Terug vieringen …

In januari plaatste ik vier bijdragen in dit weekblad met als titel: Waar draait het om in de zondagsviering, die we missen? Sinds vorige zondag hebben we opnieuw zondagsvieringen. En omdat er maar 15 personen ouder dan 12 jaar aanwezig mogen zijn, heeft ons team – na overleg – beslist om in iedere kerk van onze Pastorale Eenheid (PE) zeker 2 vieringen te laten plaatsvinden, zo dat zoveel mogelijk gelovigen van onze Pastorale Eenheid de mis niet meer zouden missen. Nu zijn er in totaal 9 vieringen en kunnen er dus 135 ‘genodigden’ van onze PE aan het ‘gastmaal’ deelnemen. Met dank ook aan priester Robert en priester Luc die deze mogelijkheid aan de gelovigen van onze PE en blijkbaar ook aan gelovigen van buiten onze PE aanbieden. Het is te vroeg om naar aantallen te kijken en conclusies te trekken. Toch is het misschien nog eens goed stil te staan bij de vraag: Waar draait het om in de zondagsviering, die we niet meer moeten missen? Of zullen ‘de aantallen’ leren dat de mis niet door alle ‘gelovigen’ gemist wordt?

Aanwezig zijn bij de aanwezige
We stelden dat het in de liturgie draait om een aandachtig aanwezig zijn bij de Aanwezige, die in ons leeft als de Verrezene, die ons in Woord en Brood nabij wil zijn, in een ruimte, een gemeenschap en een gebeuren die bijdragen tot dat aandachtig aanwezig zijn en de Aanwezigheid in ons  ervaarbaar maken. We wezen op het gevaar dat zowel die ruimte, die gemeenschap als dat gebeuren (de viering) het aandachtig aanwezig zijn bij de Aanwezige, het een-zijn (communio) met Christus, kunnen bemoeilijken, verhinderen of zelf onmogelijk maken omdat het te veel rond hen draait, ze té veel aandacht opeisen.

Missen we Hem?
De verrezen Heer, die in ons en onder ons aanwezig is, presenteert zich in de wereld, in ons leven, in onze gemeenschap nooit opvallend, nooit als iemand die de aandacht trekt, maar eerder als de Afwezige en Verborgene, hoe raar dat ook moge klinken. De liturgie en alles errond dient zeker om onze aandacht op die Aanwezige te vestigen, ‘ons hart bij de Heer’ te brengen. Zoals de ‘belletjes’ bij de consecratie in vroegere tijden een noodzaak waren om de aandacht van de mensen in de kerk, die eerder bezig waren met hun persoonlijke devoties, te wekken voor hetgeen als hét gebeuren van de viering beschouwd werd. Maar toch bestaat dus het gevaar dat de liturgie, die ‘ons hart bij de Heer moet brengen’, zo te opvallend betekenisvol wordt, dat men afstand neemt van hetgeen Jezus eigenlijk wou laten herdenken en herinneren en men helemaal niet meer met geest en hart bij de Heer aanwezig is. En verder: missen we Hem als we de mis missen? Missen we ons aanwezig zijn bij de Aanwezige?

Nodig?
In deze tijd zullen vele gelovigen bij deze vraag antwoorden dat ze de aanwezigheid van de verrezen Heer ook op een andere wijze in hun leven integreren, ervaren, benaderen en ze eigenlijk daarvoor de mis niet nodig hebben, zoals men ook geen kerk nodig heeft om te bidden, en …. zelfs geen Kerk of kerkgemeenschap om als gelovige door het leven te stappen. Of als sommigen dan toch die nood ervaren dan kiezen ze de kerk, de kerkgemeenschap, de liturgie waarbij ze zich om de een of andere reden goed voelen. Of het dan de aanwezigheid van de Verrezene is die dat goed gevoel geeft, is zeer de vraag. Het individualisme is ook in het geloofsleven binnengedrongen.

Sober en feestelijk
Er kan misschien opnieuw een pleidooi gehouden worden voor een sobere liturgie, ontdaan van alle spektakel en plechtigheid. Natuurlijk mag en moet de eucharistie voor wie eraan deelnemen een feest zijn. We weten dat wij mensen pas tot feeststemming komen door iets dat die stemming opwekt, door iets zintuiglijks, door dingen die ons laten zien en horen (en smaken) dat het feest is en opvallend anders zijn dan het alledaagse. Toch heeft Jezus ons iets alledaags nagelaten om Hem te gedenken. Je kunt bezwaarlijk van een ‘feestmaal’ spreken. De eucharistie, de mis die we missen, is blijkbaar een feest van een andere orde. Het is best mogelijk dat we door eucharistie te vieren in kleine kring, een viering die in ieder ontdaan is van veel luister en plechtigheid ons opnieuw op het spoor brengt van een liturgie waarin we opnieuw ervaren waar het werkelijk om draait.

Tot slot
Er kunnen vele redenen zijn waarom we de eucharistie willen bijwonen, en ook waarom we die willen bijwonen in die kerk (en eventueel met die voorganger) en er zijn evenzoveel redenen waarom we de eucharistieviering nergens bijwonen, of zeker niet daar (of met die daar…). Maar het is heilzaam te bedenken dat de eerste en uiteindelijke reden waarom we eucharistie vieren gelegen is in de vraag, het gebod van Jezus: “Doet dit om mij te gedenken.” Dit gebod was niet gericht tot een enkeling, maar tot een groep leerlingen die Hij geroepen had om met Hem in éénheid te leven.


Omslagfoto: Foto door form PxHere

(pastoor Dirk)