Vormselcatechese uit de startblokken

Met de info-avond op woensdag 27 oktober ll. voor de ouders van de kandidaat-vormelingen voor 2022 in de Onze-Lieve-Vrouw Koninginkerk startte in onze Pastorale Eenheid (PE) opnieuw het vormselcatecheseproject, dat die kandidaat-vormelingen voorbereidt op de vormselviering op zaterdag 14 mei 2022 in diezelfde kerk. Voor het ogenblik zijn er 43 kandidaat-vormelingen en er zullen zeker twee vormselvieringen zijn: één de voormiddag en één in de namiddag. Teamlid Ann Cockhuyt is eindverantwoordelijke van het vormselcatecheseproject waaronder ook pastoor Dirk en Tijmen Vermeire als catechisten hun schouders steken. Voor vele activiteiten zal opnieuw beroep gedaan worden op de medewerking van andere vrijwilligers. Hopelijk gooit corona weer niet al te veel roet in het eten en kunnen we in onze PE een ‘normaal’ catechesejaar tegemoet treden.

Info en iets meer….

In de info-avond ontvingen de ouders praktische informatie over de inschrijving van hun zoon of dochter in het vormselcatecheseproject. Daarnaast kregen ze ook de volledige kalender van de activiteiten zoals catechesebeurten, instapvieringen, bijzondere momenten, enz.. Pastoor Dirk maakte de ouders ook duidelijk wat de eigenlijke betekenis van het vormsel is.

Leven met Jezus’ ingesteldheid

Zich laten vormen is kiezen om als christen door het leven te stappen. Het is een keuze om een leven te leiden in navolging van Christus, een leven met zijn ingesteldheid, dus geleid door zijn Geest. Angst voor onszelf en egoïsme maken in geest en hart plaats voor liefde, liefde die zich uit in dienstbare inzet en verzet tegen onrecht, onrecht dat medemensen en de schepping wordt aangedaan. Voor vormelingen is het terrein van die ‘inzet’ en dat ‘verzet’ natuurlijk niet ver te zoeken: school, sportvereniging, jeugdbeweging, familie, gezin. Dat zijn perfecte oefenterreinen voor een houding van zorg en verantwoordelijkheid.

Dienen

Het is van het grootste belang dat ook jongeren beseffen dat de christen zich in het geloofsleven, in de kerkgemeenschap en in zijn relatie met God niet ‘laat dienen’, maar geroepen is om instrument te zijn van Gods liefde en zorg voor de mens en de schepping. Dus geroepen om te ‘dienen’. In het oude Israël werden alle publieke figuren, die geacht werden tot dat dienen geroepen te zijn, gezalfd: koningen, priesters, profeten. Dit ritueel – waarschijnlijk ontleend aan de Egyptenaren – was een sacramenteel teken van Gods bijstand, van het ontvangen van zijn geest, “een geest van wijsheid en inzicht, een geest van beleid en sterkte, een geest van kennis en ontzag voor de Heer” (Jesaja 11, 1). Het is de geest, de ingesteldheid, die Jezus bezielde en die ook de christen – die er geest en hart voor opent – bezielen kan.

Traditie?

De christen ontvangt die zalving in het doopsel. In de meeste gevallen was het doopsel de keuze van de ouders. Nu moeten jongeren ook zelf leren kiezen. Wie nu in deze tijd kiest om gezalfd te worden en om als ‘Christus’ (‘gezalfde’) door het leven te gaan, doet dat best niet meer onder druk, niet louter alleen maar uit traditie, maar welbewust en goed wetend wat het betekent christen te zijn. Dat weten en bewustzijn bijbrengen is het doel van ons vormselcatecheseproces. In de vroege kerk, waar christen worden niet evident en zelfs gevaarlijk was, en waar alleen volwassenen gedoopt en gezalfd werden in de paasnacht, ging er een lange voorbereidingstijd aan vooraf. Men werd niet zomaar gedoopt en gezalfd. Doopsel en vormsel werden niet te grabbel gegooid. Ook nu is christen zijn niet meer evident. We zijn weer bij ‘af’.

Geen last van het verleden?

Veel ouders van vormelingen en natuurlijk de vormelingen zelf zijn niet meer belast met een ‘kerkelijk verleden’, niet meer streng katholiek opgevoed, niet meer geconfronteerd met een geloofsverkondiging en een geloofsbeleving waar God in een container van begrippen, regels, opvattingen en gebruiken opgesloten zat die vaak weinig of niets met het evangelie te maken hadden container. Maar jongeren worden wel opgevoed in een tijd die uitblinkt in ‘trivialiteit’. Dat betekent: alleen aandacht voor wat nuttig en vermakelijk is. Ook een tijd die niet bevorderlijk is voor zelfvertrouwen. De vormelingen van nu zijn meestal kinderen van ouders en grootouders die de geloofsbeleving achter zich gelaten hebben en waarvan de meesten zich wat generen om openlijk voor hun geloof uit te komen, en waarvan velen de kerk en alles wat met geloof te maken heeft wat argwanend bekijken. Eigenlijk hebben vormelingen van die gegeneerdheid en argwaan niet zoveel last, tenzij hun ouders er hen mee ‘opzadelen’ (wat wel eens gebeurt!).

Niet anti-kerkelijk maar wel on-kerkelijk

Toch blijft catechese een moeilijke opdracht. Niet door een anti-kerkelijk, maar wel on-kerkelijk klimaat in de opvoeding waar geen beleefd geloof voorkomt en het geloof ook niet ter sprake komt. geloofspraxis meer is. En verder zijn er ook allerhande praktische kwesties die het vormselcatecheseproject een beetje ‘dwarsbomen’: schoolse verplichtingen, familiale omstandigheden, een drukke vrijetijdsagenda…. Door een enquête leerden we twee jaar geleden terug dat voor die vormelingen God vooral diegene is die je oproept tot liefde en het goede doen voor anderen en dan ook iemand die je helpt om je problemen op te lossen. Hij is wel degelijk iemand en niet zomaar ‘iets’. Goed doen voor anderen is voor hen werkelijk het kenmerk van een christen. Zo’n denken en ingesteldheid is wel een goed begin….

(pastoor Dirk, werkgroep vormselcatechese)