vader kennen.
Nu reeds kent gij Hem en ziet gij Hem.
Toch vraagt Filippus: Heer, toon ons de Vader. Dat is ons genoeg.
En Jezus antwoord luidt:
Ik ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet, Filippus?
Wie Mij ziet, ziet de Vader. Hoe kunt ge dan zeggen: Toon ons de Vader?
Maar hoe ziet de Vader, de God eruit die Jezus laat zien?
Wie zien de leerlingen als ze naar Jezus zien?
Ze zijn een slaaf die hun voeten wast, een leraar die de slavendood sterft.
Ze zien een vernederde en verworpen Messias.
Franciscus van Assisi schrijft in zijn 15de Vermaning:
Zij zijn echt vredelievend
die bij alles wat zij in deze wereld te lijden hebben,
omwille van de liefde van onze Heer Jezus Christus,
in gemoed en lichaam de vrede bewaren.
We kunnen maar vredebrengers, kinderen van God, heiligen zijn,
als we als christenen in navolging van Christus leren nederig dienstbaar te zijn,
als we leren vernedering te dragen
en omwille van de navolging, van de liefde dus, ook lijden aanvaarden.
En, voegt Franciscus daaraan toe, bij dat alles
in gemoed en lichaam vrede bewaren,
dus innerlijk vredevol blijven en ook in ons spreken en handelen.
Het lijkt zo moeilijk en het is het ook.
Heilig worden is dan ook een kwestie van oefenen, met vallen en opstaan.
Oefenen in de kleine goedheid van iedere dag,
in de dagelijkse trouw aan zorg, verantwoordelijkheid en engagement,
ook al brengt dit alles niet altijd voldoening, erkenning en dankbaarheid.