Homilie voor het hoogfeest van Christus Koning

21 november 2021

Evangelie: Joh 18, 33b-37
In die tijd riep Pilatus Jezus bij zich en zei tot Hem: “Zijt gij de koning der Joden?” Jezus antwoordde hem: “Zegt gij dit uit uzelf of hebben anderen u over Mij gesproken?” Pilatus gaf ten antwoord: “Ben ik soms een Jood? Uw eigen volk en de hogepriesters hebben U aan mij overgeleverd. Wat hebt Gij gedaan?” Jezus antwoordde: “Mijn koningschap is niet van deze wereld. Zou mijn koningschap van deze wereld zijn, dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben, dat Ik niet aan de Joden werd uitgeleverd. Mijn koningschap is evenwel niet van hier.” Pilatus hernam: “Gij zijt dus toch koning?” Jezus antwoordde: “Ja, koning ben Ik. Hiertoe werd Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid. Alwie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.”

Foto door PxHere – Zo regeert Christus als koning….

De Joodse overheden hebben Jezus bij Pilatus gepresenteerd als staatsgevaarlijk.
Maar Pilatus ziet in dat Jezus dat helemaal niet is.
Jezus streeft geen aards politiek-militair koningschap na.
Dat heeft Jezus hem duidelijk gemaakt
en het feit dat Jezus geen krijgsknechten ter zijner beschikking heeft.
is voor Pilatus het geruststellende bewijs van Jezus’ politiek-militaire onbenulligheid.
Hij kan bovendien geen begrip opbrengen voor de bijzondere aard van Jezus’ koningschap.
Voor Pilatus is er maar één soort koningschap dat hij begrijpen kan:
het aards politiek-militaire, de macht van wapens, rijkdom, land en geld.
We zouden Pilatus kunnen vergelijken met mensen
die de eigen aard van Gods geboden niet begrijpen
en deze denken als geboden en wetten en plichten
die mensen elkaar kunnen opleggen.
Dat gebeurt als religieuze fundamentalisten
alle Bijbelse geboden als burgerlijke wetgeving willen invoeren.
Maar Jezus, in navolging van de profeet Jesaja, heeft veel
religieuze bepalingen als ‘mensenwet’ bestempeld.
Het is vervolgens dan wel vrij eigenaardig
dat fundamentalistische christenen Jezus’ zeer duidelijke geboden
niet in burgerlijke wetgeving willen of kunnen invoeren:
gij zult als naaste liefhebben als uzelf;
gij zult uw vijanden liefhebben;
gij zult tot zeven maal zeventig maal vergeven.
Maar liefde valt inderdaad niet in wetten te vertalen.
Je kunt bij de politie dus nooit een aanklacht indienen in de zin van:
“Die daar bemint me niet.”
Het goddelijk liefdesgebod is niet als mensenwet te interpreteren.
Maar daarom hoeft in dit verband de term ‘gebod’ niet geschrapt te worden.
en vervangen te worden door woorden als ‘wens’, ‘verlangen’ of ‘droom’.
Petrus leerde al dat Gods wil niet gelijk te stellen is
met menselijke overwegingen of gevoeligheden.
Wie mijn volgeling wil zijn,
moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.
“Kan het ook met een beetje minder zelfverloochening
en eventueel ook zonder het opnemen van het kruis?”
Nee. Want de waarheid is dat die zelfverloochening
en het opnemen van het kruis de weg is die naar waarachtig leven leidt.
Wie dat niet begrijpen kan of wil, staat aan de kant van Pilatus.
We komen bij het inzicht over de eigen aard van Jezus’ koningschap.
Wat betekent het als we Jezus als onze koning uitroepen?
Zijn koningschap heeft niets te maken met het uitoefenen van aards gezag,
het hebben van aardse macht en daardoor ook werelds aanzien.
Dat heeft Hij zijn leerlingen duidelijk gemaakt.
Gij weet dat zij die als heersers der volkeren gelden,
hen met ijzeren vuist regeren
en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen.  
Dit mag bij u niet het geval zijn.
Wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn,  
en wie onder u de eerste wil zijn moet de slaaf van allen zijn,  
want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden,
maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.
De koning die Jezus is heeft zijn koningschap uitgeoefend
door de voeten van zijn leerlingen te wassen.
Hij wil niet regeren zoals een antieke vorst over mensen regeerde,
maar door in woord en daad de waarheid te openbaren
over wie God is, over wat God wilen over de weg ten leven
en dus over de zin van ons leven.
Hij wil dat die waarheid regeert in ons leven,
niet de waarheden van de wereld
of onze eigen waarheden die alleen maar uitdrukkingen zijn
van ons streven naar veiligheid, bevrediging en bevestiging,
die alleen maar vertalingen zijn van – zoals de monnik Thomas Keating het zegt –
onze emotionele geluksprogramma’s.
Wat is die waarheid?
Dat we diepe innerlijke vrede en vreugde vinden
als we ons bekeren en angst en egoïsme loslaten.
Dat er vrede en rechtvaardigheid onder mensen zal heersen,
dat er einde komt aan oorlog en honger,
dat ook de ecologische problemen opgelost zullen raken
als we ons bekeren en de eisen en verlangens van ons ego een halt toeroepen,
dus als mensen leren zichzelf te verloochenen.
We aanvaarden dat er geen andere weg ten leven is.
Dat is de betekenis van het goddelijk ‘moeten’, het goddelijk ‘gebod’.
Wij buigen alleen voor de mens die deze weg radicaal is gegaan.
Wij buigen alleen voor de gekruisigde en verrezen Heer.
We erkennen alleen deze mens als koning.
Dit erkennen betekent natuurlijk: Hem navolging.
Hem dienen is inderdaad de medemens dienen.


Omslagfoto: Foto door PxHere