• Leestijd:5 minuten gelezen

… als huiswerk, ook in de advent tijdens corona.

Regenweer, korte dagen, gezellig binnen, geen bijeenkomsten, geen vergaderingen, geen vieringen,… allemaal goede redenen om in mij kot te blijven met een goed en stevig boek. De grondtoon van ons pastoraal werkjaar – GOD GEBEURT – en de nadruk die daarbij gelegd wordt op de dienstbaarheid of ‘diaconie’ deed me kiezen voor het boek Geen toekomst zonder kleine goedheid van de Roger Burggraeve, salesiaan, filosoof en moraaltheoloog. De ondertitel Naar genereus samenleven in verantwoordelijkheid (*) is bijna een programmaverklaring voor onze Pastorale Eenheid. Emeritus professor Roger Burggraeve won onlangs met dit boek de publiekprijs en de prijs van het beste spirituele boek. Een paragraaf van dit boek met als titel Kleine ethiek van de bejegening wijst ons op enkele elementen van onderling gedrag die de samenhorigheid in onze Pastorale Eenheid alleen maar kunnen bevorderen.

“Na U”

Onze goedheid moet ook uitgaan naar diegenen die ook buiten de coronatijden niet behoren tot onze ‘knuffelcontacten’ en zelfs naar hen voor wie we geen al te warme gevoelens koesteren. Dat is eigenlijk dé boodschap van de parabel van de barmhartige Samaritaan die we als christenen graag zo hoog in het vaandel voeren. Roger Burggraeve wijst er mijn inzien terecht op dat beleefdheid een goede instap is, een kleine blijk van welwillendheid en goedheid, een oefenen in goed en welwillend gedrag ten opzichte van anderen. Vormen van beleefdheid worden soms weggezet als ‘afstandelijk’ en ‘zonder warmte’ en onbeleefdheid wordt nogal eens vergoelijkt als terechte en authentieke uiting van woede en frustratie, vaak dan nog voorafgegaan door ‘Sorry, hoor, maar…’. Ik ervaar dit soort ‘authentiek’ gedrag vaak als aanstellerige chantage of vleierij en ben meer en meer gewonnen voor het oefenen in een omgangsvorm, waarbij we onze emoties niet altijd de vrije loop dienen te laten. Gewoon beleefdheid dus waarbij het ‘emotioneel gemak’ van de ander primeert: “Na U”. Dat klinkt toch als “De medemens eerst.” Zoiets als zelfverloochening. Wel ja, gewoon beleefdheid als oefening in zelfverloochening…

(Flink en) voornaam

Flink en voornaam was een boekje waarover we altijd dienden te beschikken in onze collegejaren. Het bevatte gedrags- en beleefdheidsregels en bij tijden werd aan het einde van de avondstudie een stukje eruit door de studiemeester voorgelezen en becommentarieerd. Vaker diende het bovengehaald te worden om er als strafwerk bladzijden van over te schrijven. ‘Voornaam’ is in de titel van het boekje synoniem van ‘beleefd’ en ‘deftig’. Maar de leerkrachten gebruikten onze voornaam niet om ons aan te spreken. Dat zou een te familiaire ‘huiselijke’ band scheppen. In mijn collegetijd in Roeselare was het dus gedurende zes jaar “Mijnheer Masschelein”. Toch wel beleefd niet? Roger Burggraeve benadrukt echter het respectvol gebruik van de voornaam, de eigennaam. Ik vind dat ook ontzettend belangrijk als we het over iemand hebben die niet bij het gesprek aanwezig is. Onlangs hoorde ik iemand spreken over zijn oud-collega’s. Sommigen noemde bij met de familienaam, anderen met de voornaam. Dit viel me op en met de woorden van Roger B. (dus niet ‘Burggraeve’) in het achterhoofd wees ik hem erop. Uit het wederwoord bleek duidelijk dat hij meer respect en achting koesterde voor de oud-collega’s die hij met hun voornaam benoemde. In gesprekken over derden maak ik van het gebruik van voornaam of familienaam een criterium om het respect dat men heeft over anderen te taxeren… En ook de manier waarop deze uitgesproken wordt. Beleefdheid en respect dienen staande te blijven ook in afwezigheid van de andere. De voornaam is voornaam. Gewoon de voornaam.

“Goeiedag”

Islamjongeren hoor ik soms aan de schoolpoort elkaar begroeten met ‘As-salaam-alaikum’, ‘Vrede zij met u’. Dat is wel wat anders dan ‘Jup’, ‘Jow’, ‘Jupse kerel’, ‘Hei’ of ‘Hallo!’. Ik hoor ons nog niet onmiddellijk elkaar begroeten met ‘Vrede zij met u’, hoewel Jezus zijn leerlingen opdroeg dit te doen als ze een huis binnengingen: Laat in welk huis gij ook binnengaat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis! (Lc 10, 5). Daar zingen we ook zo enthousiast over: Het eerste woord zal vrede zijn waar je ook binnengaat… (ZJ 705). De praktijk? Dan maar ‘Goeiedag!’, een waardige afkorting van ‘Ik wens je een goede (vredevolle) dag. En dan misschien de voornaam erna! ‘Goeiemorgen’, ‘Goeieavond’ of ‘Goeienacht’ kan natuurlijk ook… maar dat laatste voorlopig niet na 24.00 uur… Als we ons daarbij nog oefenen in vriendelijkheid hoeft die vriendelijkheid niet als ‘fake’ aangevoeld en afgedaan te worden.

Kleine attenties

Dat kleine attenties daden van kleine goedheid zijn hoeft geen betoog. En ik citeer hier voor de zoveelste keer een vers van Boudewijn de Groot uit zijn lied Een engel is gekomen: “Een glimlach zal voldoende zijn, die worden we niet moe.”